7. Financiering

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Sinds het Klimaatakkoord van juni 2019 is er op rijksniveau aandacht voor een eerlijke verdeling van de kosten en de baten als het gaat om de energietransitie. Het kabinet stelde toen dat de transitie niet alleen voor de samenleving, maar ook op individueel niveau haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dat streven geldt ook voor het provinciaal beleid en binnen de Brabantse energieregio’s. Het haalbaar en betaalbaar maken van duurzame energie en een duurzame woning voor iedereen vraagt om slimme financieringsconstructies. Voor woningeigenaren met een smalle beurs zijn die nu nog niet of onvoldoende voor handen. Daarin ligt dan ook een belangrijke uitdaging. Daar staan we in dit hoofdstuk bij stil.

Financiering voor woningeigenaren

Het huidige pakket aan financiële regelingen die bijdragen aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie voor woningeigenaren is voor een belangrijk deel opgebouwd uit subsidies, hypotheekvormen en groene leningen.

Lenen voor verduurzaming?

Om de energietransitie haalbaar te laten zijn voor woningeigenaren, moeten ze de investering in het verduurzamen van hun woning op kunnen brengen én de bereidheid hebben om hierin te investeren. In het huidige stimuleringssysteem moeten woningeigenaren, gebruik makend van eigen geld of door het aangaan van leningen, zelf investeren en aan de slag met hun woning. Toegang tot aantrekkelijke, laagdrempelige en verantwoorde financieringsmogelijkheden vormt daarvoor een basisvoorwaarde. Die voorwaarde is nu nog niet voor iedereen ingevuld: er zijn huishoudens die op de markt niet terecht kunnen voor financiering. Zij hebben hun maximale leencapaciteit al benut, hebben een te laag inkomen, tijdelijk geen inkomen of krijgen geen lening omdat ze niet aan de voorwaarden voor financiering voldoen. Zo kunnen mensen die ouder zijn dan 75 jaar minder makkelijk een lening krijgen en mogen huishoudens niet negatief geregistreerd staan bij het Bureau Krediet Registratie. Daarnaast geldt in zijn algemeenheid dat mensen huiverig zijn voor het aangaan van een lening en dat geldt zeker ook voor huishoudens met een smalle beurs. Mensen hebben soms nare ervaringen met leningen (schulden) en/of willen liever sparen voordat ze een grote uitgave doen. Ook zorgen over het kwijtraken van een baan of een restschuld bij een eventuele verhuizing maakt bewoners terughoudend bij het aangaan van een lening.

Subsidies: niet voor mensen met een smalle beurs

Wie zijn huis wil verduurzamen kan soms ook gebruik maken van subsidies. Daarvoor zijn verschillende subsidies beschikbaar. Soms zijn dit landelijke regelingen, soms ook regionale of lokale regelingen. Om een subsidie te kunnen aanvragen, moet je de maatregelen bijna altijd voorfinancieren, waarbij je achteraf dan een deel van de gemaakte kosten kunt terugvragen. Ook subsidies brengen aanvullende voorwaarden met zich mee: zo moet je soms minimaal twee energiebesparende maatregelen toepassen in je huis en ben je verplicht het werk door een erkende aannemer te laten doen. Deze voorwaarden leiden tot hogere investeringskosten. De overheid wil met deze verplichting fraude tegengaan en de garantie hebben dat de kwaliteit van het werk geborgd is. De verplichte voorfinanciering en het verplicht uitvoeren van meerdere energiebesparende maatregelen tegelijkertijd, maakt het voor huishoudens met een smalle beurs echter lastig en vaak niet mogelijk om aanspraak te maken op subsidies. Daarnaast maakt de voorwaarde van een erkende aannemer het ook niet mogelijk om kosten te drukken door een deel van de werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren.

Aandacht voor de onrendabele top en financiële draagkracht

Financiële overwegingen spelen een belangrijke rol in het beslisproces van eigenaren, als het gaat om het verduurzamen van de woning. Er ontstaat een probleem als mensen geen of weinig spaargeld hebben en de totale investering, qua verduurzaming en (achterstallig) onderhoud aan de woning, niet wordt terugverdiend met de maandelijkse besparing op de energierekening. De maandlasten stijgen dan als gevolg van de maandelijkse aflossing: er is sprake van een onrendabele top. En zelfs al levert de renovatie meer comfort en woningwaarde op (achterstallig onderhoud en lage energielabels verlagen de taxatiewaarde), voor veel eigenaren met een smalle beurs zal een onrendabele top reden zijn om (nog) niet te investeren. Naast het niet hebben van spaargeld, zijn er huishoudens zonder leencapaciteit. Het verschil tussen huishoudens met of zonder leencapaciteit is in de praktijk soms klein. Het verschil kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een oude relatief kleine BKR-codering van € 800,- (is geen leencapaciteit) of door het draaien van een 3-ploegendienst (wel leencapaciteit). Voor woningeigenaren met (net) voldoende leencapaciteit blijft de onrendabele top voorlopig een probleem. De financiering voor deze huishoudens is niet rond te krijgen met de huidige financieringsvormen: hypotheken en groene leningen. Bovendien kan de onrendabele top soms behoorlijk groot zijn en de financiële draagkracht van huishoudens te boven gaan. Bij het opstarten van een collectieve aanpak (wijkaanpakken en gespikkeld bezit) is het daarom belangrijk om na te gaan of er een (publieke) instelling is, die de onrendabele top (deels) wil afdekken, zodat woonlastenneutraliteit mogelijk wordt. Als dat niet het geval is, dan is de kans groot dat de groep woningeigenaren met (net voldoende) leencapaciteit niet meedoet en dan ontstaat er alsnog tweedeling op het niveau van de straat of buurt.

Wat is er al wel mogelijk?

Uit bovenstaande blijkt dat voor de particuliere woningeigenaren met een smalle beurs op dit moment nog weinig mogelijkheden beschikbaar zijn om de benodigde investering te financieren. Wel worden vanuit verschillende hoeken – publiek en privaat – nieuwe mogelijkheden uitgewerkt. Geen van deze mogelijkheden is op dit moment generiek (overal in Nederland) beschikbaar. We geven een aantal voorbeelden, die in Brabant beschikbaar zijn of op korte termijn komen:

Nieuwe maatwerklening: Energiebespaarhypotheek

In mei 2020 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) een nieuw financieringsproduct aangekondigd binnen het nationaal Warmtefonds. Een maatwerklening voor woningeigenaren met een smalle beurs: de Energiebespaarhypotheek. Dit is een maatwerklening voor woningeigenaren, die hun maximale leenruimte al benut hebben en die elders geen financiering (meer) kunnen krijgen. De maatwerklening komt ergens tussen 1 april en 1 juli 2021 beschikbaar voor woningeigenaren in buurten waar sprake is van een wijkaanpak. Ook komt deze hypotheekvorm beschikbaar voor het gespikkeld bezit, waarbij de woningcorporatie de huurwoningen die er omheen liggen wil gaan verduurzamen. Bij deze Energiebespaarhypotheek bepaalt de financiële positie van het huishouden in hoeverre zij de financiering maandelijks kunnen terugbetalen. Een huishouden lost af naar draagkracht op basis van een inkomenstoets, die periodiek wordt herhaald. Het maximale financieringsbedrag is € 25.000,- . Verder wordt zeker gesteld dat bij verkoop van de woning en aan het einde van de looptijd geen restschuld achterblijft . Woningeigenaren die in aanmerking komen voor de EBH hoeven niet, of pas later, af te lossen en profiteren direct van de energiebesparing: zij houden per maand meer geld over. Naast het hebben van onvoldoende leencapaciteit zijn er andere redenen waarom sommige woningeigenaren niet in aanmerking komen voor reguliere financiering. Zo kunnen senioren op grond van hun leeftijd geen financiering (meer) krijgen bij een marktpartij. De minister heeft aangekondigd het Warmtefonds ook voor deze senioren open te willen stellen.

Verzilverlening

Buiten de Energiebespaarhypotheek in buurten met een wijkaanpak, hebben sommige Brabantse gemeenten de Verzilverlening beschikbaar voor 57-plussers met overwaarde op de eigen woning . Voor deze specifieke doelgroep biedt deze lening de mogelijkheid om te investeren in de verduurzaming van de woning, zonder dat dit invloed heeft op wat mensen maandelijks kunnen uitgeven. Bij de verstrekking van de Verzilverlening kijkt men niet naar bestaande verplichtingen. De verschuldigde rente wordt jaarlijks bij de restschuld opgeteld en bij verkoop van de woning wordt deze schuld vereffend.

Het woningabonnement Breda

De gemeente Breda werkt aan een maatwerklening, die in 2021 in heel Breda beschikbaar komt voor mensen die geen spaargeld hebben en hun hypotheek niet kunnen ophogen. Daarbij ontzorgt het woningabonnement Breda vanaf advies en financiering tot leveranciers en installatie. Een energieadviseur van de lokale energiecoöperatie BRES bekijkt wat er aan het huis moet gebeuren om het te verduurzamen. Deze rekent ook uit hoeveel euro een woningeigenaar dan vervolgens elke maand kan besparen op de energierekening. Ook rekent de adviseur uit hoeveel geld geleend moet worden om de maatregelen uit te laten voeren. Vervolgens wordt gekeken wat voor de betreffende woningeigenaar de beste financieringsvorm is: spaargeld, hypotheek, groene lening, etc. Indien er onvoldoende leencapaciteit is, kan aanvullend een maatwerklening worden afgesloten bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn): met bijvoorbeeld een looptijd van 20 jaar. De basisgedachte achter het woningabonnement is dat de kosten van het energieverbruik en het afbetalen van de lening niet hoger zijn dan huidige energierekening. Dit wordt voor de lengte van het abonnement gegarandeerd. Bij de maatwerkinglening hoeft een huishouden de eerste drie jaar niet af te lossen. Daarna wel, maar naar draagkracht op basis van een inkomenstoets, die eens in de drie jaar wordt herhaald. De gemeente staat garant voor de betalingen. Het woningabonnement is geen objectgebonden lening, maar een persoonlijke. Bij verhuizing moet het openstaande bedrag dan ook worden voldaan. Het woningabonnement is voor iedereen toegankelijk, ongeacht het inkomen en een eventuele negatieve BKR- registratie. Alleen voor renovaties met een onrendabele top biedt het vooralsnog geen oplossing: “….het werkt het beste als mensen nog niks gedaan hebben en in één keer bereid zijn zoveel mogelijk te laten doen. Dan kun je qua verbruik van die € 150 naar € 50 euro per maand gaan. Als je als laatste stap alleen nog een warmtepomp moet installeren, daar tienduizend euro aan uitgeeft en er maandelijks maar een paar tientjes mee bespaart, ga je het niet redden met de financiering.” (Coen Vos, gemeente Breda).

Waar is behoefte aan?

Uit de EVI-pilot en bovengenoemde voorbeelden van wat er al wel mogelijk is, komt een behoefte naar boven ten aanzien van het nog te ontwikkelen financieringsinstrumentarium. Om het verduurzamen van de woning haalbaar te laten zijn voor woningeigenaren met een smalle beurs, is een financieringsvorm nodig, die toegankelijk is voor huishoudens zonder leencapaciteit en met een eventuele BKR-registratie. Een financieringsvorm bovendien, die uitgaat van de financiële draagkracht van het huishouden en van woonlastenneutraliteit. Dat betekent dat de te nemen verduurzamingsmaatregelen gefinancierd moeten kunnen worden uit de maandelijkse besparing op de energierekening of dat het mogelijk moet zijn om een eventuele onrendabele top woonlastenneutraal mee te financieren. Om daarnaast te voorkomen dat mensen bij verkoop van de woning in de problemen komen als gevolg van een restschuld, is het nodig de financiering overdraagbaar te maken. Dat betekent dat gezocht moet worden naar bijvoorbeeld een vorm van gebouw gebonden financiering met lange looptijden. Ontwikkeling van een instrumentarium dat aan deze randvoorwaarden tegemoet komt is nodig voor het realiseren van een inclusieve energietransitie en vraagt erom ingebracht te worden in de onderhandelingen tussen de decentrale overheden en het Rijk over financiering van de transitie.