Brabantse aanpak leegstand

Een lege stal is óók een kans

Lege winkels of stallen koppel je niet snel aan ‘kansen’. Wel met verloedering en (drugs)criminaliteit. Met de Brabantse Aanpak Leegstand gloort er hoop aan de horizon om deze tendens ten goede te keren. Bij deze aanpak is leegstand het startpunt van een bredere gebiedsontwikkeling. Die moet leiden tot woningbouw, natuur, verbeterde leefbaarheid en economische kansen.

Suzanne van Lith en Marc van de Ven zijn lid van het team Leegstand en transformaties van de provincie Noord-Brabant. Dit team werkt aan veranderingen (transformaties) in zowel de binnensteden als in het buitengebied. “We zien hoe het buitengebied verandert en hoeveel partijen de urgentie voelen daar wat mee te doen”, vertellen ze. Marc: “Dat gevoel van urgentie is goed nieuws. Er ontstaat ruimte om nieuwe wegen te bewandelen en voor ontwikkeling. En aan die ruimte is behoefte, want er zijn allerlei maatschappelijke vraagstukken gaande zoals de klimaatverandering, de woningopgave en de energietransitie. Wat nou als we die vraagstukken in het buitengebied koppelen aan de kwestie van de lege en nog vrijkomende stallen?” Verbinding creëert kansen Het maken van die koppeling vraagt volgens Suzanne wel om afgewogen keuzes. En om oog hebben voor de individuele belangen van boeren. “We hanteren daarom twee schaalniveaus: de gebiedsgerichte aanpak met meerdere partijen en de individuele aanpak waarbij de problemen van de boeren worden opgelost. Deze niveaus moeten we goed aan elkaar verbinden.” Volgens Marc zijn de individuele trajecten van boeren vaak zwaar. “Zij zijn, met hun gezin, soms al jaren bezig met een proces van nadenken over hun toekomst. Ze zien leegstand niet per se als een kans. Door hun zorgen over hun bedrijf mee te nemen in een grotere gebiedsontwikkeling worden het gedeelde zorgen voor meerdere partijen. Daardoor ontstaan er kansen voor meerdere mensen.”

Richting geven, beweging creëren, mogelijk maken Voor zo’n gebiedsontwikkelingsproces bestaat geen blauwdruk. Wat de provincie wel altijd doet: 1. Richting geven: in beeld te brengen van het verhaal van de eigenaar van een lege stal én dat van het gebied, inclusief de belangrijkste opgaven daar; 2. Beweging creëren/stimuleren: een haalbaar toekomstbeeld schetsen van de eigenaar, zijn locatie, de buurt en het dorp; 3. Mogelijk maken: participeren (onder voorwaarden of bij experimenten) in een gebiedsontwikkeling met een lening, een andere voorziening of de inzet van kennis en netwerk.

Rollen en verantwoordelijkheden Het provinciale programma Leegstand is er al sinds 2015. Bij het opstellen ervan formuleerde de provincie vier – nog altijd actuele – uitgangspunten: 1. De gemeente is de eerste overheid in de aanpak van leegstand; 2. De eigenaar is verantwoordelijk voor zijn eigen bedrijf of initiatief; 3. Niet alle leegstand is oplosbaar (sloop is ook een optie); 4. Er liggen kansen door verbinding te zoeken met andere opgaven. Marc: “Stel, een dorp wil zelfvoorzienend worden in energie. Dan kunnen ‘energielandschappen’ een optie zijn. Daar is samenwerking voor nodig met meerdere boeren, bijvoorbeeld om zonnevelden te ontwikkelen in ruil voor sloop van hun stallen. Als de goedkopere stroom vervolgens wordt afgenomen door de dorpsbewoners snijdt het mes aan meerdere kanten.” Deze oplossing maakt het verkrijgen van draagvlak voor zonnevelden makkelijker. “Maar”, benadrukt hij, “in zulke trajecten moet het nog steeds altijd om een totale afweging gaan. Zon op land is immers niet vanzelfsprekend, zelfs niet als iedereen het erover eens is.” Meer weten over leegstand en stedelijke transformaties? Blijf Brabant Magazine volgen en lees het artikel hierover in de komende uitgave.

Vitaal Buitengebied, Zundert

Zundert staat in de top 10 van gemeenten met de meeste leegstand op het platteland. Daarnaast kampt het gebied met verdroging van het landschap. Met het pilotprogramma Vitaal Buitengebied willen de gemeente, vier Zundertse dorpsraden, Waterschap Brabantse Delta en de provincie het tij keren. In overleg met Zundertse gemeenschap zijn voor deze pilot zeven deelgebieden aangewezen waarbinnen de verschillende overheden gezamenlijk optrekken. Samen met de inwoners willen ze komen tot een visie voor elk deelgebied. Inwoonster en ZLTO-bestuurslid Susan van Ostaaijen is gebiedsregisseur van het deelgebied Hulsdonksestraat. “Voor het opstellen van onze gebiedsvisie houden we gesprekken met Hulsdonkse inwoners en ondernemers. Ook organiseren we bijeenkomsten rond onze hoofdthema’s verkeer, wonen en ondernemen. Het is een intensief, dynamisch proces dat nieuw is voor de betrokken overheden én voor de initiatiefnemers. Het is mooi om te zien hoe trots iedereen op de eigen omgeving is. Zo komen we stap voor stap tot een gedragen gebiedsvisie.”

‘Elsendorp pioniert na 100 jaar opnieuw’

Het sterk agrarische Elsendorp staat op punt van veranderen. Want volgens Willy Donkers (voorzitter van de Stichting Dorpsoverleg en de Stuurgroep Elsendorp) overweegt 80 tot 85% van de agrarische bedrijven ermee te stoppen. “Dan moeten deze locaties wel een nieuwe, economische invulling krijgen. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid van ons dorp.” Om daar stappen in te maken, werd in 2015 Proeftuin Elsendorp gelanceerd waarin het dorp samenwerkt met de provincie, de gemeente en waterschap Aa en Maas.”. Dit initiatief leidde onder meer tot een meerwaardeplan. “Idee daarachter is dat het omzetten van een agrarisch bedrijf naar een andere bestemming meerwaarde oplevert. Een deel van die meerwaarde vloeit dan naar een gebiedsfonds waarmee we leefbaarheidsprojecten gaan financieren. In 2026 bestaat Elsendorp 100 jaar. Het zou mooi zijn als we dan, als cadeau aan ons dorp, met de eerste projecten kunnen starten.

Meer over dit onderwerp én het online event

VABIMPULS

VABIMPULS helpt eigenaren bij het maken van keuzes over de toekomst van hun vrijgekomen of vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (VAB’s). Want willen zij er bijvoorbeeld blijven wonen? Of overwegen ze er een andere bedrijfsactiviteit te beginnen? Peer Verkuijlen, projectleider VABIMPULS: “Onze VABIMPULS-deskundigen gaan uit van het individu en kijken van daaruit breder naar de omgeving. We zijn ervan overtuigd dat elke individuele ontwikkeling positief kan bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van een gebied. Deskundigen voelen goed aan wat voor de eigenaar past én wat bijdraagt aan die gebiedskwaliteit.” Regelmatig heeft VABIMPULS te maken met diverse individuele kwesties die in één gebied ‘spelen’. “Dan is doorschakelen naar een gebiedsontwikkeling een logische stap. Een proces van veel geduld door de betrokkenheid van meerdere overheidspartijen en door de koppeling met maatschappelijke doelen. We kunnen niet van de individuele boeren verwachten dat zij die kar trekken. Zo’n gebiedsproces moet daarom vanuit de provincie gefaciliteerd worden, bijvoorbeeld met personele mankracht en een stimuleringsbijdrage voor het begeleiden van dit proces.”

Donderdag 15 juli is er een online event over transitiekansen op het platteland. Deze is bedoeld voor agrarische ondernemers, bestuurders, beleidsmakers, adviseurs, deskundigen en specialisten. Meld je nu aan!

image

Deel deze pagina