Woningbouw in 2024 op een lager pitje, 2025 en 2026 worden weer betere ‘bouwjaren’
De Brabantse woningvoorraad nam in 2024 toe met 10.800 woningen, het laagste niveau van de laatste vijf jaren. De afgelopen tijd kende Brabant een aantal prima ‘bouwjaren’. Zo nam de voorraad in 2021 toe met 13.000 woningen en met een ‘topscore’ van liefst 13.900 lag de groei in 2022 zelfs nog wat hoger. We moeten 25 jaar terug – tot eind vorige eeuw (1998) – voor zulke hoge groeicijfers (beeld 3). Met +12.600 woningen lag de groei in 2023 wel weer wat lager, een lijn die zich in 2024 heeft doorgezet. Vorig jaar lag de voorraadtoename 14% onder het niveau van 2023.
In lijn met het aantal recent afgegeven bouwvergunningen en – belangrijker nog – het toegenomen aantal in aanbouw genomen woningen wordt verwacht, dat dit jaar (2025) en ook volgend jaar (2026) zo’n 12.500 tot 12.750 woningen aan de voorraad worden toegevoegd, net iets boven de gemiddelde scores over de afgelopen 5 jaren (+12.200).
In totaal werden er in 2024 13.300 woningen (bruto) aan de voorraad toegevoegd, 8,5% minder dan een jaar eerder. Door nieuwbouw kwamen er 10.650 woningen bij en 2.750 door ‘overige toevoegingen’, zoals het herbestemmen van leegstaande kantoren, winkels en ander vastgoed. Er wordt ook woonruimte onttrokken aan de voorraad, vooral door sloop. Vorig jaar lag het aantal onttrekkingen op 2.650 woningen, 25% hoger dan in 2023. Alles bij elkaar – incl. administratieve correcties (+50) – is de totale (netto) groei in 2024 uitgekomen op 10.800 woningen en telt onze provincie op 1 januari van dit jaar 1.201.600 woningen.

De groei van de woningvoorraad is de laatste jaren flink toegenomen in onze provincie. Lag deze groei in 2015 nog op slechts 6.700 woningen (het dieptepunt van de kredietcrisis destijds), vanaf 2017 liggen de jaarlijkse groeicijfers weer rond of zelfs (ruim) boven de 12.000. In 2020 is de voorraadgroei wel wat teruggevallen (tot 10.800 woningen, een niveau waar de groei in 2024 ook op uitgekomen is). Hierbij speelden vooral ‘corona-effecten’ een rol, waardoor verschillende bouwprojecten vertraging hebben opgelopen, zij het in de meeste gevallen beperkt. Hierdoor is een deel van de woningen – geschat wordt een kleine 10% – niet in 2020 opgeleverd, maar zijn deze in 2021 in de boeken gekomen.
De weg naar 1,2 miljoen woningen in Noord-Brabant in 2024
De Brabantse woningvoorraad bereikte in november 2024 een omvang van 1,2 miljoen woningen. Dat is 17 jaar nadat de 1 miljoenste (in 2007) werd opgeleverd. Vooral in de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot midden jaren ’90 lag het bouwtempo hoog, waarbij de voorraad – gemiddeld genomen – steeds in vijf tot zeven jaar met 100.000 woningen toenam. Tussen de 900.000 woningen in 1996 en de 1 miljoenste in 2007 lag echter 11 jaar. Daarna duurde het negen, resp. acht jaar voordat de 1,1 (in 2016) en 1,2 miljoenste woning (in 2024) aan de voorraad kon worden toegevoegd. De komende jaren moet het bouwtempo verder omhoog, naar +100.000 woningen in zeven jaar tijd, om in 2031 uit te komen op een voorraad van 1,3 miljoen woningen.
Verschillen in voorraadgroei binnen Brabant
Vanaf 2000 tot en met het derde kwartaal van 2025 zijn er in onze provincie bijna 246.000 woningen bij gekomen, een groei van 26,2% (beeld 3a). Daarmee ligt de groei iets boven het niveau van Nederland als geheel (24,8%). Binnen Brabant liggen de groeicijfers van het stedelijk gebied (27,1%) hoger dan van het landelijk gebied (23,9%).
Vooral de grote steden kennen een relatief sterke groei van hun woningvoorraad (30,4%). In lijn ook met de geringere bevolkingstoename in West-Brabant-West ligt hier ook de groei van de woningvoorraad duidelijk lager dan in de andere delen van onze provincie.
Per gemeente zijn de verschillen in groei van de woningvoorraad (vanaf 2020 en vanaf 2000) te vinden op onderstaand kaartbeelden.
Groei tot 2035: gemiddeld 13.500 tot 14.000 woningen per jaar
De eind 2023 vastgestelde ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ laat zien dat er in onze provincie nog een flinke woningbouwopgave ligt, met een sterk accent op de eerstkomende 10 jaar.
Samenhangend met de nog altijd hoge en ook hoger geraamde bevolkings- en huishoudensgroei zullen er alleen al in de jaren 2023 tot 2035 zo’n 165.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Dat is bijna twee derde (62%) van de opgave tot 2050 (265.000). Van die 165.000 woningen zijn er ca. 137.500 (83%) nodig voor de verwachte huishoudensgroei en 27.500 (17%) om de woningtekorten in te lopen. In de provinciale prognose is ervan uitgegaan dat het woningtekort – 3,3% in 2023, bijna 40.000 woningen – in 2035 is teruggebracht tot ca. 1% en richting 2040 verder wordt ingelopen. Omdat de benodigde woningbouwaantallen de afgelopen tijd onvoldoende zijn gerealiseerd (zie ook beeld 5), is het woningtekort opgelopen tot ca. 3,5%. Dat is een tekort van ruim 42.000 woningen.
Vanuit de provinciale prognoses ligt de voorraadgroei die gemiddeld jaarlijks nodig is tussen 2023 en 2035 op 13.500 woningen. Door de te geringe bouwproductie van de laatste jaren – de groei lag in de jaren 2020 tot en met 2024 op gemiddeld 12.250 woningen – is die benodigde groei (vanaf 2025) inmiddels opgelopen tot zo’n 14.000 woningen gemiddeld per jaar. Dat zijn aantallen die ook in 2025 en 2026, met verwachte groeicijfers van zo’n 12.500 tot 13.000 woningen per jaar, niet gehaald gaan worden. Met dergelijke woningbouwaantallen kan goeddeels worden voorzien in de groei van het aantal huishoudens in Brabant, maar worden bestaande woningtekorten niet of nauwelijks ingelopen.
De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2023
In 2023 heeft de provincie Noord-Brabant haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. In een fraai vormgegeven webpublicatie zijn aan de hand van 10 thema’s de belangrijkste resultaten gepresenteerd. Bij elk thema is – in ‘woord, beeld en getal’ – de nodige informatie te vinden. Ook zijn tal van prognose-uitkomsten te downloaden.
Om goed zicht te houden op demografische trends en ontwikkelingen actualiseert de provincie regelmatig haar prognoses, gemiddeld eens in de drie jaar. Zo bestaat steeds een actueel beeld van de veranderingen in omvang en samenstelling van de Brabantse bevolking, evenals van de effecten hiervan op ‘het wonen’.
Opgaven vertaald in Regionale Woondeals
De hogere woningbouwopgave uit de actuele provinciale prognose is in lijn met recente, eveneens hogere prognose-uitkomsten van het Rijk. Voor Brabant betekent deze prognose van het Rijk, dat voor de ‘regionale woondeal-periode’ 2022 tot en met 2030 de netto voorraadgroei van 119.400 (bruto 130.500) is opgehoogd naar 134.500 woningen. Dat is nagenoeg gelijk aan de (nieuwe) groeicijfers van 133.500 woningen uit de provinciale prognose. De Brabantse bouwopgave ligt hiermee zo’n 14.000 woningen hoger.
Regionale ambities en afspraken, zoals bijvoorbeeld het ‘project Beethoven’ in de Metropoolregio Eindhoven (Brainport), gaan vaak uit van nog hogere woningbouwaantallen. Vergeleken met de provinciale prognose zijn deze ambities er veelal op gericht om bestaande woningtekorten (beduidend) sneller in te lopen. Beeld 3 laat echter zien dat de feitelijke en de eerstkomende jaren verwachte woningbouwaantallen – Brabant-breed – nog altijd (duidelijk) onder de provinciale prognosecijfers liggen.
Bij de herijking en verdere uitwerking van de Regionale Woondeals wordt de komende tijd in samenspraak met de betrokken partijen (o.a. via de ‘regionale versnellingstafels’) bezien hoe deze grotere woningbouwopgave kwantitatief, kwalitatief en ruimtelijk invulling kan krijgen in onze provincie.
Regionale Woondeals
In maart 2023 zijn in Noord-Brabant een viertal Regionale Woondeals ondertekend door alle 56 gemeenten, 38 woningcorporaties, het Rijk en de provincie. Met de woondeals en de daarin opgenomen kwantitatieve, kwalitatieve en ruimtelijke afspraken over de (regionale) woningbouwopgaven, leveren de betrokken partijen een bijdrage om het woningtekort – liefst versneld – te verminderen. Via de zogenoemde regionale versnellingstafels worden bij de uitvoering van de woondeals ook marktpartijen betrokken. De Regionale Woondeals vormen de komende jaren de basis voor de volkshuisvestelijke opgaven in de vier Brabantse regio’s – West-Brabant-West, de Stedelijke Regio Breda-Tilburg, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant – en voor de provincie als geheel.





