Onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden in crisistijd

Wat kun je wel en niet eisen in de 'corona-cao'?

Het virus woedt nog immer voort en houdt de samenleving stevig in zijn greep. De schade aan verschillende domeinen is enorm. De economie piept en kraakt onder het gewicht van de landelijke en internationale overheidsmaatregelen. Geen gemakkelijke tijd om betere arbeidsvoorwaarden te eisen, schrijft Rob Koolen, senior beleidsadviseur arbeidsmarkt bij de provincie Noord-Brabant.

Maakt de coronacrisis het belang voor werkgevers en werknemers om goede nieuwe collectieve afspraken te maken voor de komende jaren juist niet groter? Er komt een golf van aflopende cao’s aan, terwijl de economie en werkgelegenheid volop in transitie zijn. Dat lijkt geen gemakkelijke opgave. Per 1 januari 2020 lopen 161 cao’s af voor 1,7 miljoen werknemers. Tellen we daar de 250 openstaande cao’s uit 2020 bij op die 1,1 miljoen werknemers betreffen, dan kunnen we spreken van een heuse vloedgolf in de polder. Loonsverhoging

De FNV zet voor het derde jaar op rij in op een loonsverhoging van 5%. De eis geldt alleen voor sectoren waar het ondanks de coronacrisis goed gaat, zoals supermarkten, distributiecentra, bouwmarkten en de pakketpost. Bij de publieke sector houdt de bond ook vast aan een stevige loonsverhoging. Verder wil de FNV een verhoging van het minimumloon naar € 14,-. De werkgevers roepen daarentegen onder druk van de coronacrisis om loonmatiging en zelfs om loonoffers. Er is echter ruimte voor maatwerk. Zo kunnen er gematigder looneisen worden gesteld in sectoren waar het slechter gaat, in ruil voor werkzekerheid. Werkend Nederland heeft al in lengte van jaren geen werkelijke loonsverhoging mogen genieten. Zowel de president van de Nederlandse Bank Klaas Knot als premier Mark Rutte heeft meer dan eens gepleit voor zo’n verhoging. Het verbeteren van de koopkracht van mensen draagt bovendien volop bij aan de Nederlandse economie.

Loonruimte

Menig metaalbewerkingsbedrijf torst echter de last van de laatst overeengekomen cao, waarin stapsgewijs een loonsverhoging van 8% is vastgelegd. De werkgever, die moeite heeft het hoofd boven water te houden, is ook niet in de positie om zijn kosten integraal te verrekenen in zijn productprijs. Het kleinere metaalbewerkingsbedrijf zit ver achteraan in de toeleveringsketen en heeft weinig invloed op de prijsstelling. Over de loonlast is de Koninklijke Metaalunie in gesprek met de bonden om een eventuele uitbetaling van het salaris in vrije dagen te kunnen doen. Binnen de Metalektro loopt de huidige cao op 1 december aanstaande af. Wat de nieuwe betreft zijn er inmiddels drie gesprekken geweest, waarbij de idee is dat de werkgevers en bonden er wel uitkomen. Er is loonruimte om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Het gaat om het vergroten van de wendbaarheid en weerbaarheid van het bedrijf en zijn medewerkers op de (internationale) markt, én om beter te kunnen inspelen op onvoorziene omstandigheden zoals crises.