Hoe houdt informatie ons veilig?
Voorbereiden op overstromingen
In 1995 stegen de Maas, de Waal en de Rijn tot gevaarlijke hoogtes. In ’s-Hertogenbosch begaf zelfs een van de dijken het, waardoor het Bossche Broek en de A2 onder water kwamen te staan. Ruim 25 jaar later veranderde een extreme regenbui het zuiden van Limburg in een rampgebied. De beelden staan op het netvlies. De vraag die ze oproepen ook: hoe goed is Brabant voorbereid als het hier gebeurt?
Informatie
"Tegen het water blijven vechten is niet meer zinvol en ook niet realistisch met de huidige klimaatscenario’s," vertelt Marjolijn van Lier, beleidsmedewerker waterveiligheid bij de provincie Noord-Brabant. “Het is een voortdurende zoektocht naar de balans tussen het vasthouden van water voor droge periodes en het snel kunnen afvoeren en bergen als het extreem nat wordt – zonder dat het probleem wordt afgewenteld. Informatie omzetten naar voorspellingsmodellen en betrouwbare overstromingsbeelden is daarbij onmisbaar.”
Marjolijn van Lier

De overstroomde snelweg A2 bij 's-Hertogenbosch in 1995
Wij leggen uit wat het water waarschijnlijk gaat doen, zodat de crisisorganisatie betere besluiten kan nemen
Jack de Wilt
Waterberichten
Die informatie zit voor een groot deel bij de waterschappen. Jack de Wilt, hydroloog bij Waterschap Aa en Maas, werkt dagelijks met het hoogwatervoorspellingsmodel. "Ons rekenprogramma draait 24 uur per dag en berekent het verwachte waterbeeld tot vijf dagen vooruit”, legt Jack uit. "De belangrijkste input is de neerslagverwachting van het KNMI en de waterstanden in de Maas via Rijkswaterstaat." Modellen zijn eigenlijk een versimpelde weergave van de werkelijkheid, legt Jack uit. "Daar zit altijd een bandbreedte omheen. We rekenen nooit met één scenario, want dan zou je doen alsof dat de waarheid is." Maar hoe weten al die partijen wanneer het menens wordt? Provincie, waterschappen en veiligheidsregio's onderscheiden drie fases: koud, lauw en warm.
Koude fase
In de koude fase is er geen directe dreiging. Dit is het moment van brede voorbereiding: scenario's doorrekenen, risicodialogen voeren met onder meer ziekenhuizen en netbeheerders, en plannen actueel houden. "In deze fase is de provincie vooral actief”, geeft Marjolijn aan. "Onze aanpak is gebaseerd op meerlaagsveiligheid: sterke keringen en ruimte voor de rivier vormen de basis. Daarachter ligt een slim ingerichte omgeving die minder kwetsbaar is als het water toch komt. Het gaat dan om de vraag: waar kun je wel bouwen en waar beter niet? Vervolgens moet er een getrainde crisisorganisatie zijn, die weet wat ze moet doen als er echt hoogwater ontstaat. En ten slotte: herstel na een incident en bewustzijn bij inwoners over de risico's die ze lopen.” Hoewel de grootste rol bij crisisbeheersing is weggelegd voor de veiligheidsregio, werken zij ook in eerdere fasen al intensief met de provincie en waterschappen. “We proberen te fungeren als platform waar die informatie op samenkomt”, vertelt Tessa Trommelen, adviseur informatiegestuurde veiligheid bij Veiligheidsregio Brabant-Noord. “De duiding en de expertise zitten bij de andere partijen, maar wij maken het beschikbaar zodat iedereen naar hetzelfde kijkt.”

Lauwe fase
De lauwe fase begint zodra er signalen binnenkomen dat hoogwater of extreem weer op komst is. Alle partijen bepalen aan de hand van vaste ‘kantelmomenten’ of er moet worden opgeschaald. Tessa legt uit waarom die momenten zo belangrijk zijn. "Ze voorkomen dat je te vroeg of te laat opschaalt. Je wilt niet dat teams voor niets paraat staan, maar ook niet dat je achter de feiten aanloopt."
Warme fase
In de warme fase is de crisis daar. “Maar dat betekent niet dat we direct opschalen naar de hoogste fase”, benadrukt Jack. “Afhankelijk van de aard van de crisis bepalen we wat er nodig is.” Wordt op een bepaald moment wél gekozen voor de hoogste fase, dan wordt via de veiligheidsregio het Regionaal Operationeel Team actief; de crisisorganisatie waarin operationele beslissingen vallen. Experts van het waterschap schuiven daar aan als contactpersoon. Jack: "Wij leggen uit wat het water waarschijnlijk gaat doen, zodat de crisisorganisatie betere besluiten kan nemen."
Jack de Wilt
“We proberen te fungeren als platform waar die informatie op samenkomt. Wij maken het beschikbaar zodat iedereen naar hetzelfde kijkt”
Tessa Trommelen
Calamiteitenkoffers
In elke fase speelt informatie een andere rol. In de koude fase gebruiken alle partijen een gezamenlijke ‘viewer’: een digitale kaart waarop vooraf berekende scenario's staan. Denk aan de effecten van een dijkdoorbraak langs de Maas of een extreme bui zoals die in 2021 in Limburg viel. Tessa legt daar haar eigen kaartlagen overheen. "Wij koppelen het waterbeeld aan informatie over kwetsbare locaties. Waar liggen verzorgingstehuizen, scholen, industriepanden? Zo zie je in één oogopslag wat er op het spel staat." Maar wat als tijdens een crisis de stroom uitvalt en alle digitale systemen het begeven? Voor dat scenario verzorgt de provincie fysieke ‘calamiteitenkoffers’ voor alle partners: koffers met geprinte kaarten van de belangrijkste overstromingsscenario's. De koffers worden in 2026 vernieuwd. "In die koffers zitten niet alleen overzichtskaarten, maar ook de modelbeschrijvingen en een samenvatting van de gemaakte keuzes," legt Marjolijn uit. "Door die achtergrondinformatie toe te voegen, kunnen partners ook zonder digitale systemen de kaders en randvoorwaarden van de beelden goed duiden."
Voor ieder type overstroming werkt de provincie met verschillende informatiebronnen. Welke dat zijn, lees je in deze visual.

Tessa Trommelen
“Tegen het water blijven vechten is niet meer zinvol en ook niet realistisch met de huidige klimaatscenario’s”
Marjolijn van Lier
Samenwerken
De provincie werkt op allerlei manieren aan de bescherming van de Brabantse inwoners tegen hoogwater en extreme neerslag. Hiervoor werkt ze nauw samen met waterschappen, veiligheidsregio’s, gemeenten, andere provincies en bedrijven. Informatievoorziening is hier een groot onderdeel van.
Foto: De situatie in 1995 rond het provinciehuis in 's-Hertogenbosch
Deel deze pagina via
