Bouwtempo moet omhoog

De laatste jaren lag de woningbouw in Brabant op een hoog niveau. Zo lag de voorraadtoename in 2021 en 2022 – met groeicijfers van 13.000, respectievelijk 13.900 woningen – op het hoogste niveau in 25 jaar. Omdat het aantal in aanbouw genomen woningen recentelijk is teruggelopen ligt de groei in 2023 weer op een wat lager niveau en zullen de groeicijfers in 2024 en 2025 eveneens iets lager uitpakken.

Na ‘de dip’ in de eerste negen maanden van 2023 laat het aantal woningen dat in aanbouw is genomen inmiddels weer (duidelijk) hogere ‘scores’ zien. Op termijn zal dat ook weer leiden tot hogere groeicijfers van de Brabantse woningvoorraad.

Vooral zaak nu de bouw weer op het benodigde niveau te krijgen en vervolgens ook op tempo te houden, al hangen er vandaag de dag nog altijd tal van onzekerheden boven de (woning)markt, die ook het bouwtempo raken.

Bouwtempo afhankelijk van vele factoren

Tempo kunnen maken hangt sterk af van een groot aantal (veelal externe) factoren, zoals de internationale politieke en economische ontwikkelingen, de beschikbaarheid van grondstoffen, bouwmaterialen en bouwpersoneel (‘handen en heipalen’), voldoende stikstofruimte, ambtelijke capaciteit, doorlooptijden bij de Raad van State, de lange procedures en complexe vraagstukken rond de (financiële) haalbaarheid van gebiedsontwikkelingen en (binnenstedelijke) transformatieopgaven, de energieprijzen, veranderende wet- en regelgeving, rente-, prijs- en beleidsontwikkelingen op de bouw- en woningmarkt (met als gevolg terughoudendheid bij woningaankoop, investeringsbeslissingen en aanbestedingen van projecten, waardoor ‘start bouw’ vertraagt), de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, de invloed van milieuvraagstukken etc..

Samenhangend met de nieuwe omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden, speelt hierbij voor de korte(re) termijn ook de zorg dat invoering van dat nieuwe stelsel de nodige vertragende effecten zal hebben op de planprocessen en vergunningverlening voor woningbouw.

‘Start-bouw’ nodig van 3.500 woningen per kwartaal

In Brabant is herstel van de woningbouw sinds 2015 duidelijk zichtbaar. Vanaf begin 2017 werden er voor het eerst sinds lange tijd (2010) gemiddeld genomen weer (beduidend) meer dan 2.500 woningen per kwartaal in aanbouw genomen, oftewel meer dan 10.000 op jaarbasis. De laatste tijd liggen de aantallen in aanbouw genomen woningen veelal zo tussen de 2.500 en 3.500 per kwartaal. Zo laten de jaren 2020 t/m 2022 ‘start-bouw-cijfers’ zien van gemiddeld 3.175 woningen per kwartaal en (dus) 12.700 per jaar.

In 2023 is het aantal in aanbouw genomen woningen echter teruggevallen tot ca. 9.400 op jaarbasis, oftewel 2.350 woningen gemiddeld per kwartaal. Mede hierdoor zal ook de (netto) groei van de woningvoorraad in 2024 iets lager uitvallen en uitkomen op een niveau van zo’n 12.500 woningen, aantallen die ook in 2025 worden verwacht (beeld 3).

Gelet op de demografische ontwikkelingen, de nog altijd sterke groei van het aantal huishoudens én om bestaande woningtekorten in Brabant terug te dringen, is het zaak dat het bouwtempo ook de eerstkomende jaren (ten minste) op peil blijft. Een gemiddelde kwartaalscore van rond, liever nog boven de 3.000 in aanbouw genomen woningen – scores die de laatste jaren (2020 t/m 2022, maar ook in de meest recente kwartalen) toch geregeld gehaald zijn – kan hierbij als (minimale) graadmeter worden aangehouden.

Versnelling van de woningbouw en vervolgens vasthouden van het benodigde bouwtempo is een belangrijke doelstelling van ons Bestuursakkoord 2023-2027 ‘Samen maken we Brabant!’.

Recent meer bouwvergunningen

Het aantal daadwerkelijk in aanbouw genomen woningen is een vrij nauwkeurige indicatie voor de op te leveren nieuwbouw de eerstkomende tijd. Bouwvergunningen gaan hier uiteraard aan vooraf. Het aantal afgegeven bouwvergunningen biedt dus ook inzicht in (de ontwikkeling van) het woningbouwpotentieel, al kan er soms wel enige tijd zitten tussen het moment van afgifte en de feitelijk ‘start-bouw’. Beeld 2a laat zien dat het aantal bouwvergunningen recentelijk weer in de lift zit.

Klik op de afbeeldingen voor vergroting

Het aantal nieuw te bouwen woningen waarvoor een bouwvergunning is verleend, bereikte in 2013 het dieptepunt (4.200 woningen). Daarna is het aantal bouwvergunningen weer flink toegenomen, tot bijna 11.000 woningen in 2017 en 2018. Na een lichte terugval in 2019 (9.100) zijn er in 2020 weer een kleine 11.000 vergunningen afgegeven. De stijgende lijn heeft zich ook in 2021 voortgezet, toen er 11.650 vergunningen zijn verstrekt, het hoogste niveau sinds 2008.

In 2022 en 2023 is het aantal bouwvergunningen echter weer (duidelijk) afgenomen. Ligt het aantal te bouwen woningen waarvoor een vergunning is afgegeven in 2022 op zo’n 9.400, in 2023 zijn er voor bijna 9.000 woningen vergunningen verleend (gemiddeld 2.250 per kwartaal). Het aantal bouwvergunningen dat in de eerste negen maanden van 2024 is afgegeven – 7.650, oftewel 2.550 per kwartaal – ligt echter weer beduidend hoger (14%) dan de kwartaalniveaus uit 2023.

Omdat er natuurlijk ook nog altijd met oudere vergunningen kan worden gebouwd en er o.a. ook woonruimte wordt toegevoegd anders dan door nieuwbouw – transformatie, woningsplitsing etc. – ligt de groei van de woningvoorraad de laatste jaren doorgaans hoger dan op basis van recent afgegeven vergunningen zou mogen worden verwacht.

Meer weten?

www.brabant.nl/wonen
Privacyverklaring