1. Haalbaarheid en betaalbaarheid

energietransitie

In Breda sloten we aan bij de landelijke campagne "Iedereen doet wat" en creëerden we met duurzame krijtverf op ludieke wijze aandacht.

Verduurzaming in Nederland

In de periode tot 2050 moeten alle woningen in Nederland, en dus ook in Brabant, aangepast worden naar goed geïsoleerde woningen, die met duurzame warmte verwarmd worden en waarin zoveel mogelijk schone elektriciteit wordt gebruikt of zelf opgewekt. Dat is niet alleen technisch en economisch gezien een hele klus, maar ook sociaal-maatschappelijk gezien een grote uitdaging. Dit zijn 13 miljoen woningen in Nederland, waarvan er 1,1 miljoen in Brabant staan. Hoe kunnen particuliere woningeigenaren en huurders aan de slag met het verduurzamen van hun woning? Welke rol van de overheid (gemeente, provincie, rijk) is er nodig? Particuliere woningeigenaren, ook die met een smalle beurs, kunnen zelf hiermee aan de slag, maar er is nog een hoop onduidelijkheid over de aanpak, de oplossingen en de wijze van financieren. Huurders zijn afhankelijk van hun verhuurder als het gaat om de verduurzaming van hun huurwoning.

Niet iedereen kan meedoen

Energie is noodzakelijk om je dagelijkse leven te kunnen leiden: om warm te blijven, om te wassen, om te koken, om te communiceren, om geïnformeerd te blijven en nog veel meer. Momenteel kan niet iedereen mee doen met de energietransitie. Wie geld heeft kan zijn huis verduurzamen, maar voor woningeigenaren met een laag inkomen is het op dit moment nog bijna onmogelijk om mee te doen met de energietransitie. Ze kunnen vanwege voorfinancieringseisen niet terugvallen op de subsidies die de overheid beschikbaar stelt en er zitten voor hen allerlei haken en ogen aan duurzaamheidsleningen (zoals een inkomenstoets of het feit dat er geen negatieve BKR-registratie mag zijn). Daarbij komt dat er voor deze huishoudens ook vaak nog andere problematiek een rol speelt dan alleen een laag inkomen. Soms missen zij de vaardigheden (bijvoorbeeld door een taalachterstand of laaggeletterheid) en kennis om mee te doen met de energietransitie. Gegeven de stijgende energiekosten (zie toelichting hieronder) betekent dit dat een groeiende groep huishoudens steeds meer moeite zal hebben om de energierekening te betalen. En dat de groep die wel mee kan doen met de energietransitie haar energierekening juist ziet dalen in een comfortabelere, gezondere en in waarde gestegen woning.

Geen financiële buffer

Volgens het voorlichtingsinstituut Nibud geeft 38% van de huishoudens in Nederland aan dat ze moeilijk rond kunnen komen. Dit zijn vooral uitkeringsgerechtigden, alleenstaanden met kinderen en mensen met een lager inkomen. Ongeveer 20% van deze huishoudens heeft ook betalingsproblemen en betaalt soms een rekening te laat of helemaal niet. Tegelijkertijd adviseert het Nibud huishoudens om minimaal € 5.200,- aan spaargeld achter de hand te houden om onverwachte noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen. Denk aan een reparatie aan een auto of aan het vervangen van een wasmachine of aan het eigen risico in de zorg. Ongeveer een derde van de Brabantse huishoudens heeft deze financiële buffer niet (zie hier voor meer informatie). Deze huishoudens zonder financiële buffer en/of huishoudens die aangeven moeilijk rond te kunnen komen zullen naar alle waarschijnlijkheid geen financiële ruimte ervaren om te investeren in het verduurzamen van de eigen woning.

Stijgende energierekening

Huishoudens die wonen in een niet-geïsoleerd huis (waarbij ze de financiële ruimte missen om hier in te investeren) worden hierdoor geconfronteerd met een stijgende energierekening omdat de prijs van energie wel steeds een beetje stijgt. Hiermee dreigen de huishoudens met een lager inkomen minder goed met de energietransitie mee te kunnen doen, dan mensen met een goed geïsoleerd huis of kapitaal om hierin te investeren. Daarbij kan het zorgen voor ongezonde situaties als huishoudens in een niet goed geïsoleerd en vochtig huis wonen en hun woning niet goed warm durven te stoken omdat de kosten daarvan de pan uitrijzen. Mensen kunnen zelfs in een sociaal isolement raken als ze geen gasten durven uit te nodigen in hun kille huis.

Samenwerking met het Sociaal Domein

In het Klimaatakkoord staat dat iedereen mee moet kunnen doen aan de energietransitie. Om daar de juiste randvoorwaarden voor te creëren is het nodig dat de energietransitie als een sociaal-maatschappelijke opgave wordt gezien, waarbinnen maatwerk mogelijk is voor mensen met een smalle beurs. De energietransitie is nu nog te algemeen en veelal vanuit het (technische) Energiedomein ingestoken. Terwijl samenwerking met het Sociale Domein essentieel is om de beoogde impact te realiseren.

Hoeveel huishoudens? Waar wonen zij?

Om maatwerk te leveren moet je wel weten wie de mensen zijn die nu buiten de boot vallen. Waar wonen ze en welke voorwaarden zijn voor hen belangrijk? Huishoudens die risico lopen op of te maken hebben met het betalen van de energierekening zijn vaak niet goed in beeld bij bijvoorbeeld gemeenten. Het is lastig om deze huishoudens te vinden. Gemeenten worstelen hiermee. Bij de pilot Energie voor Iedereen hebben we enerzijds gekeken naar waar deze doelgroep zich bevindt en anderzijds naar hun beweegredenen om wel of niet aan te haken bij de energietransitie.

Samenwerking

Ook de samenwerking binnen gemeenten en met woningcorporaties, maatschappelijke samenwerkingspartners en financiers vonden een plek in deze pilot.