Door: Jeroen van Oort

Interview Lieke Verhoeven

Met en zonder lockdown genieten van de natuur

Lieke Verhoeven is sinds twee jaar boswachter bij Staatsbosbeheer in De Pelen. Hiervoor was ze ook al boswachter, eerst in de Biesbosch en later in Midden-Delfland. Lieke groeide op het Brabantse platteland op en greep de kans om in Brabant boswachter te worden met beide handen aan. “Ik ben dankbaar dat ik dit werk mag doen en mij mag inzetten voor de natuur”, vertelt ze. “Klimaat en natuur gaan mij aan het hart, daarom heb ik mijn studie bos en natuurbeheer ook op educatie en bewustwording gericht.”

Staatsbosbeheer kent vier verschillende categorieën boswachters. De boswachters ecologie monitoren hoe het met de planten en de dieren gaat. De boswachters beheer maken de beheerplannen en voeren die ook uit. Zij maaien het gras, snoeien bomen en struiken of zorgen voor betere of juist minder goede afwatering. Toezichthouden gebeurt door de buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). Verhoeven is boswachter publiek en heeft tot taak mensen door educatie, recreatie en communicatie met de natuur te verbinden. “Natuur is niet vanzelfsprekend. Ik hoop dat ik er door mijn werk aan kan bijdragen dat we het laatste beetje natuur dat we nog overhebben niet achteruit laten gaan.”

Natuur, geschiedenis en staatsinrichting

De Groote Peel is niet zomaar een beschermd natuurgebied en nationaal park, maar speelt ook een rol in de geschiedenis. De Peelstreek is altijd een nat, ruig moerasgebied geweest dat moeilijk doorgaanbaar was. Het is dan ook geen toeval dat de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Limburg door de Peel loopt. “Het moerasgebied was een natuurlijke grens, daar kon een aantal eeuwen geleden niemand doorheen. Zo werd hier in de loop van de tijd de grens tussen Noord-Brabant en Limburg door de natuur gevormd.” Die natuurlijke grens werd ook door Defensie gebruikt. Voor de Tweede Wereldoorlog werd bijvoorbeeld de Peel-Raamstelling aangelegd. Defensie wilde langs de rivier de Raam een verdedigingslinie hebben om de tegenstander op de grond tegen te kunnen houden. Dat bleek overigens bij het uitbreken van de oorlog door de inzet van vliegtuigen al snel achterhaald. Tijdens de oorlog zaten er veel onderduikers in De Pelen. Ook zijn er soldaten naartoe gevlucht en zijn er veel vliegtuigen neergestort. Van sommige vliegtuigen is nog steeds de exacte locatie niet duidelijk; ze zijn letterlijk in de zachte moerasgrond verdwenen.

Ontginning, verdroging, klimaatverandering en CO2-opslag

De Pelen zijn hoogveengebieden. Hoogveen ontstaat op plekken waar een ondoorlatende laag in de bodem zit. Omdat de plantjes daarbovenop meehelpen het water vast te houden, ontstaat in de loop van de tijd een gebied dat boven het landschap uitsteekt. Zo’n veengebied is van nature door het vastgehouden regenwater erg nat. In de periode tussen 19e en begin 20e eeuw is veel turf weggestoken omdat turf een goede brandstof is. Door het aanleggen van sloten en andere afwateringskanalen kon het veen uitgestoken worden, en uiteindelijk tot turf drogen. Door het droogleggen van de bodem is een groot deel van de bijzondere hoogveennatuur verdwenen, de sponsfunctie van het gebied verdwenen, en ook veel CO2 vrijgekomen. Veen is een veel betere opslag voor CO2 dan bos. Dat komt omdat ook de veenmossen veel CO2 uit de lucht halen en opslaan. Als de plantjes vervolgens sterven, blijven ze in het veen zitten en groeien er weer nieuwe plantjes bovenop. Het CO2 hoopt zich dus letterlijk op. Ook bomen vangen CO2 uit de lucht, maar als die sterven gaat het hout verrotten en komt de CO2 weer vrij. De opslag in hout is dus maar tijdelijk, terwijl de opslag in veen in principe voor altijd is. Alleen door verdroging en verbranding kan de CO2 weer uit het veen vrij komen. Met het beheer van de veengebieden ontstaat dus niet alleen een mooi natuurgebied, het is ook een belangrijke en veel duurzamere opslag van CO2 en water dan bosgebied. In de Pelen worden dan ook verschillende projecten uitgevoerd die als doel hebben om verdroging tegen te gaan. Er worden onder andere kades aangelegd, diepe watergangen gedempt en bomen gekapt. Alle werkzaamheden zijn gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van het regenwater, dat is immers de basis voor hoogveenvorming. Een van de projecten die momenteel door Waterschap Aa en Maas wordt uitgevoerd in opdracht van de Provincie Noord-Brabant is project Leegveld.

Met en zonder lockdown genieten van de natuur

Omdat de Pelen relatief afgelegen gebieden zijn is het er niet vaak té druk zoals bijvoorbeeld op de Veluwe. Ook in de eerste lockdown, toen het zulk mooi weer was, kwamen er weliswaar meer mensen, maar hoefden nooit parkeerplaatsen afgezet te worden omdat het te druk werd. “Toch zagen we wel wat kleine veranderingen. Er leken meer ‘nieuwe’ bezoekers te komen, mensen die misschien voor corona niet zo vaak gingen wandelen, of juist andere plekken opzochten. Regelmatige bezoekers kennen de toegangsregels vaak wel, bijvoorbeeld dat de gebieden alleen tussen zonsop- en zonsondergang toegankelijk zijn. Of dat er geen afvalbakken in de natuurgebieden zijn. Mensen moeten hun afval, zoals mondkapjes of hondendrollen in plastic poepzakjes, dan ook echt meenemen. Dat gebeurde niet altijd, maar gelukkig viel het hier wel erg mee. Ook in de huidige lockdown zijn de natuurgebieden mooie plekken voor een rustig uitje. Staatsbosbeheer legde voor de kinderen educatieve ontdekkingstochten aan. Het onlangs gerenoveerde Kabouterbos is daar een mooi voorbeeld van. Bij het bezoekerscentrum de Pelen kunnen de kinderen een kaboutermuts en knapzak kopen en de route is goed toegankelijk voor kinderwagens en rollators. Ook voor volwassenen zijn er hele mooie wandelroutes uitgezet. De meeste zijn tussen de drie en zes kilometer lang en voeren langs de informatiepanelen en hoogtepunten van het gebied. “Je wandelt dan bijvoorbeeld over de knuppelpaden. Daar kun je echt de sporen van de turfstekers nog zien in de natuur en leren over de geschiedenis van het gebied. Voor de iets fanatiekere wandelaars is een rondje rondom waterplas ’t Elfde zeker een aanrader. Afgelopen jaar is uitkijktoren Belfort de Vossenberg gebouwd. Daarvanaf kun je echt heel mooi en ver over het gebied kijken.”

Verhoeven vindt dat elk seizoen iets heeft: “De prachtige kleuren van de herfst, het leven dat weer op gang komt in het voorjaar. Schitterend! Ik hoop van harte dat mensen van De Pelen komen genieten, dat de gebieden in deze coronatijd kunnen bijdragen aan mentale gezondheid en sociale contacten. En omgekeerd, dat mensen ook na de coronaperiode van de natuur blijven houden, met zorg met de natuur omgaan. Bewustzijn en dankbaarheid voor de natuur zijn belangrijk, want natuur is niet vanzelfsprekend.”