Circulariteit op de Brabantse wegen: een gerichte aanpak

In november 2025 werd de Provincie Noord-Brabant door Bouwend Nederland voor het zevende jaar op een rij uitgeroepen tot de meest duurzame publieke aanbesteder. En dat is niet voor niets.

Omdat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair moet zijn, zet de provincie onder andere in op duurzame infrastructuur. Een voorbeeld hiervan is het hergebruik van materialen. Zo herbruikt de provincie gemiddeld jaarlijks 140.000 ton aan asfalt én beton.

Wat is de Brabantse aanpak als het gaat om duurzame infrastructuur?

Met 550 kilometer aan provinciale wegen speelt Brabant een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame, toekomstbestendige infrastructuur. Bij de aanleg en het onderhoud van deze wegen stimuleert de provincie het hergebruik van bouwstoffen.

Het doel van de provincie? Brabant streeft naar minder gebruik van primaire grondstoffen zoals fossiele brandstoffen en mineralen (vermindering van 50 %) en zo veel mogelijk circulair werken in 2030.

Een voorbeeld: asfalt bestaat normaal gesproken uit stenen, zand, vulstof en bitumen. Dit bitumen is een fossiel bindmiddel dat vrijkomt bij de verwerking van aardolie. In het kader van duurzaamheid en circulariteit wordt gekeken in hoeverre een deel van dit traditionele bindmiddel vervangen kan worden door een biobased bindmiddel. Het voordeel van hergebruik is dat het bijdraagt aan de klimaat- en circulaire doelen.

Duurzaamheid in aanbestedingen: de Brabantse aanpak

Duurzaamheid is voor de provincie een belangrijk uitgangspunt in al haar beleid. Binnen de provincie wordt gekeken of onderhouden, beheren en bouwen van wegen duurzamer kan samen met aannemers en leveranciers. Hoe duurzamer, hoe beter.

De kern van de Brabantse aanpak is dat de provincie duurzaamheid zwaar laat meewegen in aanbestedingen. Bij de gunning van infrastructurele opdrachten voor aannemers beoordeelt de provincie Noord-Brabant inschrijvingen van aannemers niet alleen op prijs, maar ook op duurzaamheid. Op gebied van duurzaamheid past Brabant in principe twee criteria toe: namelijk de milieukostenindicator (MKI) en circulariteit. Deze twee criteria vormen samen minimaal 40% en maximaal 60% van het aspect kwaliteit.

Criterium milieukostenindicator

De milieukostenindicator (MKI) is een methode om de milieu-impact binnen de grond-, weg- en waterbouw (GWW) te berekenen. De waarde wordt weergegeven in euro’s per vierkante meter per jaar. Dit betekent dat de kosten die nodig zouden zijn om de schade aan het milieu te herstellen, duidelijk in één getal worden weergegeven. De MKI kun je zowel op product- als op projectniveau berekenen. Door de MKI op te nemen in het inkoopproces, bijvoorbeeld als gunningscriterium, maak je de milieu-impact meetbaar en vergelijkbaar.

Gezamenlijke ambitie 2030: 30% fossiele bindmiddelen in asfalt vervangen door biobased grondstoffen

Criterium circulariteit

Met het criterium ‘circulariteit’ stimuleert de provincie het hergebruik van materialen in projecten. Afhankelijk van de aard van het project kan dit verschillend ingevuld worden. Zo zijn er projecten waarbij gold: ‘Hoe meer materialen een inschrijver hergebruikt, hoe hoger de (fictieve) korting op de prijs’. In andere projecten wordt bijvoorbeeld meer aandacht gevraagd voor de herbruikbaarheid van de materialen in de toekomst. De focus ligt daarbij naast verharding (asfalt) en infrastructurele kunstwerken zoals bruggen, tunnels en viaducten (o.a. van beton), ook op metalen en kunststoffen (o.a. in wegmarkering).

Als het gaat om circulariteit en het inzetten van bewuste, duurzame keuzes, is Brabant goed op weg. Jaarlijks hergebruikt de provincie namelijk 140.000 ton aan asfalt en beton. Verder stimuleert Provincie Noord-Brabant ook het verlagen van de CO2-uitstoot. Zo doet Brabant 30.000 ton per jaar aan CO2 -reductie: het verminderen van de uitstoot van koolstofdioxide om klimaatverandering tegen te gaan. Dit staat gelijk aan het stroomverbruik van 20.000 huishoudens per jaar.

Brabant als duurzaamheidspartner

Naast het zelf aanleggen en bouwen, beheren en uitbreiden van de provinciale wegen, is de provincie Noord-Brabant ook partner in diverse grote infraprojecten en initiatieven.

Eén van deze belangrijke initiatieven is de Innovatiepartnerschap (IP) Bioverrijkt Asfalt, onderdeel van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB). Dit is een aanbestedingsprocedure waarbij opdrachtgevers en marktpartijen samenwerken voor de ontwikkeling en afname van biobased producten voor grond-, weg- en waterbouw (GWW-) projecten.

De gezamenlijke ambitie: in 2030 een deel van al het geproduceerde asfalt bioverrijkt uitvoeren, waarbij ten minste 30% van fossiele bindmiddelen (zoals bitumen dat uit aardolie gewonnen wordt) wordt vervangen door biobased grondstoffen, zoals restproducten uit de bosbouw of landbouw.

Provincie Noord-Brabant is één van deze 16 opdrachtgevers en stelt een zogeheten ‘proefvak’ beschikbaar op de N272 tussen Elsendorp en Oploo, waar asfaltmengsels en nieuwe technieken worden getest op een stuk wegoppervlak. De coalitie van de IP Bioverrijkt Asfalt is erop gericht om gezamenlijk de transitie naar een duurzamere infrastructuur te versnellen met toepassing van bioverrijkt asfalt in de GWW-sector. Dit soort projecten helpen de provincie om stap voor stap de duurzaamheidsdoelen voor 2030 en 2050 te bereiken.

dolor adipisicing

Voluptate pariatur aliqua eiusmod incididunt ut ex. Veniam ex irure tempor.

dolor adipisicing

Voluptate pariatur aliqua eiusmod incididunt ut ex. Veniam ex irure tempor.

dolor adipisicing

Voluptate pariatur aliqua eiusmod incididunt ut ex. Veniam ex irure tempor.