Bevolkingscijfers 2000-2020

Brabant wordt drukker, diverser en grijzer

Brabant wordt drukker, diverser en grijzer, en telt steeds meer alleenstaanden. Het demografische landschap verandert daarmee sterk in Brabant. De bevolkingscijfers van de afgelopen 20 jaar laten dat zien. Een analyse.

Demografie (de beschrijving van de bevolking naar bepaalde kenmerken, zoals geboorte, sterfte, migratie, leeftijdsopbouw enz.) is voor heel veel beleidsthema’s essentieel, een soort ‘moederwetenschap’. Demografie gaat over ons zelf. Als wij in aantal en samenstelling veranderen, raakt dat alle geledingen van onze samenleving en vrijwel alle beleidsterreinen van de provincie. Een veranderend demografisch perspectief is van grote invloed op ‘bouwen en wonen’, maar bijvoorbeeld ook op economie en arbeidsmarkt, AOW-leeftijd en pensioenen, mobiliteit, gezondheidszorg, onderwijs, recreatie, voorzieningenstructuur etc.

Veel van de demografische veranderingen die Brabant de komende jaren zullen kenmerken, zijn de laatste decennia ook al duidelijk zichtbaar. Dit artikel plaatst die bevolkingsontwikkelingen in een langjarig perspectief.

Op weg naar bevolkingsafname

Sinds de millenniumwisseling is de Brabantse bevolking gegroeid met bijna 220.000 mensen (+9%). Vandaag telt onze provincie zo’n 2.575.000 inwoners. Onze recente provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose laat zien, dat er tot 2050 nog zo’n 280.000 Brabanders bijkomen. De helft daarvan al voor 2030. Richting 2050 neemt de bevolkingsgroei steeds verder af. Steeds meer delen van Brabant krijgen te maken met een lichte bevolkingsafname. De groei van de bevolking wordt bepaald door de natuurlijke aanwas en het saldo van binnen- en buitenlandse verhuisbewegingen.

Natuurlijke aanwas

De natuurlijke aanwas, oftewel het verschil tussen geboorte en sterfte, is de afgelopen 20 jaar steeds verder teruggelopen. Onder invloed van ‘corona’ is die natuurlijke aanwas vorig jaar zelfs voor de allereerste keer onder de nullijn uitgekomen. Met andere woorden, het afnemende geboorteoverschot dat Brabant tot en met 2019 heeft gekend, is in 2020 omgeslagen in een sterfteoverschot (natuurlijke afname). Dat komt door bijna 20% hogere sterfte-aantallen dan de jaren ervoor. Vooral als gevolg van de voortgaande vergrijzing wordt over 10 jaar een structureel sterfteoverschot verwacht.

Binnenlandse migratie

De binnenlandse migratiesaldi zijn in Brabant bescheiden en schommelen sinds de millenniumwisseling steeds zo rond de nullijn.

Dat betekent dat er gemiddeld genomen vrijwel net zoveel mensen uit onze provincie vertrekken, dan er vanuit andere delen van ons land naar Brabant verhuizen. Binnen Brabant zien we het beeld de laatste jaren wel wat kantelen. Het beeld werd vanaf 2000 lange tijd gedomineerd door positieve binnenlandse migratiesaldi in de grote steden (de B5) en veelal negatieve migratiesaldi elders. Dus per saldo een trek naar steden en vertrek van het platteland. Vanaf 2015 kennen de B5-gemeenten juist negatieve saldi. In veel andere delen van Brabant is het saldo van alle binnenlandse verhuisbewegingen de laatste tijd over het algemeen positief. Opvallend is, dat het landelijk gebied de laatste tijd de hoogste positieve binnenlandse migratiesaldi kent, waar datzelfde landelijk gebied voorheen (2017 en eerder) veelal het meest 'in de min' stond.

Buitenlandse migratie

Bij alle demografische veranderingen springen vooral de ontwikkelingen rond de buitenlandse migratie in het oog. De buitenlandse migratiesaldi (het verschil tussen immigratie en emigratie) laten vanaf 2000 een vrij grillig verloop zien in Brabant. Opvallend zijn de negatieve saldi in de periode 2002 tot en met 2007. Het leidde destijds tot de laagste bevolkingsgroei in onze provincie, gemeten vanaf 1950. Sinds 2008 is het buitenlandse migratiesaldo echter weer sterk positief. De laatste 5 jaar zijn de saldi opgelopen tot ongeveer +14.000 per jaar. Nog nooit eerder was dat zo hoog. Deze hoge cijfers hangen voor een groot deel samen met de vluchtelingencrisis (2015/2016) en de komst van arbeidsmigranten, kenniswerkers en buitenlandse studenten. Al met al wordt de bevolkingsgroei in Brabant meer en meer bepaald door de buitenlandse migratiecijfers.

Bevolkingssamenstelling

Zowel naar leeftijd (vergrijzing), huishouden (groei eenpersoonshuishoudens) als naar migratie-achtergrond (toenemende diversiteit) verandert de opbouw van de Brabantse bevolking.

Sterke vergrijzing

De bevolkingsgroei in onze provincie is de laatste 20 jaar meer dan volledig (106%) bepaald door de toename van het aantal ouderen (65+-ers). Vandaag de dag is zo’n 21% van de Brabantse bevolking 65 jaar of ouder. In 2000 lag dat percentage nog op 'slechts' 12,7% (en in 1980 op 9%).

De komende decennia zal het percentage 65+-ers verder oplopen. Vooral wanneer de naoorlogse geboortegolf en met name de jaren ’60-generatie gaandeweg deze leeftijd gaat bereiken. Hierbij speelt ook de toenemende levensverwachting een rol. Samenhangend met de leeftijdsopbouw van Brabant zal de vergrijzing rond 2040 haar hoogtepunt bereiken. Dan behoort naar verwachting bijna 27% van de bevolking tot de 65+-ers.

Groeiend aantal alleenstaanden

De huishoudensgroei en -samenstelling gaat hand in hand met de leeftijdsspecifieke bevolkingsontwikkelingen. Sinds het begin van deze eeuw zijn er in Brabant bijna 200.000 huishoudens bijgekomen, een groei van 20%. De bevolkingsgroei lag in diezelfde periode op 'slechts' 9%. Deze verhoudingsgewijs sterkere huishoudensgroei hangt goeddeels samen met de vergrijzing, maar ook met de voortgaande individualisering. Hierdoor is vooral het aantal alleenstaanden sterk toegenomen. In onze provincie kwamen er de afgelopen 20 jaar 143.000 eenpersoonshuishoudens bij (+53%). Daarmee kan bijna driekwart van de totale huishoudensgroei vanaf 2000 worden verklaard.

Ook de komende tijd zal de huishoudensgroei voor het overgrote deel op het conto komen van alleenstaanden. Verwacht wordt, dat er tot 2050 nog zo'n 185.000 huishoudens bij zullen komen in Brabant. Het mereldeel daarvan (maar liefst 160.000, ruim 85%) bestaat uit eenpersoonshuishoudens. Op tal van beleidsterreinen zijn deze ontwikkelingen van grote invloed, zoals op de woningmarkt. De behoefte aan nieuwe woonvormen en woonconcepten neemt toe. Dat komt door de vergrijzing en de groei van het aantal kleine huishoudens (vaak eenpersoons). Maar ook door veranderingen in de zorg en de manier waarop mensen willen (samen)wonen en -leven.

Toenemende diversiteit

De Brabantse bevolking verandert niet alleen naar leeftijds- en huishoudenssamenstelling. Ook de migratieachtergrond verandert. In 2020 heeft bijna 20% van onze inwoners een migratieachtergrond. Gelijk verdeeld over mensen met een Westerse achtergrond (255.000, 10% van de bevolking) en mensen van niet-Westers komaf (254.000, ook 10%). De afgelopen jaren kwam de bevolkingsgroei volledig voor rekening van mensen met een migratieachtergrond. Vooral het aantal inwoners dat vanuit een ander land van de Europese Unie in onze provincie is komen wonen, is sterk toegenomen. Het gaat vooral om immigranten vanuit de Midden- en Oost-Europese landen in de EU.

Vergeleken met de Nederlandse cijfers liggen vooral de percentages van Brabanders met een niet-Westerse achtergrond lager. Zo heeft van de Nederlandse bevolking anno 2020 bijna 14% een niet-Westerse achtergrond. Dat percentage ligt in onze provincie op 10%. Het aandeel van mensen met een Westerse achtergrond verschilt niet veel van elkaar, 10% in Brabant en 10,5% voor Nederland als geheel. Verwacht wordt dat het aandeel van Brabanders met een migratie-achtergrond de komende decennia verder zal toenemen.

Deel deze pagina