Meten is weten
De staat van de natuur monitoren
Stel je de natuur met haar biodiversiteit voor als een prachtig dik sprookjesboek. Elk landschap, elke plant- of diergroep vormt een bladzijde in dit boek - van rijke bodems en goede waterkwaliteit tot bloemen, vlinders, vogels en de wolf. Samen vormen ze een spannend en betoverend verhaal. Helaas gaat het wereldwijd niet goed met de biodiversiteit. Ook in Brabant is dit een grote zorg. Menselijke invloeden en klimaatverandering beschadigen of scheuren steeds meer bladzijden uit dit sprookjesboek. Landschappen worden verstoord, soorten verdwijnen en het eens zo mooie verhaal wordt korter en eentonig.
Weten hoe de natuur ervoor staat, is noodzakelijk om goed natuurbeleid te maken dat bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit. Daarom brengt de provincie in kaart welke planten, dieren en natuurtypen in een gebied voorkomen. Deze monitoring gebeurt op verschillende manieren: Kijken, luisteren, meten, drones, bio-akoestiek en tegenwoordig ook AI. De foto hierboven laat zien hoe dat er in de praktijk uit ziet. Herken de auto en de 2 mensen ernaast, van boven gefotografeerd en ingekleurd door de computer.
Meten is weten
Anne-Mark Wijkel, veldmedewerker ecologisch onderzoek van de provincie, legt uit hoe hij en andere veldmedewerkers de natuur monitoren. “In natuurgebieden zoals bossen, duinen en heidevelden lopen we al sinds de jaren 90 langs vaste routes. Onderweg identificeren en tellen we verschillende soorten planten en dieren. Omdat we dit elk jaar doen, beschikken we inmiddels over veel en gedetailleerde gegevens.” Deze data zijn voor de provincie van onschatbare waarde: ze laten zien welke soorten verdwijnen, of juist groeien en welke invloed stikstof of klimaatverandering hebben.
"Omdat we dit elk jaar doen, beschikken we inmiddels over veel en gedetailleerde gegevens."
"We hebben juiste gegevens nodig om haalbare beschermingsdoelen te stellen."
Aantal spechten
De verzamelde data geven richting aan het natuurbeleid. Anne-Mark: “Zo heeft de provincie de opdracht om het aantal zwarte spechten op de Brabantse Wal te beschermen en te behouden.” De zwarte specht is een Europees beschermde soort, overbrugt makkelijk afstanden van meer dan 1 kilometer en is regelmatig ver van zijn eigen nest te vinden. Daarom dacht men vroeger dat er meer zwarte spechten voorkwamen in een gebied dan daadwerkelijk het geval was. “Door een aantal opeenvolgende jaren heel nauwkeurig te tellen, wilden we erachter komen: hoeveel zwarte spechten zitten er nou echt? Het bleek te gaan om ongeveer 20 paren. We hebben juiste gegevens nodig om haalbare beschermingsdoelen te stellen.”
Foto: De zwarte specht
Monitoring is ook nodig om resultaten te meten van subsidieregelingen. Denk aan Natuur en Landschap en natuurherstelprogramma’s in Natura 2000-gebieden. Data kunnen ook helpen om keuzes over de inrichting van de omgeving te maken. Anne-Mark: “Data van wintertellingen van ganzen en zwanen kunnen ertoe leiden dat we ervoor kiezen om windmolens buiten kwetsbare overwinteringsgebieden te plaatsen.” Monitoring kost veel menskracht en is erg tijdrovend. Tegenwoordig bestaan er gelukkig veel nieuwe technologieën die dit werk makkelijker maken.


Anne-Mark Wijkel

Bio-akoestiek
'Bio-akoestiek’, de wetenschap die geluiden van natuur in de wereld onderzoekt, groeit sterk mede dankzij de inzet van Artificiële Intelligentie (AI). Zo worden geluiden van vogels en andere dieren in kaart gebracht. Vogelonderzoeker Eric van der Velde monitort en bestudeert het geluid en gedrag van de roerdomp en het porseleinhoen in de Biesbosch. Hij plaatst monitoringskastjes in het riet en rust die uit met geavanceerde recorders. Met behulp van die geluidsopnamen kan Eric bepalen waar de roerdomp gezeten heeft, zonder de natuur te verstoren. “De roerdomp is een bijzondere vogel, die een heel laag geluid maakt dat klinkt als een misthoorn. Dat geluid is zelfs voor de ervaren veldwerker soms lastig om te plaatsen. Je kan er gauw naast zitten qua richting en afstand door bijvoorbeeld de wind. Akoestische monitoring maakt nauwkeuriger onderzoek mogelijk.”
Foto: Eric van der Velde
'Bio-akoestiek’, de wetenschap die geluiden van natuur in de wereld onderzoekt.'
"Wat ik doe in de Biesbosch is vrij nieuw."

Michiel Groenemeijer

Mapping met AI
AI kun je ook gebruiken om luchtfoto's van natuurgebieden te laten analyseren. Michiel Groenemeijer, directeur van Ecogoggle, legt uit hoe zij op maat gemaakte AI-modellen ontwikkelen om natuursoorten in een gebied te monitoren.

Luchtfoto met ingekleurde soorten
"De drone-opnames maken we altijd buiten het broedseizoen om verstoring te beperken."
Vanuit de lucht
Het proces begint met het verzamelen van dronebeelden. Je hebt hele scherpe foto's nodig om te zien waar de te monitoren natuursoort staat. “We beginnen altijd met een intakegesprek met de beheerder van het gebied en vragen welke soorten die wil monitoren. Daarna gaan we met een ecoloog het veld in om te zien hoe herkenbaar de soorten zijn. Vervolgens maken we per vierkante kilometer zo'n 4.000 luchtfoto’s in het natuurgebied. De drone-opnames maken we altijd buiten het broedseizoen om verstoring te beperken.”
Train de computer
Met de beelden gaat Michiel terug naar het gebied om een klein deel ervan handmatig in het veld te analyseren. “We lopen een rondje door het landschap en kijken waar de soort daadwerkelijk staat. We maken digitale aantekeningen op de eerder gemaakte luchtfoto’s. We geven aan op welke plekken we deze soort zien, zodat het AI-model de natuursoort leert herkennen.”

Veldwerk - droneshots maken
Met deze voorbeelden wordt het AI model getraind om zelfstandig een analyse van de rest van het natuurgebied te maken. “Wij als mensen beginnen elke keer met de taak en AI maakt het af. Omdat we genoeg voorbeelden geven, kan het model op basis daarvan voorspellingen doen voor de overige hectaren van het gebied.” Dat ziet de beheerder terug op een overzichtelijke kaart met verschillende, gekleurde lagen per natuursoort in zijn gebied. “Het werk van de beheerder wordt hiermee efficiënter en nauwkeuriger.”
Sprookje
Het sprookje begint misschien dus wel met monitoring. Hoe beter de provincie weet hoe de natuur ervoor staat, hoe beter de provincie het beleid kan beoordelen en aanpassen. Dit is essentieel om de biodiversiteit te versterken, zodat het sprookjesboek weer spannender wordt.
Vlinders zijn graadmeters
Vlinders vertellen veel over de natuur. Ze zijn namelijk heel afhankelijk van bepaalde planten en begroeiing. Denk aan planten waar ze eitjes leggen en waar de rupsen van eten, of plekken waar ze beschutting en warmte vinden. Als je ergens veel vlinders ziet, is dat een goed teken. Dan leven daar ook veel andere planten en dieren. Het is dus belangrijk om goed te letten op deze kleurrijke fladderaars.


En wist je dit...?
Soms zijn veranderingen in de natuur direct met het blote oog zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan korstmossen; de lichtblauwe, gele of grijsgroene plekken die je vaak ziet op boomstammen. Uit onderzoek blijkt dat de mossen snel reageren op veranderingen in de luchtkwaliteit. De kleur van de korstmossen laat zien hoe de luchtkwaliteit is. Het gele korstmos (links op de foto) doet het goed in ammoniak-rijke gebieden. Het lichtblauwe korstmos kan juist heel slecht tegen deze stikstofverbinding en zie je alleen in gebieden waar de concentratie ammoniak lager is. Daarmee kunnen de korstmossen ook als monitor dienen om de staat van de natuur en het effect van ons beleid te meten.
Deel deze pagina via
