Kerk zijn in Brabant

“Door corona worden mensen ineens geconfronteerd met hun eigen kwetsbaarheid. Mensen worden zomaar ziek, zien om zich heen veel mensen doodgaan. Dat heeft een hele grote indruk gemaakt en maakt nog steeds veel indruk”, vertelt Gerard de Korte, bisschop van ‘s-Hertogenbosch. De mensen van zijn bisdom zijn intensief bij de pandemie betrokken. Als voorbeeld noemt hij John van de Laar, de Udense pastoor die vorig jaar landelijke televisie en kranten haalde. In een relatief kleine gemeenschap had zijn parochie in april 2020 in één week tijd elf begrafenissen, waarvan Van de Laar er zeven zelf leidde. De impact daarvan op de samenleving, en dus ook op de kerk, is enorm. “Mensen voelden zich lamgeslagen, maar er is ook veel solidariteit.”

Door: Jeroen van Oort

De verbondenheid tussen mensen bleef.

“Tijdens de eerste lockdown vond ik een keer een foldertje met de tekst ‘Bel ons!’ Het was een handreiking naar mensen die hulp nodig hadden, bijvoorbeeld bij het boodschappen doen, die hier in de Bossche binnenstad werd verspreid. Een mooi teken van verbondenheid binnen de lokale gemeenschap hier.” Het landelijk equivalent is #NietAlleen, waarin Protestantse en Rooms Katholieke Kerk en andere maatschappelijk betrokken groeperingen samenwerken. Zo staan heel veel mensen klaar om anderen te helpen.

Vanuit het franciscaner stadsklooster San Damiano helpt het straatpastoraat veel mensen, ook buiten corona om. Veelal mensen die in de marge leven. De straatpastores steken echt de handen uit de mouwen, zijn voor deze mensen echt in de stad aanwezig. “Dat is ook nodig”, vertelt de bisschop. “Het is goed, dat overheidsbeleid mensen activeert. Als je zelf in je onderhoud kan voorzien, moet je dat ook doen. Er zijn echter ook mensen die zo kwetsbaar zijn, dat je ze niet geactiveerd krijgt. Mensen met psychische problematiek zaten vroeger in een huis. Die voorziening is er nu nauwelijks meer. Een dak, een bed en eten zou iedereen toch moeten hebben? En dat geldt ook migranten. Bed, bad en brood, dat geeft mensen een begin van veiligheid. Dat is toch wel de bodem die de rijke Nederlandse samenleving mensen zou moeten bieden.”

De kerk blijkt oog te hebben voor meer groepen. In Noord-Brabant zijn veel arbeidsmigranten, onder andere veel uit Polen, met een grote mate van kerkelijkheid. Voor deze groep mensen is een Poolse priester aangetrokken die op verschillende plaatsen de mis viert. Ook zij willen trouwen, dopen en al het andere dat bij het kerkelijk leven hoort. Door de mis in het Pools aan te bieden, bouwt de kerk een brug naar deze mensen.

Het afgelopen jaar hebben de lockdowns grote invloed op het kerkelijk leven gehad. De Nederlands bisschoppen hebben in lijn met het kabinetsbeleid strenge restricties opgelegd aan kerkbezoek om verspreiding van het virus tegen te gaan. Tegelijkertijd gingen vieringen met slechts enkele en zonder bezoekers wel gewoon door. Parochianen en andere belangstellenden konden de vieringen via internet bijwonen. De Korte: “Met een organist en twee of vier goede cantors proberen we het toch feestelijk te houden. Via internet leidt dat ook wel tot successen. Waar in sommige normale vieringen maar enkele tientallen mensen aanwezig zijn, woonden soms wel driehonderd mensen een digitale viering bij. Met Pinksteren waren dat er zelfs wel duizend!”

Betrokkenheid op afstand is mooi, uiteindelijk gaat het om persoonlijke betrokkenheid. Die betrokkenheid moeten parochies na de coronacrisis wel weer opbouwen. De mens is principieel een sociaal wezen. Dat is een belangrijk uitgangspunt van de Rooms Katholieke Kerk. Mensen worden gelukkig van elkaar, van het geluk van een ander. De Korte ziet dat als de terrassen na de eerste versoepelingen direct weer volstromen. Ook aan het met elkaar kerkzijn blijft behoefte. Op dit moment denkt het bisdom actief na over de wijze waarop de kerken weer verder kunnen. Via een ideeënbus wisselt het bisdom ideeën van pastores en vrijwilligers over hoe de vleugels weer uitgeslagen kunnen worden uit. In de lockdowns hebben de parochies heel veel gemist, maar er zijn ook nieuwe dingen, nieuwe vormen van kerkzijn geleerd. Daarmee kan de kerk mensen ook op een andere manier bereiken.

De Korte citeert uit de geloofsbelijdenissen van Augustinus:

Gij hebt ons tot U geschapen, en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.”

Mensen worden heen en weer geslingerd tussen een hang naar het eeuwige en onzekerheid, twijfel.Als mensen steeds meer leren en steeds welvarender worden, lopen geloof en kerkelijke betrokkenheid terug. Tegelijkertijd ervaart De Korte nu een ‘nieuwe onbevangenheid’, een nieuw verlangen naar religiositeit als tegenbeweging. Dat zie je aan kleine gebaren als het aansteken van een kaarsje in de kerk. Maar bijvoorbeeld ook door acceptatie in de wetenschap. Lange tijd leken geloof en rede elkaars tegengestelde, maar die tijd is echt voorbij. Dat benadrukken paus Johannes Paulus II in de encycliek Fides et Ratio en onlangs de Tilburgse rector magnificus Wim van de Donk, die katholieke waarden naadloos aan ziet sluiten op maatschappelijke thema’s als klimaatcrisis, de bezinning op economische groei en het herstel van de menselijke maat.

Tilburgse rector magnificus Wim van de Donk