Twee meningen over:
de verstedelijking van Brabant
In de rubriek ‘Twee meningen’ laten we steeds twee deskundigen of betrokkenen aan het woord over een thema.


In de rubriek ‘Twee meningen’ laten we steeds twee deskundigen of betrokkenen aan het woord over een thema. Deze keer: de verstedelijking van Brabant. Hoe krijgen we die een stap verder?
Met Manus Barten, partner en medeoprichter van Studio Bereikbaar en Marleen van Dongen, planoloog en stedenbouwkundig adviseur bij De Zwarte Hond.
Verstedelijking: hoe pak je die slim aan?
Brabant staat als tweede stedelijke regio van Nederland voor grote, complexe opgaven. De woningbouw in de dorpen en steden staat flink onder druk. En ook wat betreft leefbaarheid, gezondheid, natuur, landbouw, klimaat, de energietransitie, de circulaire economie en mobiliteit is er werk aan de winkel. De uitdaging: steden en dorpen slim én in samenhang ontwikkelen. Want: steden hebben dorpen nodig en dorpen steden. Maar hoe pak je die duurzame verstedelijking integraal aan? En hoe zorg je ervoor dat de Brabander in alle ontwikkelingen centraal blijft staan?

Manus Barten
Partner en medeoprichter van Studio Bereikbaar in Rotterdam.
“De autonetwerken kunnen en willen we niet meer uitbreiden.”

Marleen van Dongen
Planoloog en stedenbouwkundig adviseur bij De Zwarte Hond in Rotterdam
“We moeten slimmer nadenken over hoe je betaalbare nieuwbouw kunt toevoegen.”
Directe winst
Brabant zet in op slimme en duurzame verstedelijking. Doel: de provincie leefbaar houden én van nationaal belang blijven als tweede economische motor van Nederland. Hiervoor is het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 opgesteld, inclusief vier regionale strategieën. Als expert op het snijvlak van ruimtelijke ontwikkeling, woningbouw en bereikbaarheid was Manus Barten van Studio Bereikbaar nauw betrokken. “Het Ontwikkelperspectief geeft letterlijk een beeld van hoe de verstedelijkingsopgave er de komende 15 jaar uit kan zien én hoe je daar komt. Dat de provincie en de regio’s hierin samen optrekken met het Rijk, is directe winst: het maakt grootschalige verstedelijking financieel mogelijk en biedt slagkracht om woningbouw te realiseren.”
Schaalsprong
Startpunt voor het Ontwikkelperspectief is de woonopgave: tot 2040 moeten er in Brabant 120.000 woningen bij komen. In combinatie met de uitdagingen rondom het klimaat, de energietransitie en mobiliteit gaat het om een complexe opgave. “De autonetwerken kunnen en willen we niet meer uitbreiden, zoals dat decennialang gebeurde”, schetst Barten. “Neem de wegen rond Eindhoven; die zijn al een keer verdubbeld met extra fly-overs. Dat kun je niet nog een keer doen. Terwijl die stad wel een enorme schaalsprong moet maken en over 25 jaar bijna anderhalf keer zo groot is. De vraag is dus hoe je die mobiliteit op een andere manier kunt regelen. Dit betekent dat de verstedelijking gepaard moet gaan met een transitie in mobiliteit, en dat zie je al gebeuren.”

“Een goede stad heeft alles te winnen bij hoe het groen in en om de stad is vormgegeven.”
Manus Barten
Piekbuien en hittestress
Datzelfde geldt voor de groenblauwe opgave: het groener en blauwer maken van Brabant door het toevoegen van natuur en water. “Door klimaatverandering nemen piekbuien en overstromingsrisico’s toe, maar ook de hittestress. Tijdens het opstellen van het Ontwikkelperspectief kwam het besef dat er te veel werd gedacht in een agenda voor verstedelijking en een voor het landelijk gebied. Maar door die twee te combineren, versterken ze elkaar juist. Een goede stad heeft alles te winnen bij hoe het groen in en om de stad en de verbinding met het buitengebied is vormgegeven. En het buitengebied kan weer profiteren van de stedelijke economie. Dat was wel een waardevol inzicht.”
Groene verbinding
Kortom: steden en dorpen hebben elkaar nodig. “In de regio Breda, bijvoorbeeld, merk je dat hoe dichter je bij de stad komt, hoe meer het buitengebied functies ontwikkelt die gericht zijn op de stad”, zegt Barten. “Van ‘kopen bij de boer’ tot horeca in het groen en recreatieve fietsroutes. De manier waarop de stad is verbonden met het buitengebied is dus superbelangrijk. Is er sprake van hoogwaardig groen en mooie verbindingen? Of ligt er een snelweg tussen? Een fantastisch voorbeeld is ook ’s-Hertogenbosch met natuurgebied het Bossche Broek en de rivier de Dieze die tot in de stad loopt. In middelgrote steden, zoals Waalwijk en Oss, is die groene verbinding door de verstedelijkingsstrategie op de agenda gekomen.”

“Brabant heeft de grens nog lang niet bereikt.”
Groeibriljant Eindhoven
En juist dat groen én de kwaliteit van de openbare ruimte is essentieel om een groeiende stad leefbaar te houden, aldus Barten. “Als het gaat over verstedelijking, is vaak de vrees dat het een enge, grote, drukke metropool wordt. Maar maak je een stad aantrekkelijk met veel groen, goede verbindingen met het buitengebied en fijne openbare ruimte dan kun je best in hoge dichtheden bouwen.” Vraag is wel tot hoever je daarmee kunt gaan. Het succes van groeibriljant Eindhoven, met chipmachinefabrikant ASML als spil, betekent de komende jaren tienduizenden banen extra. En dus fors meer inwoners. Maar waar zit de grens? “Die heeft Brabant nog lang niet bereikt”, zegt Barten. “Je kunt ook heel aantrekkelijke steden hebben van een miljoen mensen. Als je maar kwaliteit maakt en rekening houdt met groen en een slim mobiliteitssysteem. In de plannen van Eindhoven is veel minder ruimte voor verkeer, en daarmee meer ruimte voor verblijven.”
Naoorlogse wijken
Volgens Barten hebben de Brabantse steden nog volop groeipotentie. “Kijk naar de naoorlogse wijken; die zijn gebouwd in een tijd dat gezinnen twee tot drie keer zo groot waren als nu. Daar kun je iets mee. Er zijn goede voorbeelden waarbij zo'n wijk een stuk aantrekkelijker is geworden en ruimtelijker aanvoelt, terwijl er zomaar anderhalf keer zoveel woningen zijn gecreëerd. Daarmee neemt ook het draagvlak voor voorzieningen toe, wat weer goed is voor de leefbaarheid.” Ook in dorpen is nog veel ruimte. Omdat Brabant een verbonden systeem is, zijn die dorpen onderdeel geworden van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant, vertelt Barten. “Want de schaalsprong van steden betekent ook iets voor de dorpen. Dat wordt uitgewerkt in de Brabantbrede Dorpenstrategie. Die volgt dezelfde logica: het draait om de wisselwerking tussen stad en dorp, om hoe ze elkaar kunnen versterken en om hoe je nieuwe woningen gebruikt om het bestaande beter te maken.”

“We denken nog vaak in hokjes.”
Marleen van Dongen
Dorpenstrategie
Ontwerpbureau De Zwarte Hond, voor architectuur, stedenbouw en strategie, is er druk mee bezig: het opstellen van een Brabantbrede Dorpenstrategie. Als onderdeel van het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040. Eind 2025 moet er een gereedschapskist zijn met instrumenten om de leefbaarheid en vitaliteit van dorpen te verbeteren. “De eerste fase stond in het teken van het samen ontdekken”, vertelt Marleen van Dongen van De Zwarte Hond in Rotterdam. “Daar hoorde het definiëren van een aantal begrippen bij: wat verstaan we precies onder een dorp? Wat betekenen leefbaarheid en vitaliteit? En hoe meten we die? We gebruikten hiervoor beschikbare data en geografische informatiesystemen (GIS). Zo zien we op kaart voor elk dorp hoe het ervoor staat en waar eventuele knelpunten zitten.”
Hokjesdenken
De volgende fase draait om de ontwikkeling van de instrumenten. Zoals een multifunctionele accommodatie voor verschillende sociaalmaatschappelijke voorzieningen en functies. “Neem een schoolgebouw dat alleen overdag in gebruik is. Of een welzijnshuis dat juist in de avonduren open is”, schetst Van Dongen. “Waarom niet die functies onderbrengen in één gebouw en dan het schoolplein zo inrichten dat het ook voor sport of de zaterdagse markt in te zetten is? We denken nog vaak in hokjes, terwijl het grofweg om dezelfde verenigbare wensen gaat op het gebied van ruimte. Zo’n accommodatie levert een efficiëntere exploitatie op én winst op sociaal vlak. Omdat er op die plek meer gebeurt, komen mensen elkaar vaker tegen. En dat is weer goed voor de gemeenschapszin.”
“De kunst in de Brabantbrede Dorpenstrategie is de juiste balans te vinden.”
Sociale samenhang
Nog een voorbeeld: in gesprek gaan over laad- en lostijden voor de logistiek in dorpskernen. Van Dongen: “Veel winkels zitten in het hart van het dorp. Dat levert best wat hinder en gevaarlijke situaties op als er de hele dag verkeer doorheen gaat voor bevoorrading en levering van pakketjes. Waarom niet met ondernemers het gesprek aangaan om te kijken of dat slimmer te organiseren is? Bijvoorbeeld door alleen in de ochtend te laden en lossen. De winst is dat die dorpsstraten meer een gebruiksruimte worden, waar misschien plek is voor een bankje. Je verbetert zo niet alleen de veiligheid, maar ook de sociale samenhang.”
Juiste balans
De kunst in de Brabantbrede Dorpenstrategie is de juiste balans te vinden: tussen het unieke karakter van de dorpen aan de ene kant en de algemene kenmerken en uitdagingen aan de andere kant. Onder die laatste categorie valt de eenzijdige woningvoorraad. “Het gaat in dorpen vooral om wat grotere huizen met meerdere verdiepingen, vaak uit de jaren 60 en 70”, aldus Van Dongen. “Naast verduurzamen van die woningen, speelt de vraag of ze geschikt zijn om levenslang in te blijven wonen. Want dat is het beleid: zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen.”

“‘Een dorp is natuurlijk altijd onderdeel van een groter systeem.”
Torenhoge prijzen
Tegelijkertijd kunnen starters moeilijk een huis kopen vanwege de torenhoge prijzen. Om beweging te krijgen in de woningmarkt, moeten we volgens Van Dongen toe naar andere, compactere woontypen. “Een jaren 60 woning zou je makkelijk kunnen splitsen, maar dat moet dan wel juridisch mogelijk worden. En denk ook aan het optoppen van woningen, wat al veel gebeurt, en het toestaan van mantelzorgwoningen in de achtertuin, waarvoor veel gemeenten nog huiverig zijn. We moeten slimmer nadenken over hoe je betaalbare nieuwbouw kunt toevoegen. Dat geldt in dorpen, maar net zo goed in steden.”
Kennisdeling
Overigens is het volgens Van Dongen niet overal kommer en kwel. “Er wordt in veel dorpen gewoon heel fijn gewoond. Het gaat erom hoe je dat bestendigt én hoe we daarin van elkaar kunnen leren. Dat is het mooie van de Dorpenstrategie: het gaat ook om kennisdeling.” Bij de ontwikkeling van de instrumentenkoffer is de integrale aanpak de grootste uitdaging. “We zoeken geen schroevendraaiers, maar multitools: gereedschappen die meerdere problemen tegelijk oplossen”, zegt Van Dongen. “Om te voorkomen dat er bij iedere nieuwe woning drie auto’s op de oprit staan, moeten we dus ook de mobiliteitstransitie meenemen. Hetzelfde geldt voor klimaatadaptatie, economie en verduurzaming. Ons uitgangspunt is: het nieuwe moet het bestaande helpen.”
Stedelijke trekjes
De Dorpenstrategie is niet alleen toepasbaar op dorpen. Veel van de vraagstukken spelen ook in stedelijke woonwijken. Van Dongen: “Een dorp is natuurlijk altijd onderdeel van een groter systeem, waaraan mensen economisch, sociaal en functioneel verbonden zijn. Binnen een regio kan een stad niet zonder dorpen en een dorp kan niet zonder de stad. Je ziet ook dat de lijn tussen wat stedelijk en wat dorps is, zachter wordt; dorpen hebben steeds meer stedelijke trekjes en steden hebben tegelijkertijd ook dorpse kenmerken. Daarom omarmen wij ook volledig het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant. De opgaven waar we voor staan, stoppen niet bij de dorpsgrens.”
Deel deze pagina via
