Emissiearme landbouw
"Het is een hele overgang"
Hoe beleef je het thema emissiearme landbouw als je een pluimveebedrijf hebt, als je wethouder bent, als je vlakbij veehouderijen woont of als je milieuactivist bent? Op zoek naar het menselijk gezicht achter een heikel thema. ‘Ik laat me met alle plezier door Ben uitnodigen om zijn stallen te bekijken.’
Een landbouw- en voedselketen in Brabant die goed en duurzaam is voor mens, natuur en omgeving; en landbouwbedrijven die zo weinig mogelijk schade veroorzaken en liefst een positieve invloed hebben: dat is de wens die het bestuur van de provincie Noord-Brabant heeft uitgesproken. En daarmee staat het thema ‘emissiearme landbouw’ hoog op vele agenda’s. Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Vreselijk in de stank
Laten we beginnen in Wanroij. Frans Minten (rechts) kwam hier 52 jaar geleden wonen. 'Rondom lagen kleine boerderijtjes,' herinnert hij zich. ‘Hartstikke leuk.’ Maar de boerderijtjes werden intensieve veehouderijen. ‘Binnen vijfhonderd meter zitten varkens, kippen, vleesrunderen en kalveren. Het ergst is het fijnstof. ’s Morgens is het niks als hoesten, ik heb pijn op de borst, ben gauw moe, heb hoofdpijn.’ In 2017 spanden zestien burgers in samenwerking met het Brabants Burgerplatform een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat. ‘De rechter oordeelde dat overschrijding van de geurnormen in strijd is met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens,’ vertelt platformvoorzitter Geert Verstegen. De staat ging in hoger beroep; in april 2025 stelde de rechter twee van de zestien burgers in het gelijk, maar het juridisch spel is vermoedelijk nog niet ten einde.
'In de ochtend is het niks als hoesten'
'Echte overlast hebben we hier niet meer'
Omgevingsvisie
Fons D’Haens (links) is wethouder in de gemeente Bladel; wat kan hij doen om de belangen van de landbouw en omwonenden in balans te houden? ‘In onze omgevingsvisie staat dat agrarische bedrijven zich mogen ontwikkelen als de emissies afnemen, maar tegelijkertijd mag het aantal mensen dat overlast ondervindt niet toenemen. Het instrument dat hier in het verleden goed werkte, is de geurverordening ofwel de maximale hoeveelheid geur die een veehouderijbedrijf mag uitstoten. Echte overlast hebben we hier niet meer.’ Toch heeft D’Haens een wens: ‘Ik zou graag vergunningen verstrekken aan agrarische bedrijven die passen in onze omgevingsvisie. Helaas kan ik dat niet, omdat de rechter uitspraken heeft gedaan over strenge stikstofeisen.’
Foto: De zwarte specht
Hoge verwachtingen
Een agrariër die D’Haens ‘best zou willen faciliteren om verder te verduurzamen en uit te breiden’, is Ben Beerens in Hoogeloon. Zijn bedrijf heet GreenFarm en het systeem dat hij gebruikt is ECO Air Care. Het is een ventilatie- en luchtwassingsysteem dat naast een pluimveestal wordt geplaatst. De effectiviteit is makkelijk te meten, beweert Beerens: ‘Uit onze metingen blijkt dat wij negentig procent ammoniak reduceren.’ De pluimveesector heeft hoge verwachtingen van deze vorm van emissiereductie en klimaatbeheersing. ‘Bens installatie draait al een paar jaar en is bewezen effectief in stikstofreductie,’ zegt wethouder Fons D’Haens. ‘Ook collega’s van hem die dezelfde techniek kunnen toepassen, zouden geholpen zijn met een vergunning. Zo kunnen zij verantwoord een vorm van veehouderij blijven uitoefenen.’
Innovatieve systemen
Zijn zulke innovatieve systemen de toekomst? Ben Beerens is er fan van: ‘Zonder innovatie zouden we nu nog in berenvellen rondlopen.’ Geert Verstegen zegt echter: ‘De landbouwsector kent een lange geschiedenis op het gebied van techniek. Maar Frans Minten zit nog steeds in de stank. Wij zijn vóór innovatie, maar dan voor een systeeminnovatie ofwel veel minder dieren.’ Fons D’Haens heeft hoge verwachtingen van brongerichte maatregelen: ‘Als je in het stalontwerp zorgt dat er veel minder ammoniak ontstaat, bijvoorbeeld door vaste mest en urine te scheiden, dan is de stal gezonder voor dieren, medewerkers én omgeving.’ Femke Dingemans, directeur van de Brabantse Milieufederatie (BMF) is sceptisch: ‘Nieuwe technieken kunnen wel onderdeel zijn van een set van oplossingen, maar ze zijn nooit de enige oplossing. Dat geldt ook voor het systeem van Ben Beerens. Maar hij mag me van harte uitnodigen om het te bekijken!’

Femke Dingemans
Vermoedelijk zal Ben Beerens dat graag doen: niet alleen omschrijft hij de Brabantse Milieufederatie als ‘een partij waar mee te overleggen valt’, maar bovendien ontvangt hij al jaren buren, collega’s en zelfs Tweede Kamerleden op zijn bedrijf. En onlangs organiseerde hij een omgevingsdialoog voor burgers en ondernemers uit zijn directe omgeving. ‘Als ik uitleg wat wij doen, dan zeggen ze allemaal: “Dat is eigenlijk heel logisch.”’



Meer voorbeelden
Zo zijn er meer voorbeelden van verbinding. Bladel werkt ‘heel goed’ samen met andere gemeenten aan kennisdeling tussen agrariërs en andere betrokkenen, vertelt wethouder D’Haens: ‘Expertise rondom vergunningverlening en techniek wisselen we uit als gemeenten onderling, maar ook met adviseurs, ondernemers, onderzoeksinstellingen, de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en het ministerie.’ Frans Minten en Geert Verstegen zijn hoopvol gestemd over de pilot ‘Aanpak overbelaste situaties geur’. Het doel is dat er eind 2025 een plan van aanpak ligt om alle 55 overbelaste situaties in Land van Cuijk aan te pakken, goedgekeurd door de gemeenteraad. Of dat lukt is vers twee, zegt Geert Verstegen, ‘maar deze gemeente blijft tenminste niet op de handen zitten.’
'Deze gemeente blijft tenminste niet op de handen zitten'
"Hoe je het ook wendt of keert: we zullen het samen moeten doen."
Landbouw en natuur
Los van elkaar bepleiten Fons D’Haens en Femke Dingemans een steviger link tussen landbouw en natuur. Dingemans zegt in Brabant volop boeren te zien die de natuurinclusieve en biologische weg kiezen. Zo ondersteunt haar Brabantse Milieufederatie al ruim tien jaar het Netwerk Goed Boeren: zestig Brabantse boeren die bezig zijn met verduurzaming. Dingemans: ‘Ik geloof in die aanpak om boeren samen hun hulpvraag te helpen oplossen, want wat ik zie, is dat zij niet zo makkelijk boodschappen aannemen van milieuorganisaties of overheden, maar wel van elkaar.’ Fons D’Haens: ‘Als wij boeren willen behouden in Brabant, moeten we zorgen dat ze voedselproductie kunnen combineren met beheer van natuur en landschap tegen een adequate vergoeding.’ Hij wijst op Van Gogh Nationaal Park: ‘Daar doen ze een dappere poging om boeren te stimuleren natuurinclusief te werken.’
Samen doen
Tijd voor de slotvraag: hoe ziet de toekomst van de landbouw eruit? Femke Dingemans: ‘Wij geloven in een duurzaam verdienmodel met misschien minder dieren, maar ook met andere oplossingen. Met andere bedrijfsvoering. We snappen heel goed dat dat best een hele overgang is. Maar we kunnen aantonen dat het kan. Dus we hopen dat heel veel ondernemers die stap zetten.’ Fons D’Haens: ‘Het zou helpen als er politiek overeenstemming was over hoe de landbouw in Nederland eruit moet zien. We weten allemaal dat het duurzamer moet, maar we weten niet waar we naartoe werken.’ Ben Beerens: ‘De wil om er samen uit te komen, ontbreekt de laatste jaren een beetje in Nederland. Dat is jammer, want hoe je het ook wendt of keert: we zullen het samen moeten doen.’

Deel deze pagina via
