Interview Paul Oudenhooven

‘Onzin, we noemen het gewoon carnaval’

Door: Marike Kerbert

Het verdriet was groot bij carnavallend Nederland in februari 2020. Het waaide zo hard dat veel van de intochten met de metershoge praalwagens niet konden doorgaan. Te gevaarlijk. Vlak daarna was er corona. Maar nog steeds kon niemand vermoeden dat er het jaar daarna weer geen carnaval kon worden gevierd. En dat het nog een jaar later heel onzeker was of het deze keer wél kon. Toch zag Prins Mienus de 14de van Kaaiendonk (Oosterhout) mooie initiatieven opbloeien. Hij is trots op zijn volk, de Smulnarren.

Ineens zijn bijna alle beperkingen opgeheven. Vlak voor carnaval. Prins Mienus zal wel dolblij zijn? Paul Oudenhooven, alias OntzettendHoogheid Prins Mienus de 14de van Kaaiendonk, is even stil na die vraag. “Carnaval kost driekwart jaar voorbereiding. De mensen die de praalwagens maken steken daar al hun vrije tijd in. Dat haal je niet in twee weken in. Maar de grote dingen verschuiven we naar Pinksteren.”

Carnaval is van het volk

Carnaval is van het volk. Prins Mienus herhaalt het keer op keer. En het volk laat zich niet zomaar zijn grote feest afpakken. Toen in de loop van 2020 duidelijk werd dat corona nog wel even zou blijven, ging het twee kanten op, zegt de prins. “Aan de ene kant was er veel negatieve berichtgeving. Je kon elkaar niet eens meer aankijken of je ging dood. Voor een deel klopte het natuurlijk ook, veel dingen konden niet meer.” Maar de andere kant was er ook. De Smulnarren gingen niet bij de pakken neerzitten. Paul: “Het volk is opgestaan. Ik ben daar supertrots op. De creativiteit van het volk is ontzettend aangewakkerd door corona. Ze organiseerden online ballades, een carnavalsquiz online en speurtochten voor de kinderen. Zet een rooie neus op en voor een kind is het carnaval. Er waren meer dan honderd initiatieven.”

Kaailender online

De carnavalsstichting besloot, samen met de partijen waarmee ze altijd samenwerkt, om te faciliteren wat het volk organiseerde. Paul: “Er kwam een Kaailender online, met elke dag tientallen dingen te doen.” Veel Oosterhouters deden het ermee en vierden feest achter hun computerscherm en buiten in de buurten. Toch waren er ook die vonden ‘dat het niet zo hoort’. Die zeiden: als er geen optocht komt, dan lopen wij die optocht wel. Er waren veel mensen op de been, vertelt Paul, “het verkeer lag stil. Hun doelstelling was om toch wat vrolijkheid de huiskamers in te slingeren. Mooi toch? Het was niet uit ongehoorzaamheid.”

Nog steeds zijn er groepen mensen die vinden dat het niet zo ‘hoort’, dat carnaval alleen carnaval mag heten als het gaat zoals het altijd is gegaan. “Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat ik daarmee aan moet”, zegt Paul. “Ik zeg ‘never waste a good pandemic’. Het was een wake-upcall voor carnavalsoranisaties. We kunnen dit jaar de straat op en intussen loopt de Kaailender ook vol. Alles wat bijdraagt aan de vrolijkheid is welkom. Onzin, we noemen het gewoon carnaval.”

Twee keer Carnaval

Dit jaar is het dus twee keer carnaval in Kaaiendonk, een keer met carnaval en een keer met Pinksteren. Met Pinksteren vieren ze carnaval op straat, op de markt, in de Sint-Jansbasiliek en op het gemeentehuis. Daar draagt, zoals altijd, de burgemeester de sleutel van de stad over aan het volk. Mienus mag dan namens het volk ‘regeren’. Met Pinksteren rijden ook de praalwagens door de stad. Paul: “Carnaval is een hele reeks gebruiken en die zijn er niet voor niets. Met carnaval zijn we allemaal gelijk, iedereen is verkleed, het maakt niet uit wie je tegenover je hebt. Dat hele proces van de prins, de muziek, de verkleedpartijen, de bombarie, de intocht, het helpt allemaal om erin te komen. Ik vraag me wel af of dat helemaal lukt als we het in tweeën knippen. Maar ik moet oppassen dat ik geen zuurpruim word.”

Prins Carnaval

De functie van Prins Carnaval is zwaarder geworden door corona, vertelt Paul Oudenhooven. “Eerst sprak je vanaf de Prinsenwagen 20.000 man toe. Nu ben je een hele dag bezig om een filmpje van één minuut te maken. Maar je mist vooral de intiemere momenten. Als prins ga ik bijvoorbeeld langs bij gehandicaptenorganisaties. Ik geniet ervan om even iemand in een rolstoel te omhelzen. Door corona bleef het bij een afstandboks met een mondkapje. Even knielen bij een kind om het over de bol te aaien. Dat kon allemaal niet meer. En dan moesten we ook nog ons geweldige gevolg van ruim veertig personen thuis laten. Ik zal blij zijn als we weer gewoon carnaval kunnen vieren.”

Dit is Pauls zesde jaar als Prins Carnaval. “Ik ben vrij jong voor een prins. Carnaval is gestoeld op gebruiken en tradities. Je moet wel weten hoe het hoort, er zijn er misschien die denken: Prulleke komt ook net kijken.” Normaal gesproken regeert een prins vijf jaar, maar door corona is alles anders geworden. “Het staat nog ter discussie of ik verder ga, maar er moet binnenkort wel een knoop worden doorgehakt. Het moet geen lastminutebeslissing zijn want de impact op je privéleven is groot.”

Prins Carnaval staat namelijk niet alleen ‘aan’ als het carnaval is. Hij trouwt mensen, komt langs aan een sterfbed en doet de polonaise in het bejaardenhuis. Hij gebruikt zijn ‘macht’, zegt hij, om ‘wat vrolijke vonken in het publiek te gooien’. “Die macht van de prins, ik snap het zelf af en toe ook niet. Je bent wel echt iemand. Ze gooien bij wijze van spreken een sprei in de plas zodat je laarzen niet nat worden. Zelfs de meest opgeschoten jongeren voelen toch een beetje die eerbied. Maar zo gauw je voorbij bent, doen ze weer stoer hoor.”

“Het is een gigantisch voorrecht wat je met zo’n pak, elf kilo gebakken lucht en wat sociale vaardigheden voor elkaar kunt krijgen. Ja, ik heb echt aan een sterfbed gestaan in een bejaardenhuis. Het is soms bizar. Er lopen mensen rond met tatoeages die met carnaval te maken hebben. Toch moet je altijd blijven relativeren. Ik kan zelf de deur wel opendoen, maar dat wordt voor me gedaan. Daar moet je in geloven, anders werkt het niet. Maar ook weer niet te veel want dan loop je op een dag met je hoofd tegen die deur aan.”