Vijf jaar na de Peelbrand
"We moeten leren leven met vuur"
Bij veel Brabanders staan ze op het netvlies gebrand: de beelden van de verwoestende vlammenzee in de Deurnese Peel in 2020. In april was het vijf jaar geleden dat de grootste natuurbrand ooit in Nederland ontvlamde. Meer dan tweeduizend brandweermensen werden ingezet, alsnog ging zo’n driekwart van het natuurgebied verloren. Welke lessen zijn getrokken uit de Peelbrand? En is Brabant voorbereid op het toenemende risico op natuurbranden door de klimaatverandering? Vragen die na de recente natuurbrand in de Loonse en Drunense Duinen nog actueler zijn dan ooit.
De brand in de Peel - die een gebied ter grootte van ruim 1.000 voetbalvelden (710 ha) in de as legde - was er een in de categorie ‘onbeheersbaar’. Een term die lastig te omschrijven is, zegt Robby Brekelmans, beleidsmedewerker Openbare orde en Veiligheid van de provincie. “Wat onbeheersbaar is, hangt af van lokale omstandigheden en risico’s. In de Vughtse Heide bijvoorbeeld zijn een gevangenis en Nationaal Monument Kamp Vught gevestigd. En direct aan het natuurgebied grenst een woonwijk. Dan accepteer je minder dan in een dunbevolkt gebied zonder verdere voorzieningen. Het gaat dus vooral om de impact van een brand. Het is aan de 31 Gebiedscommissies Natuurbrandbeheersing in Brabant om die afweging te maken. Daarvoor is het nodig dat alle betrokken partijen zich bewust zijn van de risico’s, en daarin stimuleren wij hen.”

Verantwoordelijkheid
Wie waarvoor verantwoordelijk is, is cruciaal bij natuurbrandbeheersing. Een duidelijke taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is er echter niet. Burgemeester, veiligheidsregio en terreinbeheerder staan er als gebiedscommissie samen voor. Maar in de praktijk is het altijd vooral het pakkie-an geweest van de brandweer. Uit de onderzoeken na de Deurnese Peelbrand bleek dat een bredere samenwerking de natuurramp mogelijk had kunnen beperken. “De Peelbrand heeft drie dagen gebrand, maar nog twee maanden lang gesmeuld door de lage grondwaterstand”, vertelt Ivo Verhaar, provinciaal regisseur Natuurbrandbeheersing. “Daardoor kon het vuur de grond in en stak het steeds weer de kop op. Het waterschap was in dit hoogveengebied al bezig met het vernatten van de bodem, maar door de droogte was de waterhuishouding nog onvoldoende op peil. Dit geeft aan hoe belangrijk ook de rol van het waterschap is in de gebiedscommissie.”
Acceptabel
Nóg een belangrijke les uit de Peelbrand: we moeten leren leven met vuur. “Het doel is niet om natuurbranden volledig te voorkomen, maar om onbeheersbare branden te vermijden”, aldus Verhaar. “Daarvoor moeten we vooraf bepalen welke stukken natuur acceptabel zijn om bij een brand gecontroleerd te laten afbranden. In de Deurnese Peel ging het net goed: brandweermensen raakten bijna ingesloten en konden nauwelijks meer vluchten. Dit vraagt om een verandering in mindset: soms is een brand door de omstandigheden en de energie niet meer te blussen met water. Dan moet je het vuur verderop opwachten op de vooraf afgesproken plek en daar een stoplijn creëren om de brand te beheersen.” Dat dit ten koste kan gaan van de biodiversiteit, is onderdeel van de acceptatie, zegt hij. “Niet elke natuurbrand is slecht voor de natuur. Een kleine voorjaarsbrand kan juist een positief effect hebben, terwijl een brand in een droge, warme maand als augustus vaker verwoestend is.”
“Het doel is niet om natuurbranden volledig te voorkomen, maar om onbeheersbare branden te vermijden”
Veiligheidsaanpak in lagen
Wat de onderzoeken ook uitwezen: natuurbeheer en inrichting van de openbare ruimte zijn de basis voor een brandveilige natuur. “Daarmee is de brandweer dus het sluitstuk geworden”, zegt Brekelmans. “Als je dit beseft, ga je op een andere manier je samenwerkingsstructuur inrichten.”
Ook is de focus verlegd naar een veiligheidsaanpak in meerdere lagen, vertelt hij. “Dit betekent dat we vanuit de voorkant bekijken hoe we een natuurbrand kunnen voorkomen en beperken. En als die dan toch uitbreekt, hoe we moeten herstellen en wat wij ervan kunnen leren. Het gaat dus niet alleen om natuurbrandpreventie, maar ook om ruimtelijke ontwikkeling en natuurbeheer. Hoe gaan we om met uitbreiding van een camping in een natuurgebied? Of met de bouw van een woonwijk tegen zo’n gebied aan?”

Hoe gaan we om met uitbreiding van een camping in een natuurgebied?
De meerlaagse benadering is nu ook de insteek van het landelijke convenant dat in de maak is. Het is de eerste stap om op landelijk niveau tot concrete afspraken te komen over natuurbrandbeheersing. Want wet- en regelgeving op dit gebied ontbreken nog steeds. Zeker met het oog op de klimaatverandering is dat opmerkelijk, beaamt Brekelmans. “Het heeft allerlei partijen heel wat inspanningen gekost om het onderwerp landelijk op de agenda te krijgen, maar het is gelukt. Sinds 2024 is het ministerie van LVVN (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) stelselverantwoordelijk. Ze is dus overkoepelend verantwoordelijk voor beleid en coördinatie rondom natuurbrandbeheersing. Hiermee is het startschot gegeven voor meer samenwerking.” Vooral wat betreft de samenwerkingsstructuur op provinciaal niveau, zijn de ogen hierbij gericht op Brabant. Brekelmans: “In de aanpak van natuurbrandbeheersing zijn wij al jaren aan het pionieren. Een kwestie van leren, aanpassen, opnieuw leren en weer aanpassen. Dat wordt landelijk gezien. Het nieuwe provinciehoofd van Staatsbosbeheer - hij is van buiten Brabant - merkte laatst nog op dat onze provincie zo’n sterke mindset van samenwerken heeft. Dat viel hem op.”
Expertisecentrum
Om te leren van de lessen uit de Peelbrand, komt er in de loop van dit jaar een landelijk expertisecentrum. Waar is nog niet bekend. “In Brabant zou natuurlijk mooi zijn, maar belangrijker is dat het centrum er komt”, vindt Brekelmans. “De kennis die we hier al hebben opgebouwd en doorontwikkeld, kunnen we daar delen en borgen. Hoe communiceer je bijvoorbeeld met inwoners in geval van een natuurbrand? En hoe zorg je voor meer weerbaarheid in de samenleving? Wij hebben op dit gebied al veel stappen gezet. Zoals het ontwikkelen van voorbeelddocumenten en het organiseren van trainingen en bijeenkomsten. Vanuit de provincie houden wij de druk erop; waarbij Ivo op de inhoud en de provinciale organisatie zit en ik namens de commissaris van de Koning op de samenwerkingsstructuur en de bovenregionale uitdagingen.”
Tussen de oren
Ook binnen de provinciale organisatie is het belangrijk om natuurbrandbeheersing goed tussen de oren te krijgen. “Vanwege de enorme impact van natuurbranden moet beheersing integraal onderdeel worden van gebiedsontwikkeling en natuurbeheer”, zegt Verhaar. “Dit zorgt ervoor dat alle betrokken partijen er structureel mee aan de slag gaan. Sommige gemeenten zetten hier al concrete stappen in. Zo wordt in Asten natuurbrandbeheersing binnen een straal van anderhalve kilometer rond de Groote Peel voortaan standaard meegenomen in ruimtelijke plannen en initiatieven, wat heel vooruitstrevend is. Om natuurbranden ook in de toekomst beheersbaar te houden, moet dit een vanzelfsprekendheid worden. We bouwen ook niet zomaar meer in een beekdal.”
“Een natuurbrand raakt zo veel mensen die wonen, werken en recreëren..." Ingrid Coenradie, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Eind maart bracht de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en die van Justitie en Veiligheid (JenV) een bezoek aan de Loonse en Drunense Duinen. Ze kwamen kijken hoe de Brabantse aanpak zijn vruchten begint af te werpen.
Wat kun je zelf doen?
Deel deze pagina via
