Groei Brabantse bevolking blijft op hoog niveau

De Brabantse bevolking nam in 2023 toe met 18.700 personen (0,7%). Dat is beduidend (45%) lager dan in 2022. Vooral door de komst van vele duizenden vluchtelingen uit Oekraïne lag de bevolkingsgroei dat jaar op een uitzonderlijk hoog niveau (33.300). In 2023 ligt het groeicijfer weer meer op het gemiddelde, maar – gemeten vanaf het jaar 2000 – nog wel altijd hoge niveau van de laatste jaren (m.u.v. het 'coronajaar' 2020). De eerste helft van 2024 laat vrijwel hetzelfde (demografisch) beeld zien, vergeleken met diezelfde periode in 2023.
Dat 2022 in demografisch opzicht een wel heel bijzonder jaar was, laat ook beeld 1a duidelijk zien. Alleen in 1969, ruim 50 jaar geleden dus, lag de bevolkingsgroei iets hoger (33.850). Ook verhoudingsgewijs lag de bevolkingsgroei in 2022 op een hoog niveau. We moeten terug tot 1975 (en eerder) voor hogere groeipercentages (beeld 1b).
Buitenlandse migratie bepalend voor de bevolkingsgroei
De bevolkingsgroei die vanaf 2019 gemiddeld jaarlijks net iets onder de 20.000 ligt, wordt de laatste tijd (meer dan) volledig bepaald door positieve buitenlandse migratiesaldi. Zo kwamen er in de periode 2019 t/m 2023 gemiddeld jaarlijks 45.200 immigranten naar Brabant en vertrokken er zo’n 22.200 emigranten. Per saldo een jaarlijkse ‘plus’ van 23.000 personen: arbeidsmigranten, buitenlandse studenten, asielmigranten, kenniswerkers en tal van immigranten, veelal uit overige EU- of Europese landen.
Zowel immigratie als emigratie kennen de laatste jaren een stijgende lijn. Een hoog immigratieniveau levert na verloop van tijd veelal ook weer de nodige emigranten op (retourmigratie), zoals op termijn naar verwachting ook zal gelden voor een deel van de naar ons land gevluchte Oekraïners. In dit verband speelt bovendien het toenemend belang van arbeid en studie als migratiemotief een rol, omdat een (groot) deel van deze migranten ons land na verloop van tijd weer verlaat.
Het binnenlandse migratiesaldo laat de laatste jaren doorgaans ‘kleine plusjes’ zien, maar ligt vanaf 2022 weer onder de nullijn. Hierbij moet wel worden opgemerkt, dat de wijze waarop asielmigranten in de bevolkingsstatistieken worden verwerkt zowel de buiten- als de binnenlandse migratiesaldi (sterk) beïnvloedt (zie ook de toelichting onder beeld 1).
De natuurlijke aanwas – het verschil tussen geboorte en sterfte – is voor het vierde jaar op rij negatief. Tegenover iets meer dan 23.300 geboorten stonden in 2023 ruim 26.000 sterfgevallen, oftewel een natuurlijke afname van 2.700.
Verschillen in bevolkingsgroei binnen Brabant
Vanaf 2000 zijn er bijna 300.000 Brabanders bijgekomen. Dat is een groei van 12,6%, iets onder het Nederlands gemiddelde (13,4%). Beeld 1c laat ook zien, dat de bevolking in het stedelijk gebied in Brabant sinds 2000 beduidend sneller (14,5%) is toegenomen dan in het landelijk gebied (8,2%).
Vooral de grote steden kennen een relatief sterke bevolkingsgroei. Gezamenlijk zagen zij hun inwonertal vanaf 2000 met ca. 150.000 inwoners toenemen, een groei van 19%. Dat is de helft van de totale Brabantse bevolkingsgroei. In de grote steden woont inmiddels bijna 35% van de Brabantse bevolking.
Regionaal bezien ligt de bevolkingsgroei in West-Brabant-West duidelijk lager dan in de andere delen van onze provincie.
Per gemeente zijn de verschillen in bevolkingsgroei (vanaf 2000) zijn weergegeven op onderstaand kaartbeeld.
Meer specifieke gegevens over de bevolkingsgroei in Noord-Brabant (per regio en gemeente) zijn opgenomen in onze ‘Monitor bevolking en wonen’, eveneens te vinden op onze provinciale website.




