Circulaire ambachtscentra bieden volop kansen

Meer halen uit wat er al is

In Brabant ontstaan steeds meer plekken waar hergebruik, vakmanschap en innovatie samenkomen. In deze circulaire ambachtscentra gebeurt iets essentieels voor de circulaire economie: spullen blijven langer in gebruik. Kapotte wasmachines worden gerepareerd. Gebruikt hout krijgt een nieuwe bestemming. En grondstoffen krijgen een tweede leven. Voorbeelden uit Meierijstad, Roosendaal en Breda laten zien hoe deze initiatieven het verschil maken. Ze zorgen dat materialen langer meegaan en bieden kansen voor scholing en werk. Én ze leveren waardevolle lessen op voor andere gemeenten, ondernemers en organisaties.

Roze spullenzak

In Meierijstad kunnen inwoners kleine spullen apart aanbieden in de roze spullenzak. Zoals drinkbekers, pennen, klein elektronisch afval en tempex (piepschuim). De gemeente haalt de zakken op en sorteert de inhoud, zodat belangrijke grondstoffen niet in het restafval verdwijnen. Een deel gaat naar de kringloop, textielsortering of recycling. Alleen wat echt niet bruikbaar is, blijft restafval. Volgens Monique van den Biggelaar, projectleider en beleidsontwikkelaar bij de gemeente Meierijstad, maakt de roze zak inwoners bewuster van wat ze kopen, gebruiken en wegdoen. “Doordat ze niet zelf hoeven te beoordelen wat herbruikbaar is, blijft de aanpak laagdrempelig.”

Monique van den Biggelaar

Projectleider Monique van den Biggelaar in loods
Projectleider Pieter Reus met speelgoed mitrailleur

Veel minder restafval

De eerste resultaten zijn opvallend. Projectleider Pieter Reus vertelt dat het restafval afneemt met 75%. Daarnaast groeit hergebruik en krijgt de gemeente nieuwe inzichten in wat inwoners weggooien. “En de bewoners zijn er ook blij mee”, zegt hij. “De waardering over het afvalbeleid is van een magere 6 naar een 9,5 gestegen.”

Het gaat om ongeveer 14 kilo spullen per inwoner per jaar die niet meer automatisch in de verbrandingsoven belanden. Voor Meierijstad is het tegelijk een leertraject. Samen met kennisinstellingen, Rijkswaterstaat en adviseurs onderzoekt de gemeente de 50 afvalstromen. “Je móét het een keer helemaal uitzoeken”, zegt Van den Biggelaar. “Pas dan zie je hoeveel kansen er in die stromen zitten.” De provincie helpt door kennis te delen, onderzoek te steunen en opschaling mogelijk te maken.

Pieter Reus

“We proberen grondstoffen zo lang mogelijk in de kringloop te houden”

Witgoed met toekomst

In Roosendaal krijgt circulariteit vorm in de reparatie van witgoed. Bij Stichting De Kringloper ziet directeur Robbert van Walsum hoeveel waarde er nog in gebruikte spullen zit. Jaarlijks worden hier 5 miljoen kilo goederen ingezameld; slechts 15% eindigt als restafval. “We proberen grondstoffen zo lang mogelijk in de kringloop te houden”, vertelt Van Walsum. “Bij elektrische apparaten halen we onderdelen en materialen terug, zodat anderen ze opnieuw kunnen gebruiken.”

Directeur Robbert van Walsum in werkplaats

Robbert van Walsum

Vooral witgoed is kansrijk. Samen met witgoedproducent BSH (Bosch Siemens) en de gemeente Roosendaal werkt De Kringloper aan een aanpak waarin medewerkers gebruikte apparaten repareren en opnieuw verkopen. “De vraag naar refurbished apparaten is groter dan het aanbod”, zegt Van Walsum. “Alles wat we opknappen, vliegt de deur uit.” Dankzij de samenwerking met BSH mag De Kringloper zich ‘premium refurbisher’ noemen: de stichting voldoet aan de kwaliteitsnormen en krijgt toegang tot onderdelen en kennis.

Unieke opleiding

Om het witgoed langer te gebruiken, zijn goed opgeleide reparateurs nodig. Daarom werkt De Kringloper samen met de regionale mbo-opleiding Curio aan een unieke praktijkgerichte opleiding installatietechniek, die in januari begint. Het is de eerste keer in Nederland dat een kringlooporganisatie, een mbo-opleiding en een fabrikant samen zo’n opleiding opzetten. Curio verzorgt de theorie, terwijl studenten in de werkplaats van De Kringloper aan echte apparaten werken. Ze zoeken storingen op, vervangen onderdelen en beoordelen volgens de normen van BSH of het apparaat veilig en opnieuw de markt op kan. Volgens Van Walsum is juist die koppeling tussen circulariteit, onderwijs en werk belangrijk. “Er is veel vraag naar reparateurs”, vertelt hij. “Daarbij zijn niet alleen technische vaardigheden belangrijk, maar ook sociale vaardigheden in het contact met klanten en collega’s.”

“Het is zonde als hoogwaardig hout in de verbrandingsoven eindigt”

Waardebehoud

Wie Buurman Breda binnenloopt, ruikt direct het hout. In de stellingen liggen balken, plaatmateriaal, gevelbekleding en planken, klaar voor hergebruik. Oprichters Joost Dingemans en Ruth Stijns laten zien hoeveel waarde er nog zit in materialen die anders in de afvalstroom belanden. “We willen dat mensen eerst bij Buurman kijken en daarna pas naar de bouwmarkt gaan”, zegt Stijns. Een sportzaalvloer kan hier een tweede leven krijgen als tafel. Balkhout uit een oud pand wordt opnieuw bruikbaar materiaal. En hout uit Brabant krijgt een bestemming dicht bij huis. Voor de oprichters draait alles om waardebehoud. “Het is zonde als hoogwaardig hout in de verbrandingsoven eindigt”, vindt Dingemans. Daarom kijken ze hoe hout zo goed mogelijk terug de keten in kan.

Oprichters Joost Dingemans en Ruth Stijns

Joost Dingemans en Ruth Stijns

Regionale aanpak

Buurman Breda is meer dan een winkel. Het is een circulaire bouwmarkt, werkplaats, ontmoetingsplek en kenniscentrum ineen. Bezoekers komen voor materialen, maar ook voor workshops, cursussen en inspiratie. Die praktische kant is belangrijk. Niet iedereen heeft thuis ruimte, gereedschap of ervaring om zelf met hout aan de slag te gaan. In de werkplaats leren deelnemers zagen, boren, schroeven en afwerken. Zo wordt circulariteit tastbaar; niet als abstract begrip, maar als iets wat je zelf kunt doen.

Ook de regionale aanpak valt op. Buurman werkt samen met de gemeente, aannemers, sloopbedrijven, particulieren en onderwijs. Zo leverde de organisatie materialen voor een nieuw bordes bij de Greenhopper van de gemeente Breda: een tiny house waarmee de gemeente door wijken trekt om inwoners te informeren, bijvoorbeeld over milieusubsidies. Studenten van de BouwSchool maakten er een toegankelijk bordes met rolstoelhelling van. Het laat zien hoe Buurman werelden bij elkaar brengt: materiaalstromen, vakmanschap, onderwijs en lokale initiatieven.

Ruth Stijns aan het werk met hout
Joost Dingemans en Ruth Stijns achter houten balie

Bewustwording

Volgens Dennis Hermans, projectleider Circulaire Economie bij de provincie Noord-Brabant, laten de projecten in Meierijstad, Roosendaal en Breda goed zien waarom circulaire ambachtscentra belangrijk zijn. Ze gaan niet alleen over minder afval, maar ook over waardebehoud, vakmanschap, werk en bewustwording. “Veel producten eindigen nu nog in de verbrandingsoven”, zegt Hermans. “Daarmee gaat waarde verloren: grondstoffen, materialen en economische kansen. Circulaire ambachtscentra in Brabant laten zien dat het anders kan.”

De provincie ondersteunt zulke initiatieven financieel, denkt mee, verbindt partijen en deelt kennis. Veel initiatieven worstelen met dezelfde vragen. “Door ervaringen te delen, hoeven partijen het wiel niet steeds opnieuw uit te vinden”, aldus Hermans. Zo werkt Brabant aan een toekomst waarin grondstoffen langer meegaan, afval minder vanzelfsprekend wordt en hergebruik een logische keuze is.

Lees meer over circulaire economie

Deel deze pagina via

Abonneer je nu op Brabant Magazine!

Schrijf je gratis in en ontvang 5 keer per jaar dit magazine in je mail.

Word gratis abonnee