Vijftig jaar Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer

Groei in samenwerking en ambitie

Al vijftig jaar zetten boeren, agrarische natuurverenigingen, provincies en natuurbeschermers zich in voor landbouw die ruimte geeft aan natuur. Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is uitgegroeid tot een landelijk netwerk van samenwerkende partijen dat werkt aan het stimuleren van biodiversiteit in het landelijk gebied. Hoewel het herstel van doelsoorten zoals weidevogels landelijk nog achterblijft, is de beweging springlevend. Steeds meer boeren sluiten zich aan en de kennis over effectief beheer groeit. Met de recent toegezegde extra financiering vanuit het Rijk is er nu zelfs zicht op een verdubbeling van de beheerde landbouwgrond.

Joost van Kuijk

Joost van Kuijk

ANLb hard nodig

Met het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer werken verschillende partijen samen aan het herstel van biodiversiteit, water- en klimaatdoelen en de ontwikkeling van agrarische natuur. Joost van Kuijk, beleidsmedewerker natuur- en landschapsbeheer bij de provincie Noord-Brabant, legt uit waarom beheer van natuur op landbouwgrond nodig is. “In 1975 is het agrarisch natuurbeheer gestart. Het ging toen al slecht met de vogels op het boerenland.” Inmiddels zijn verschillende vogelsoorten bedreigd en gaat het hard achteruit met de insectenpopulaties. “We zijn ook de gewone soorten aan het verliezen: zweefvliegen, bijen en kevers. Dat zien we nog niet zo goed, maar het is wel de helft minder. Dan kunnen er ook de helft minder vogels leven die afhankelijk zijn van de insecten.” Het is volgens hem hard nodig dat boeren met het ANLb op hun land diersoorten een handje helpen, bijvoorbeeld met drassige graslanden voor weidevogels. “We willen met deze regeling boeren motiveren om het herstel van biodiversiteit mee te nemen in hun bedrijfsvoering.”

Roodborsttapuit

Van Kuijk ziet dat het stiller wordt in het landelijk gebied. “Als ik van een dorp naar buiten wandel, dan verandert het landschap en kom je verschillende soorten tegen. In het dorp zie je koolmezen en merels. In het landelijk gebied kom je een witte kwikstaart en boerenzwaluwen tegen, je ziet een roodborsttapuit op een paaltje zitten. Dichterbij het natuurgebied zie je weer andere soorten. Maar in het landelijk gebied moeten die dieren nog wel een thuis hebben. Ze hebben ruimte nodig om te leven, insecten om te eten, plekken om te broeden en zich te verschuilen. Ieder gebied heeft zijn eigen soorten en het is belangrijk dat er geen diersoorten verdwijnen. Het ANLb streeft ernaar zo’n 68 diersoorten te bevorderen: veelal vogels, maar ook amfibieën, vissen en een enkele libel. Die lijst noemen we het doelenkader. Er zijn in Brabant drie soorten gebieden waarbinnen we die soorten een kans willen geven: open grasland, open akkergebieden en kleinschalig cultuurgebied (dit laatste gebied wordt ook wel dooradering genoemd).”

Agrarische collectieven

Uit vijftig jaar ANLb blijkt dat samenwerking essentieel is om diersoorten te beschermen. Van Kuijk: “Agrariërs hadden vroeger simpele overeenkomsten met de overheid om bijvoorbeeld later te maaien en zo vogelnesten in het hoge gras te sparen.” Inmiddels doen landelijk ruim 12.000 boeren mee met een vorm van agrarisch natuur- of landschapsbeheer. Sinds 2016 is de samenwerking verder geprofessionaliseerd. Waar boeren vroeger ieder een eigen contract hadden met de provincie, werken boeren nu in agrarische collectieven samen met natuurorganisaties en de provincie Noord-Brabant aan de ontwikkeling van het ANLb. Koepelorganisatie BoerenNatuur Nederland vertegenwoordigt landelijk veertig agrarische collectieven.

Inmiddels doen landelijk ruim 12.000 boeren mee met een vorm van agrarisch natuur- of landschapsbeheer.
Merel

Merel

Libelle

Libelle

€ 80 miljoen meer

Naast de verbeterde samenwerking en een groter oppervlakte aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer, is er in de loop der jaren ook steeds meer geld beschikbaar gekomen om boeren te compenseren voor de maatregelen die ze nemen op hun land. Van Kuijk: “Onlangs heeft de rijksoverheid in het hoofdlijnenakkoord 500 miljoen euro opgenomen voor verdere ontwikkeling van agrarisch natuurbeheer, waarvan ruim 80 miljoen euro per jaar extra besteed kan worden aan nieuwe overeenkomsten met agrariërs voor het ANLb. Dat betekent dat we het ANLb-areaal in Nederland kunnen verdubbelen.” Of een groot deel van het geld ook in Brabant terechtkomt, is nog niet duidelijk. “We moeten daar goed voor lobbyen. Er gaat veel aandacht naar de grutto. 80% van de Europese grutto’s broedt in Nederland en vooral in veenweidegebieden in het noorden en westen van het land, maar Brabant is ook belangrijk voor akkervogels en soorten van het kleinschalige cultuurlandschap.”

Ecologische evaluatie

Het ANLb staat de komende jaren voor een aantal uitdagingen. Ondanks alle inspanningen is er nog geen positieve trend te bemerken in het aantal diersoorten. Van Kuijk: “Het is een vrijwillige regeling, dus je hebt een leefgebied van een doelsoort niet zo een, twee, drie op orde.” Wat ook meespeelt: de 110.000 hectare landbouwgrond waar ANLb bedreven wordt, is maar een klein deel van de totale oppervlakte aan landbouw in Nederland. “Slechts 2,5% van het landelijk landbouwareaal wordt ingezet voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer”. “Niet zo gek dus, dat de resultaten van de recente ecologische evaluatie landelijk gezien matig waren. Je kunt nog zo hard werken aan goed beheer op je eigen land, maar het heeft pas echt effect als in de omgeving ook aan beheer wordt gedaan en als veel meer landbouwgrond natuurinclusief wordt ingericht. Bovendien spelen omgevingsfactoren een rol in de achteruitgang van soorten, zoals het stikstofprobleem, gebruik van bestrijdingsmiddelen en extremer weer door klimaatverandering.

Zweefvlieg vliegt naar bloem

Zweefvlieg

Kansen

Toch ziet Van Kuijk veel kansen voor de ontwikkeling van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. “Er is genoeg animo onder agrariërs,” begint hij enthousiast. “Bij de Brabantse collectieven staan er boeren op de wachtlijst.” Dat komt onder andere door de wens om te extensiveren. “En je ziet dat de zuivelindustrie iets meer centen per liter melk wil betalen aan melkveehouders die aan agrarisch natuurbeheer doen. Ook in de biodiversiteitsmonitor melkveehouderij van de provincie Noord-Brabant kun je met ANLb punten scoren. Er zijn in Brabant dus volop redenen voor boeren om deel te nemen aan het ANLb. Ook kunnen nieuwe, langdurige overeenkomsten bijdragen aan beter agrarisch natuurbeheer. “Als agrariërs willen investeren om te extensiveren, dan hebben ze meer aan de zekerheid van een langjarige overeenkomst. Voor de provincie is het ook fijner als er langer wordt gewerkt, sommige soorten komen niet meteen terug, maar hebben de tijd nodig.”

Foto boven: Kwikstaart

Maatschappelijk

“Ik zou wel willen dat boeren meer profijt kunnen hebben van het uitvoeren van die maatregelen. We vergoeden nu alleen maar de onkosten. Maar deze agrariërs leveren natuurlijk maatschappelijke diensten die je zou kunnen belonen.” Toch gaat het niet alleen maar om het geld, meent Van Kuijk, maar ook om de motivatie om soorten terug te krijgen. “Je ziet bij boeren dat ze trots zijn op de resultaten van het natuur- en landschapsbeheer. Dat er een bepaalde vogel op het land is gespot, op zíjn land. Dát enthousiasme, dat zou voor mij de ideale manier zijn om verder te gaan met het ANLb.”

"We vergoeden nu alleen maar de onkosten. Maar deze agrariërs leveren natuurlijk maatschappelijke diensten die je zou kunnen belonen."

Lees meer over Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer

Deel deze pagina via