Sensoren, satellieten, drones en data
Kan smart farming bijdragen aan nitraatreductie?
Sensoren en satellieten, drones en data: smart farming is niet meer weg te denken uit de Brabantse landbouw. Welke rol kan het spelen om het nitraatgehalte in grond- en oppervlaktewater te reduceren? “Het gaat om rekening houden met elkaar en met wat de grond nodig heeft.”
Boeren staan voor grote uitdagingen. Ze moeten duurzamer werken, geld blijven verdienen én zorgen voor een gezonde leefomgeving. In hoeverre kan slimme technologie zoals smart farming daarbij helpen? De provincie Noord-Brabant helpt boeren die hiermee aan de slag willen, om zo de overgang naar een landbouwsysteem met minimale uitstoot te versnellen. Brabant Magazine vraagt vier personen naar hun visie op smart farming in relatie tot nitraatreductie: Brigitte Kroonen is onderzoeker bij WUR Vredepeel, Linda van Hilten is gebiedsregisseur bij VDBorne Campus, Martin Bouwman werkt als senior adviseur watersystemen bij Waterschap De Dommel, Frank Mijs is melkveehouder in Bladel.
Weerbarstig
Martin Bouwman wijst erop dat de praktijk weerbarstig kan zijn wat betreft smart farming: “Ik sprak laatst een akkerbouwer in Zuid-Holland met driehonderd hectare bieten, uien, bonen en wortels. Hij bestreed zijn onkruid met robots, maar het was niet rendabel te krijgen.” Frank Mijs (130 koeien, 60 hectare grond), beaamt dat: “Met mijn gras- en maisteelt kan ik een maai- of spuit- of schoffelrobot niet terugverdienen. Daarvoor is mijn areaal te klein.” Mijs gebruikt een melkrobot en dronebeelden (gemaakt door een loonwerker), maar precisiebemesting is een verhaal apart. Doordat het uitgekiende rantsoen van zijn koeien minder dan 150 gram ruw eiwit bevat, produceren ze relatief weinig mest. Als Mijs vervolgens de door de overheid berekende mest verplicht moet afvoeren, houdt hij te weinig over om het grasland voldoende te kunnen bemesten: “En bij onderbemesting is precisiebemesten niet meer aan de orde, want we kunnen de mindere stukken niet nóg minder gaan bemesten.”
Foto: Martin Bouwman

WUR en Boerderij van de Toekomst
Wat zich hier wreekt, zegt Linda van Hilten, is dat regels worden gebaseerd op modellen. Zodra iemands situatie niet past in het model, zoals de koeien van Frank Mijs, loopt het systeem spaak. Juist hier komen anderen in beeld. Zoals in oost-Brabant de WUR Open Teelten in Vredepeel (van de Wageningen University en Research) en de experimenteerlocatie Boerderij van de Toekomst Zuidoostelijk Zand (ZOZ). Bij WUR doen ze wetenschappelijk agrarisch onderzoek voor zuidoost-Nederland; binnen de samenwerking Boerderij van de Toekomst ZOZ onderzoeken ze vervolgens of de resultaten interessant zijn om in de praktijk geadopteerd te worden door boeren, en daar komen geen modellen aan te pas.
De hamvraag die ze bij WUR Vredepeel onderzoeken, is: hoe kunnen akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers hun bedrijfssysteem zo inrichten dat de nitraatdoelen bereikt worden, maar de opbrengsten zoveel mogelijk op peil blijven? “Kennis van een goede bemestingsstrategie is en blijft de basis,” zegt Brigitte Kroonen.

Foto: Linda van Hilten
Nitraatemissie
Bij VDBorne Campus in Reusel (partner van Boerderij van de Toekomst) zijn ze de hele dag bezig met testen en toepassen. De basis daarvoor wordt gevormd door een onderzoeksresultaat bij WUR Vredepeel dat zegt dat de optimale gewasrotatie één op zes is. Linda van Hilten, gebiedsregisseur bij VDBorne Campus: “De vragen die wij onderzoeken zijn: Wat doet die rotatie met de nitraatemissie, de bodemgezondheid, de waterkwaliteit?” Het woord is gevallen: nitraatemissie. Een thema dat van groot belang is voor de Brabantse landbouw. Boeren kwamen al in 2013 met een eigen plan om nitraatuitspoeling tegen te gaan: het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Martin Bouwman vertelt dat hij er teleurgesteld over is: “Er zijn genoeg boeren die het heel goed doen, maar een deel van de boeren kan dat financieel niet aan. En enkelen willen het niet eens, omdat ze “wel klaar zijn” met de overheden, die in hun ogen steeds met nieuwe regels komen. Gevolg is wel dat de waterkwaliteit nog steeds niet op orde is.”
Foto: Linda van Hilten
“Er zijn genoeg boeren die het heel goed doen, maar een deel van de boeren kan dat financieel niet aan.”
Linda van Hilten
Sturen op doelen
Als een Deltaplan Agrarisch Waterbeheer na dertien jaar nog niet tot de oplossing heeft geleid voor de nitraatkwestie, bestaat die oplossing dan wel? Ja, zegt Brigitte Kroonen, het kán. Het is gelukt om ervoor te zorgen dat een liter grondwater niet meer dan 50 milligram nitraat bevat op deze zogeheten uitspoelingsgevoelige zandgrond. Die aanpak heeft wel nadelen: “Je hebt dan een grotere oppervlakte aan landbouwgrond nodig voor eenzelfde productie. Daarnaast leidde het jarenlang kritisch bemesten tot lagere opbrengsten.” Kroonen ziet dan ook meer heil in doelsturing. “Stel een doel en laat de boer vrij in hoe hij dat doel wil bereiken. Dan kan hij onze kennis gebruiken plus de praktijkervaring van de Boerderij van de Toekomst. Voeg er smart farming aan toe en we praten over een kansrijkere aanpak dan middelsturing en overheidsvoorschriften.” Linda van Hilten sluit zich daarbij aan: “In plaats van dat de overheid ons oplegt wat we precies moeten doen qua water, bodemgezondheid en biodiversiteit, tonen wij liever met een sensor aan dat we niet zoveel nitraatuitspoeling hebben of door middel van data dat we minder gewasbeschermingsmiddelen hebben gebruikt.”

Foto: Brigitte Kroonen
Toekomst
Tijd om naar de toekomst te kijken. In hoeverre kan smart farming helpen om de nitraatemissie te reduceren? Frank Mijs waarschuwt voor hooggespannen verwachtingen: “Het is wishful thinking dat wij met smart farming alles zomaar heel snel kunnen realiseren. Dat kost vele jaren.” Martin Bouwman: “Iedereen in onze watersector gelooft dat innovatie helpt. Maar het is niet alléén de oplossing. Het gaat ook over je houding, over je bereidheid om zélf anders te werken. Als je wilt, kun je je doelen bereiken zonder techniek. Maar je bereikt ze niet zonder die houding.”
Foto: Frank Mijs
Grondpool
De echte oplossing om de nitraatnorm te halen, zit in een combinatie van slim samenwerken en slimme techniek, zegt Linda van Hilten. Ze noemt als voorbeeld de “grondpool” die Jacob van den Borne heeft opgericht. “Elk jaar in de winter bekijken boeren samen met de eigenaren van de grond en de agrariërs in het gebied: Wat gaan we komend jaar waar telen? Wie plaatst welke mest waar? Wat kan er nog beter op basis van onze data en de praktijkkennis van de boer? Dat zit in een digitaal systeem: een mooi voorbeeld van smart farming.” Brigitte Kroonen wordt er enthousiast van: “Ik zou het geweldig vinden als agrariërs afspreken hoe ze samen de nitraatdoelen gaan halen, wellicht in drie of vier jaar. Dan gaat het over onderling vertrouwen en over smart farming, want dat is een onmisbaar hulpmiddel om te monitoren hoe de grond eraan toe is. Blijven we ieder voor zich afrekenen, dan komen we er niet.”
“Iedereen in onze watersector gelooft dat innovatie helpt. Maar het is niet alléén de oplossing.”
Martin Bouwman

Deel deze pagina via
