Brabant bouwt anders
Innovatief, duurzaam én op tempo
De Brabantse Dag van het Wonen staat in het teken van innovatief, duurzaam en op tempo bouwen. Oftewel: ‘Brabant Bouwt Anders’. Natuurlijk was dit dan ook hét centrale thema van het (plenaire) mini-symposium dat in de middag werd gehouden. Een prikkelende titel die verwijst naar nieuwe manieren van bouwen; conceptueel, fabrieksmatig, biobased en (dus) versneld, duurzaam en betaalbaar. Vanzelfsprekend gaat het bij deze grote transities ook om nieuwe manieren van (samen)werken bij alle bij de (woning)bouw betrokkenen partijen; van ontwikkelaars tot gemeenten, van bouwers tot corporaties en van aanbieders van nieuwe woonconcepten tot provincie en Rijk.
Industriële woningbouw
Onder leiding van dagvoorzitter Eef Berends trapt Marjet Rutten de middag af door in haar eerste column op te roepen volop in te zetten op industriële woningbouw; woningen die niet op traditionele wijze op locatie worden gebouwd, maar in fabrieken worden geproduceerd en vervolgens razendsnel ter plekke worden geplaatst. Zij vraagt zich af of de processen die we volgen er wel op zijn ingericht om industriële bouw te stimuleren of dat we juist vasthouden aan verouderde denkbeelden en de vooruitgang frustreren? Ze zegt het laatste te vrezen. Ze pleit ervoor de bouwprocessen op z’n kop te gooien en stelt dat opdrachtgevers en gemeenten hun processen moeten aanpassen aan de industriële bouw, o.a. door de (conceptuele) bouwers al aan het begin van het traject te betrekken.
Onder de titel ‘Brabant bouwt Anders’ organiseert de provincie Noord-Brabant op 14 november de Brabantse Dag van het Wonen. Centraal staat de opgave om in Brabant tot 2035 150.000 woningen te bouwen. Het kabinet stuurt ondertussen op sneller, slimmer en met minder regels bouwen. In dit licht geven Berend de Vries en Sacha Ausems vanuit BrabantAdvies, in een opiniestuk in het Brabants Dagblad, een belangrijke boodschap mee. Klik hier.




Brabant bouwt anders panel
In het ‘Brabant-bouwt-anders-panel’ werd dit beaamd door Suzan van de Goor (wethouder Wonen in Waalre), die daarbij refereerde naar het succesvolle initiatief WoonST. Robert van der Doelen van Barli reageerde instemmend door aan te geven dat ook hij merkt dat er echt een omslag gaande is en het conceptueel, fabrieksmatige bouwen meer en meer wordt omarmd. Dat ziet ook Karo van Dongen van woningcorporatie Alwel, waarbij hij ook wijst op de bijzondere positie en maatschappelijke verantwoordelijkheid van corporaties om mee te bewegen met deze omslag.
De stemming met gekleurde kaartjes liet zien, dat de (volle) zaal het overwegend eens is met deze stelling.
In haar tweede column gaat Marjet Rutten in op het CO2-budget, dat – gelet op aanstaande Europese regelgeving – in rap tempo opraakt. Zij vindt dat de bouwsector veel meer de basis zou moeten vormen voor een duurzame samenleving. Door andere manieren van bouwen én met natuurlijke materialen kunnen we zelfs ‘CO2-positief’ bouwen. Marjet stelt dan ook dat gemeenten met een CO2-budget zouden moeten werken voor de nog te realiseren woonruimte. Hierop werd in de zaal wisselend gereageerd. Het woord moeten gebruiken we namelijk niet graag in Brabant. Maar we willen en kunnen het wel! Gedeputeerde Wilma Dirken ziet dat laatste ook. Zij is geen voorstander van nog meer regels en bovenwettelijke eisen, maar wil graag aansluiten op de vele goede initiatieven en voorbeelden die er nu al zijn. Voor de provincie ziet zij een rol weggelegd om die innovatieve ontwikkelingen te ondersteunen en te stimuleren en bij te dragen om die nieuwe technieken gezamenlijk (verder) op te schalen en zo ook langs die lijnen de woningbouw in Brabant te versnellen.


