Christophe van der Maat

Gedeputeerde mobiliteit Noord-Brabant

De blaadjes beginnen weer oranje en rood te verkleuren en zo ook de wegenkaart van Brabant in de vroege ochtend en aan het eind van de middag. Files. Ze zijn weer terug.

Sinds versoepeling van het advies naar “werk thuis als het kan, op kantoor als het moet”, is het een stuk drukker op de wegen.

Het gekke is dat veel werkgevers na de coronapandemie de voordelen van thuiswerken willen behouden, maar uit onderzoek van de Coalitie Anders Reizen (waar de provincie Noord-Brabant ook aan meedoet) blijkt dat 6 op de 10 werkgevers nog niet duidelijk heeft gemaakt hoe met thuiswerken om wordt gegaan. Hier valt dus nog wel wat winst te behalen. Want iets minder verkeer tijdens de spitsuren maakt een heleboel verschil weten we inmiddels.

En daar profiteren niet alleen de automobilisten van, maar ook bedrijven. Hun werknemers zijn op tijd (en minder gestrest) op het werk en vrachtwagens met goederen verliezen minder tijd. Het is dus ook economisch slim. En niet te vergeten beter voor het klimaat. Werkgevers moeten daarom het initiatief nemen om hun werknemers ruimte te geven, te sturen of te verleiden. Zodat mensen doordeweeks thuis en op kantoor hybride werken, dat op wisselende dagen en tijden doen en als ze op pad gaan voor hun werk, anders reizen.

Een goed voorbeeld daarvan vind je in Eersel. Daar heeft ASML een hub gebouwd waar werknemers hun auto kunnen laten staan om op de elektrische fiets te stappen naar het kantoor in Veldhoven. Dat is win-win: gezond voor de mens en minder auto’s op de weg. Daarnaast praat de provincie met Rijkswaterstaat om bussen met werknemers van grote bedrijven te laten rijden over de vluchtstrook.

Onder meer door deze ontwikkelingen hopen we het filespook weer terug in de kast te jagen. Of dat gaat lukken is afhankelijk van werknemers, werkgevers en de overheid. Die zullen alle drie hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Zodat als de blaadjes straks weer terug aan de bomen komen we met z’n allen minder in de file staan.