
Brabants Bodem laat boer, bodem en biodiversiteit floreren
Met succes wordt binnen het programma Brabants Bodem inmiddels vijf jaar gewerkt aan de verduurzaming van de landbouw. Met een tiental deelprojecten krijgen agrarische ondernemers nieuw perspectief, terwijl ook bodem, water, landschap en klimaat hiervan profiteren. “Dit is een voorbeeld voor Nederland."
Brabants Bodem is een van de vijf focusprogramma’s van Van Gogh Nationaal Park. Dit is globaal gesitueerd tussen Breda, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. De focusprogramma’s moeten leiden tot een aantrekkelijk, waardevol en toekomstbestendig landschap. Eén project van Brabants Bodem is ondertussen uitgebreid naar de hele provincie. Daarover later meer.
‘Wisselwerking tussen landbouw en natuur’
Hoewel het programma dus zijn eerste lustrum viert (zie kader), gaat het eigenlijk terug naar 2017. Het provinciebestuur nam toen het stallenbesluit, met een aanscherping van de uitstooteisen voor veestallen. Initiatiefnemers Brabants Landschap en ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie) voelden de noodzaak om ‘handelingsperspectief te bieden aan boeren die willen verduurzamen, om daarmee (opnieuw) zwarte cijfers te schrijven’.
Dat zegt Jan Buys van de provincie Noord-Brabant, tot begin dit jaar de programmamanager van Brabants Bodem. “Met name voor de kleinere agrarische bedrijven in Midden-Brabant”, vervolgt hij. “Zij hadden eerder gezorgd voor het ontstaan van het cultuurlandschap. Die positieve wisselwerking tussen landbouw en natuur moest terugkomen.”

Jan Buys, voormalig programmamanager Brabants Bodem provincie Noord-Brabant
Biodiversiteitsmonitor dé grote drager
Het leidde in 2020 tot het samenwerkingsproject Brabants Bodem. Kernpartners zijn de provincie Noord-Brabant, Brabantse Milieufederatie, ZLTO, Brabants Landschap en de Brabantse waterschappen. Zij worden bij de deelprojecten terzijde gestaan door een brede schil van organisaties.
Dé grote drager van Brabants Bodem is in de ogen van Buys de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij (BBM): het vertalen van de agrarische bedrijfsvoering naar impact op biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit. Dit gebeurt aan de hand van 13 kritische prestatie-indicatoren (KPI’s, meetbare waarden).
”Boeren krijgen de ruimte om met eigen kennis en vakmanschap invulling te geven aan deze doelen.”
Met eigen vakmanschap invullen
De prestaties die hiermee worden geboekt, leveren punten op. En goed scoren op de KPI’s leidt uiteindelijk tot meer duurzaamheid in de landbouw. “Brabants Bodem is hiermee behoorlijk succesvol”, vertelt de voormalige programmamanager. “Inmiddels draait BBM in heel Brabant en doen er 500 melkveehouders aan mee.”
Boeren krijgen de ruimte om met eigen kennis en vakmanschap invulling te geven aan deze doelen. Buys: “Dat is iets wat je het liefst ziet ontstaan: de boer niet voorschrijven hoeveel mest-ie maximaal mag uitrijden, maar hem of haar het bedrijf zodanig laten runnen dat het een positieve impact heeft op de kwaliteit van bodem, water, lucht. Op landschap en biodiversiteit.”
Landschapslabel
Een ander groot project is agroforestry of boslandbouw. Bomen en struiken worden daarbij bewust gecombineerd met landbouwgewassen of veeteelt, op hetzelfde stuk land. Doelstelling was eerst dat 25 agrarische ondernemers daarmee aan de slag zouden gaan, met een aanleg van minimaal 30 hectare. Later zijn daaraan nog zes voedselbossen toegevoegd.
Naast BBM en agroforestry wordt er gewerkt aan vernieuwende initiatieven, ook in de akker- en tuinbouw. Buys noemt onder meer het Van Gogh Nationaal Park-label. Dit wordt in samenwerking met Brabants Streekgoed toegekend aan streekproducten die aan bepaalde duurzaamheidscriteria voldoen. De extra inkomsten die dit oplevert, dragen ook bij aan landschapsverbeteringen.
”Er is bij verschillende organisaties een gemeenschappelijke taal ontstaan om duurzaamheid te beoordelen.”
‘Iedereen doet water bij de wijn’
“Ik ben superenthousiast over het project”, zegt Martin Bouwman. Bij Waterschap De Dommel is hij beleidsadviseur landbouw. Het doel van Brabants Bodem is weliswaar veel breder dan alleen water, toch heeft het waterschap volgens hem er volmondig ja tegen gezegd en besloten niet voor het eigen belang te gaan. “Iedereen moet in zo’n proces water bij de wijn doen en dat is het unieke.”
Zelf was Bouwman betrokken bij het deelproject Gebiedsanalyse. Daarbij zijn de kansen van het gebied in kaart gebracht, de verhouding natuur-agrarisch en welke specifieke problemen er spelen. Op dit moment doet bureau Het PON & Telos onderzoek naar een gebied van zo’n 250 vierkante kilometer tussen Sint-Oedenrode en Oirschot, waarin water wel een hoofdrol speelt.

Martin Bouwman, beleidsadviseur landbouw bij Waterschap De Dommel
Onderzoek naar compensatie boeren
Bouwman: “Wanneer je landbouwgrond als waterberging gebruikt, moet op die plek de gewaskeuze aangepast worden en levert de boer een dienst aan de maatschappij. Hiervoor moet de boer worden gecompenseerd.” Het onderzoek van Het PON & Telos richt zich op het vaststellen van passende vergoedingen, rekening houdend met regelgeving rondom staatssteun.
“In dit gebied zie je natuur, landbouw, stedelijk gebied en bijvoorbeeld ook spoorwegen en de snelweg A2. Er zitten ook allerlei teelten bij: gras, akkerbouw en boomteelt. Bovendien kenmerkt het zich door onder meer beekdalen. Daardoor is het gebied geschikt om een beeld te krijgen van de ecosysteemdiensten, zoals waterberging, die daar geleverd kunnen worden”, aldus Bouwman.
”Wat we in Brabant voor elkaar hebben gekregen is een voorbeeld voor Nederland. ”
‘Veelbelovende samenwerking’
Net als de waterschappen heeft ook Brabants Landschap – één van de initiatiefnemers – een plek in het bestuurlijk overleg en uitvoeringsteam van Brabants Bodem. Carlo Braat, senior projectleider landelijk gebied van deze natuurbeschermingsorganisatie, vindt het belangrijk dat Brabants Landschap kan meedenken bij en meewerken aan de verduurzaming van de landbouw.
Braat looft de samenwerking tussen de diverse organisaties op bestuurlijk niveau binnen Brabants Bodem: “Maar we hebben ook een klankbordgroep met tien agrariërs, die betrokken worden bij de doorontwikkeling van het programma. Wat mooi is om te zien, is dat er bij verschillende organisaties een gemeenschappelijke taal is ontstaan om duurzaamheid te beoordelen.”

Carlo Braat, senior projectleider landelijk gebied bij Brabants Landschap
Staatsbosbeheer en Brabants Landschap zijn ook in gesprek met hun pachters. Brabants Landschap heeft 300 pachters aangeschreven met de boodschap: wij hebben grond en willen bedrijven stimuleren om te verduurzamen. Braat: “Van die 300 willen er 60 plaatsnemen in een klankbordgroep om mee te denken. Dat is veelbelovend.”
Verbreding naar akker- en tuinbouw
Hij kijkt ‘met een superpositieve insteek’ naar de toekomst: “Wat we in Brabant voor elkaar hebben gekregen is een voorbeeld voor Nederland. Nu moeten we zorgen dat we dit kunnen continueren.” Martin Bouwman beaamt dat: “Dit is een goede methode die toepasbaar is in heel Nederland.”
Brabants Bodem wil in de komende beleidsperiode 2026-2029 in ieder geval ook een systeem met KPI’s doorzetten naar de akker- en tuinbouw. “Het zijn geen gescheiden sectoren, maar regionale netwerken van samenwerkende ondernemers die percelen uitwisselen om gewassen te telen”, zegt Jan Buys tot slot. “Daarin is nog wel een slag te maken. Daarom is het heel belangrijk dat die verbreding er komt.”
Nieuwe programmamanager en dubbel symposium
Jan Buys is als programmamanager van Brabant op 1 februari jl. opgevolgd door Liza Simons. Zij runt een natuurinclusief melkveebedrijf in De Mortel en werkt in de agrarische sector als projectleider. Op woensdag 2 juli wordt er in Boxtel, mede in het kader van 5 jaar Brabants Bodem, een (besloten) dubbel symposium gehouden: Brabants Bodem en Brabant Behaagt in Van Gogh Nationaal Park. Een van de thema’s is dan de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij.