Twee meningen over:
wonen op een vakantiepark
In de rubriek ‘Twee meningen’ laten we steeds twee deskundigen of betrokkenen aan het woord over een thema.


In de rubriek ‘Twee meningen’ laten we steeds twee deskundigen of betrokkenen aan het woord over een thema. Deze keer: permanent wonen op vakantieparken. Met Paul Kagie, fractievoorzitter van Leefbaar ’s-Hertogenbosch, en Arthur van Disseldorp, regiomanager Noord-Brabant en Limburg bij HISWA-RECRON.
Permanent wonen op vakantieparken: wel of niet toestaan?
Moeten gemeenten permanent wonen op vakantieparken toestaan? Demissionair minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting vindt van wel: wie vóór 16 mei 2024 al op zo’n park woonde, moet daar kunnen blijven. Het gedoogbeleid zou een tijdelijke oplossing zijn om de woningnood te verlichten. De meningen over het voorstel zijn sterk verdeeld. Volgens de een is het pure noodzaak in tijden van een woningcrisis. Volgens de ander is het een schijnoplossing, die ook nog eens criminaliteit in de hand kan werken.

Paul Kagie
Fractievoorzitter van Leefbaar ’s-Hertogenbosch
‘Er liggen echt kansen om iets aan het woningtekort te doen’

Arthur v. Disseldorp
Regiomanager Noord-Brabant en Limburg bij HISWA-RECRON
“Voor zowel gemeenten als bewoners is het een volkomen onrealistisch plan.”
Het aantal mensen dat op een vakantiepark woont neemt toe, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op 1 januari 2024 stonden er bijna 60.000 personen ingeschreven, 14% meer dan vijf jaar eerder. Brabant is met 9.200 mensen de tweede provincie met de meest ingeschreven vakantieparkbewoners, Gelderland staat op nummer één met 10.500 bewoners. Vaak treden gemeenten streng op, omdat het bestemmingsplan van een park permanente bewoning in veel gevallen niet toestaat. Hierdoor dreigen voor de bewoners dwangsommen of zelfs uithuiszetting. Onacceptabel, vindt de minister, zeker in een tijd waarin elke mogelijke woonoplossing nodig is.
Voor de hand liggende maatregel
Ook voor de Bossche politicus Paul Kagie is het glashelder: “Wonen op een vakantiepark is een zeer voor de hand liggende maatregel. We doen nu alsof Mona Keijzer iets heel origineels voorstelt, maar in de praktijk wordt er al tientallen jaren permanent gewoond op deze parken. Dat is door de jaren heen zo gegroeid.” Als voorbeeld noemt hij Vakantiepark Dierenbos in Vinkel. Van de 230 chalets worden er hier 130 permanent bewoond. “Reken per huishouden twee tot drie personen, dan heb je het al gauw over een flinke groep mensen die hier onderdak hebben. Jarenlang is dit oogluikend toegestaan, eerst door de gemeente Maasdonk, later door ‘s-Hertogenbosch. En ook eigenaar Libéma zag het door de vingers. Wel was er steeds een soort golfbeweging rond permanent wonen: jarenlang is het gedoogd en dan was er weer discussie over.”
“Wonen op een vakantiepark is een zeer voor de hand liggende maatregel.”
Paul Kagie
Koffers pakken
Begin 2019 kregen de bewoners een brief van de gemeente. “Of ze vóór het einde van het jaar hun koffers wilden pakken”, vertelt Kagie. “Gelukkig is de gemeenteraad daar toen voor gaan liggen, want zo ga je niet met mensen om. Dat leidde tot een gedoogconstructie: iedereen die er vóór januari 2019 al woonde, kreeg een gedoogbeschikking van de gemeente. Maar in december 2023 kwam alles opnieuw op losse schroeven te staan. Libéma kwam met het voornemen om het hele park te gaan herstructureren. Bewoners kregen te horen dat ze eind 2026 weg moeten zijn. Alleen: dat herstructureringsplan is nog steeds niet ingediend bij de gemeente. Ondertussen is er wél weer onrust gezaaid, mogelijk in de hoop dat mensen uit zichzelf zouden vertrekken. Maar dat gebeurt zeker niet in de mate waarop Libéma het graag had gezien.”
Geen andere huisvesting
Los van de jarenlange gedoogsituatie op veel vakantieparken, vindt Kagie permanente bewoning in de huidige woningcrisis een heel logische oplossing. “Hier liggen echt kansen om iets aan het woningtekort te doen. Maar veel gemeenten, waaronder ‘s-Hertogenbosch, hebben de neiging daar niet in mee te gaan. Omdat ze een té loyale partner willen zijn van de eigenaren van die parken. Maar het zou van fatsoen getuigen als die parkeigenaren en gemeenten loyaal zouden zijn aan de mensen die er al jaren wonen. Simpelweg ook omdat er voor deze mensen geen andere huisvesting beschikbaar is. Dat is de realiteit. Bovendien is het voor parkeigenaren ook een verdienmodel.”

“Het is belangrijk om de juiste balans te bewaren tussen recreatie en permanente bewoning.”
Juiste balans
Volgens Kagie is het belangrijk om de juiste balans te bewaren tussen recreatie en permanente bewoning. “De combinatie kan prima werken. Het wordt een ander verhaal als je een park voor de helft laat overnemen door arbeidsmigranten, dan krijg je enclaves – Roemeens hier, Pools daar – en daartussen toeristen die vakantie komen vieren. Dat gaat botsen. Dat heeft niets met discriminatie te maken, maar alles met harmonie, leefbaarheid en functionaliteit. Er zijn natuurlijk ook recreatieondernemers die goud verdienen met de plaatsing van arbeidsmigranten. Dat is prima als we daarvoor kiezen. Maar je moet dat per situatie bekijken, want zeker niet elk park leent zich daarvoor terwijl het wel overal gebeurt. Én je moet spelregels afspreken: van de zoveel chalets mogen er zoveel permanent bewoond worden, zodat er ook voldoende ruimte is voor recreatie. Óf je kiest ervoor om van het hele park een woonwijk te maken.”
Recreatie is recreatie
Het tegenargument dat vakantieparken er zijn om te recreëren en niet om een woningnood op te lossen, ligt in de reden, zegt Kagie. “Recreatie is recreatie. Maar we hebben het in de loop van de jaren zelf laten gebeuren dat mensen er permanent zijn gaan wonen. En nu zitten we midden in een forse woningcrisis en moeten we iets, daar ben ik het helemaal met Mona Keijzer eens. Dus ja, laten we kritisch zijn, recreatie beschermen en het er scherp met elkaar over hebben om permanent wonen op vakantieparken toe te staan. En laten we vooral stoppen met het ontkennen van de kansen die er liggen op deze parken voor het bestrijden van de woningnood.”



“Het voorstel is populistische kortetermijn-politiek.”
Arthur van Disseldorp
Als het aan HISWA-RECRON ligt, gaan de plannen van minister Keijzer zo snel mogelijk van tafel. “Voor zowel gemeenten als bewoners is het een volkomen onrealistisch plan”, zegt regiomanager Arthur van Disseldorp. “Je schept verwachtingen bij mensen die vaak al klem zitten, terwijl je nu al weet dat je daar niet aan kunt voldoen. Het probleem zit vooral in het feit dat dit een landelijke maatregel is, bedacht vanuit een populistisch perspectief vanaf de kansel. De grote financiële gevolgen komen uiteindelijk op het bordje van de provincie en de gemeenten terecht.”
Vitale vakantieparken
De brancheorganisatie werkt al jaren met de provincie en het Rijk aan het programma ‘Vitale Vakantieparken’. Doel: het versterken en toekomstbestendig maken van de parken. Onderdeel daarvan is het terugdringen van ongeoorloofd permanent wonen. “De provincie en vooral gemeenten hebben jarenlang menskracht, beleid en geld ingezet om permanente bewoning op vakantieparken terug te dringen”, vertelt Van Disseldorp. “Dan heb je het over investeringen van miljoenen. En dan komt er ineens zo’n landelijk voorstel overheen dat zegt: laat die mensen maar zitten. Vanuit provinciaal en gemeentelijk perspectief voelt dat als een enorme desinvestering.”


Geen burgemeester
Ook de ondernemers zitten volgens Van Disseldorp niet op deze ommezwaai te wachten. “Zij zeggen heel simpel: ‘We zijn gewend om een vakantiepark te runnen, niet om een woonwijk te beheren; we zijn geen burgemeester’”, aldus de regiomanager. “En dan heb je nog de technische kant van het verhaal. Veel vakantieparken zijn opgezet voor recreatief gebruik. Bouwkundig en technisch voldoen ze totaal niet aan permanente bewoning. De huisjes zijn vaak niet goed geïsoleerd, de riolering is niet berekend op continu gebruik, en het stroomnet is te licht. Het gedoogbeleid klinkt op de korte termijn leuk, maar levert op de langere termijn veel problemen op. En dat het wordt gepresenteerd als een tijdelijke oplossing, is nonsens; in de politiek is niets zo permanent als tijdelijk.”
Woonbestemming
Van Disseldorp bestrijdt ook dat er op vakantieparken al volop permanent wordt gewoond. “In Brabant gaat het om hooguit 5% van de parken. Ik noem dat marginaal. Wel zijn er een stuk of zes parken waar veel mensen al jaren wonen. Technisch is daar de afgelopen tien jaar veel verbeterd, er is flink in geïnvesteerd. In de praktijk hebben ze niets meer met recreatie te maken. Het enige dat er niet klopt, is het bestemmingsplan: op papier is het recreatiegrond, maar in feite is het gewoon een woonwijk. Prima om mensen in sociale nood daar te huisvesten. Maar dan moet je je wel realiseren dat de waarde van zo’n woning in één klap verdrievoudigt als het een woonbestemming krijgt. Dat heeft enorme financiële gevolgen.”

“Vakantieparken hebben een gigantische impact op de regionale economie.”
Onbezonnen maatregel
Het advies van HISWA-RECRON: zorg dat de contracten met de recreanten in orde zijn, met bovenaan de regel dat permanente bewoning niet is toegestaan. En sluit het park doordeweeks in de wintermaanden. “Daarmee demotiveer je permanente bewoning”, zegt Van Disseldorp. “Mijn grootste zorg is dat het voorstel van minister Keijzer populistische kortetermijnpolitiek is. Het lijkt een oplossing, maar biedt nauwelijks soelaas. Hooguit gaan die zes parken met al veel bewoners er echt baat bij hebben. Prima om daar permanent wonen te legaliseren, op voorwaarden dat de situatie er stabiel is en de voorzieningen op orde zijn. Maar rol je de maatregel landelijk uit, dan is die in de praktijk niet werkbaar. Daar komt bij dat er steeds meer behoefte is aan vrijetijdsactiviteiten, vooral kamperen. De beperkte ruimte die daarvoor is, moet je niet om zeep helpen met dit soort onbezonnen maatregelen.”
Leefbaarheid
Groeiende behoefte is er ook aan huisvesting voor arbeidsmigranten. Van Disseldorp is er geen voorstander van dat zij her en der op vakantieparken verblijven. “Natuurlijk moeten die mensen ergens kunnen slapen, maar wijs dan één heel park aan. Wat je nu ziet, is een paar huisjes hier, een paar daar, midden tussen toeristen en bewoners. Dat gaat wringen. Als je dit toestaat zonder duidelijke keuzes, raakt het ook de recreatieondernemers. Die verliezen hun gasten, hun reputatie, hun bestaansgrond. Dat heeft economische gevolgen die je niet moet onderschatten. Vakantieparken hebben een gigantische impact op de regionale economie. Verdwijnt de recreatieve functie, dan tast je direct die economie aan en daarmee de leefbaarheid van de omgeving. Je kunt met vakantieparken dus wel een klein stukje van het woningprobleem op willen lossen, maar intussen creëer je veel grotere problemen.”
Brief gemeenten
Overigens is Van Disseldorp ervan overtuigd dat het plan het niet gaat halen. “De meerderheid van de Nederlandse gemeenten heeft inmiddels een brief naar het ministerie gestuurd met de boodschap: ‘Leuk bedacht, maar wij doen niet mee’.” Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wijst het voorstel van de hand: het druist in tegen gemaakt afspraken, helpt niet tegen woningnood en tast ondernemersvrijheid aan.
Deel deze pagina via