Begroting 2025
Het geld van Brabant
Volgend jaar heeft de provincie Noord-Brabant ruim 1,4 miljard euro te besteden. Dat blijkt uit de vastgestelde begroting 2025. Daarin staat ook waar de provincie in 2025 dat geld aan wil besteden. In dit Brabant Magazine laten 7 Brabantse organisaties zien aan welke plannen en projecten zij hebben gewerkt of gaan werken met hulp van de provincie. De betrokkenen hebben we allemaal een mooie plek gegeven voor het interview: een speciale Brabant-stoel, gemaakt van afvalmateriaal door Karin van den Berg.




Moestuinenproject IVN Natuureducatie Project: programma Jong Leren Eten Bedrag: € 100.000 Resultaat: gezondere kinderen die duurzame eetkeuzes maken

Marieke Wingens, IVN-makelaar Jong Leren Eten
"Financiële boost als aanjager"
Voedingseducatie verankeren in het lesprogramma op scholen en kinderopvang, zodat kinderen leren gezonde én duurzame keuzes te maken. Dat is het doel van ‘Jong Leren Eten’. Voor de uitvoering van het programma ontving IVN Natuureducatie Brabant een provinciale subsidie van € 100.000. “Deze financiële boost werkt als aanjager en versneller”, aldus Marieke Wingens, IVN-makelaar Jong Leren Eten.
De feiten liegen er niet om: van de Nederlandse kinderen eet slechts 2% voldoende groente en 5% voldoende fruit. Tot 20 jaar heeft meer dan 1 op de 10 kinderen overgewicht. Ook weten ze vaak niet waar hun eten vandaan komt en hoe het geproduceerd wordt. Kortom, voedseleducatie is bittere noodzaak.
“De provinciale steun is een belangrijke stimulans om bij scholen het proces in gang te zetten.”
In de afgelopen 4 jaar bereikte IVN Natuureducatie met Jong Leren Eten in Brabant ruim 150.000 leerlingen vanuit zo’n 400 basisscholen. Nog eens 40 scholen staan klaar om aan de slag te gaan met een minimoestuin met excursies naar de klassenboer, of het aanleggen van een moestuin of voedselbosje. “Deelname vraagt wel om commitment”, zegt Wingens. “Scholen ruimen een deel van hun schoolplein in en gaan de verplichting aan om minimaal 3 jaar mee te doen.”
Langetermijneffect
Gemiddeld kost deelname € 6.000. Scholen leggen zelf een derde in. Het merendeel komt dus uit de subsidiepot. Wingens: “De provinciale steun is een belangrijke stimulans om bij scholen het proces in gang te zetten. Omdat ook gemeenten en het Rijk bijdragen via Regiodeal Noordoost-Brabant, levert de investering van de provincie zo het vijfvoudige op. Nog belangrijker is het langetermijneffect: gezonde kinderen hebben een veel grotere impact dan de financiële winst op korte termijn.”

Marieke Wingens
Geldschieter én partner
Naast geldschieter is de provincie vooral ook partner in het programma. “Dat is zeker niet overal zo en maakt de samenwerking in Brabant best uniek”, zegt Wingens. “Ook het integrale denken is vrij uitzonderlijk. Je ziet dan ook dat Brabant, bijvoorbeeld op het gebied van voedseleducatie en groene schoolpleinen, een voorloper is. Door een initiatief als Jong Leren Eten samen op te pakken, nemen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid. Zo ontstaat er ook veel meer draagvlak.”
Project: Dijkversterking tussen Ravenstein en Lith

Joep de Greef, omgevingsmanager Meanderende Maas · Waterschap Aa en Maas
Meanderende Maas
De provincie zit samen met ons als Waterschap Aa en Maas in het projectteam Meanderende Maas. Met Meanderende Maas werken we eigenlijk aan de dijkversterking tussen Ravenstein en Lith. Maar ook aan gebiedsontwikkeling in dat gebied, plus rivierverruiming", zegt Joep de Greef, omgevingsmanager Meanderende Maas van Waterschap Aa en Maas. "Dus we hebben eigenlijk drie hoofdonderdelen waar we aan werken. De provincie steunt ons project onder andere financieel. Met die financiële middelen kunnen we het project net wat mooier maken; De ruimtelijke kwaliteit kunnen we op sommige plaatsen net een stapje mooier maken dan we zelf al wilden." "Een ander onderdeel is dat we een fietspad kunnen aanleggen, waardoor de verkeersveiligheid net wat beter wordt", zo gaat De Greef verder. "En wat misschien nog wel belangrijker is dan die financiële bijdrage, is ook de bijdrage van een aantal collega's van de provincie, wat heel goed werkt in de samenwerking. Een specifiek voorbeeld is de landschapsarchitect van de provincie die echt wel zijn kijk en zijn inbreng levert op het hele gebied, waardoor we echt het project een stuk mooier maken dan alleen maar een dijk te versterken."
“De ruimtelijke kwaliteit kunnen we op sommige plaatsen net een stapje mooier maken.”
BrabantSport, Michel Reinders
Project: Groenloket Brabant Bedrag: € 12,4 miljoen (2020-2025) Resultaat: een aantrekkelijker en biodiverser buitengebied

Bart Simons, coördinator landschapsbeheer in West-Brabant bij Brabants Landschap
"Verdubbelaar zet zoden aan de dijk"
Een kikkerpoel aanleggen, streekeigen bomen aanplanten of bloemrijke akkerranden inzaaien. Het zijn voorbeelden van kleinschalige natuurontwikkeling. Groenloket Brabant adviseert en ondersteunt grondeigenaren die het buitengebied aantrekkelijker én biodiverser willen maken. In de eerste helft van 2024 werd hierin € 3 miljoen geïnvesteerd. De provincie subsidieerde de helft daarvan. “De verdubbelaar van de provincie zet echt zoden aan de dijk”, zegt Bart Simons.
“Wij zijn voor een stukje ontzorging.”
Simons is coördinator landschapsbeheer in West-Brabant bij Brabants Landschap. Deze organisatie trekt de kar van het Groenloket, onder meer voor de Stimuleringsregeling Landschap (StiLa). “Het Groenloket heeft een eenloketfunctie”, vertelt Simons. “In plaats van allerlei instanties af te moeten, kunnen particulieren en agrariërs hier terecht met hun vragen. Wij adviseren en begeleiden ze en wijzen hen de weg in de wirwar van subsidieregelingen. Een stukje ontzorging dus.”
Keukentafel
Komt een boer of particulier met een vraag, dan bekijkt het Groenloket welke veldcoördinator (adviseur) aan de keukentafel komt. Die helpt dan met het maken van een tekening en het invullen van de subsidieaanvraag voor bijvoorbeeld het planten van een heg en het aanleggen van een poel. “Soms zit er een groter project in”, zegt Simons. “Hiervoor zetten we dan ons netwerk in. We verbinden partijen als waterschappen, gemeenten en boeren met elkaar, om samen zo’n project uit te voeren.”

Bart Simons
Uilen en vleermuizen
Voor de periode 2020-2025 hebben de provincie, waterschappen en gemeenten € 12,4 miljoen beschikbaar gesteld voor de StiLa. De provincie subsidieert de helft. Tot nu toe zijn hiermee bijna 1.000 landschapsprojecten uitgevoerd; van 10.000 meter haag tot 3.000 knotbomen en 70.000 m² bloemrijke akkerranden. “Uiteraard kan niet elk project worden gehonoreerd”, aldus Simons. “Om zo min mogelijk ‘nee’ te hoeven verkopen, zijn er nog andere provinciale regelingen. ErvenPlus bijvoorbeeld, dat het leefgebied voor dieren op erven verbetert.”
Het is de combinatie van ontzorging en subsidie die uitvoering van een project aantrekkelijk maakt. Simons: “Neem een boer die een perceel met oude knotwilgen koopt. De jaarlijkse knotkosten kunnen een flinke last zijn. Door een beheervergoeding aan te bieden of vrijwilligersgroepen in te schakelen voor het onderhoud, kunnen wij die boer vanuit het Groenloket ondersteunen.”
Project: Sprong Resultaat: Regionaal implementatiecoach omgevingswet

Vincent Aalbers, regionaal implementatiecoach omgevingswet vanuit de VNG
Omgevingsplannen maken
"Als regionaal implementatiecoach omgevingswet vanuit de VNG ondersteunen we gemeenten om omgevingsplannen te maken. Zo mogelijk wat sneller en wat efficiënter. Want hoe sneller we dat doen, hoe eerder we aan de woningbouwopgave kunnen toekomen zoals die hier rondom ons heen laat zien", zegt Vincent Aalbers van de VNG, de Vereniging Nederlandse Gemeenten. "En daarin werken we samen met de provincie, want de provincie ondersteunt dit met tijd, geld en capaciteit. Door in het project Sprong samen te werken en onze capaciteit slimmer te benutten kunnen we sneller werken. En doordat we sneller werken zijn de omgevingsplannen in ruwbouw eind 2026 klaar. Waardoor we eerder op maat plannen kunnen maken die in hun gemeenten relevant zijn. En zo kun je woningbouw en dit soort dingen eerder voor elkaar krijgen."
“Doordat we sneller werken zijn de omgevingsplannen in ruwbouw eind 2026 klaar.”
Braventure, Job Nijs
Project: Grote Oogst Vijf Eiken, Oosterhout Bedrag: € 250.000 Resultaat: groener en duurzamer bedrijventerrein

Jacco Buisman, procesmanager van Grote Oogst Vijf Eiken
"De cofinanciering versnelt het duurzaamheidsproces"
Bedrijventerrein Vijf Eiken-Heihoef in Oosterhout maakt deel uit van het provinciale project Grote Oogst. Hier werken bedrijven samen aan de energietransitie, klimaatadaptatie, slimme mobiliteit en circulaire economie op het terrein. Het budget: € 750.000, waarvan een derde van de provincie afkomstig is. “De cofinanciering en samenwerking versnellen het duurzaamheidsproces”, zegt Jacco Buisman, procesmanager van Grote Oogst Vijf Eiken. Vijf Eiken-Heihoef is een van de 12 bestaande bedrijventerreinen in Brabant die sneller moeten verduurzamen. Het Oosterhoutse terrein staat hiermee voor een flinke uitdaging. Van een forse reductie van CO2 tot opwekking van hernieuwbare energie. En van circulaire bedrijfsvoering tot vergroening van de locatie. Ook liggen er kansen in meer samenwerking en slimme mobiliteit. Het bedrijventerrein bundelde hiervoor de krachten met de gemeente en de provincie.
“Het gaat hier echt om co-creatie.”
“Het gaat hier echt om co-creatie”, vertelt Buisman. “Elke partij draagt een derde van het budget. De provincie zet ook nog capaciteit in en financiert de inzet van de Brabants Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). De samenwerking tussen alle stakeholders is absoluut gelijkwaardig. Je merkt dat iedereen er transparant in staat. En dat is essentieel bij een omvangrijke opgave als deze.”
Vervoer over water
Van de 105 bedrijven zijn de 18 grootste – met 70% van de medewerkers – aangehaakt. Ze werken onder meer aan de realisatie van een energiehub door energie uit te wisselen en gebruik te maken van een biovergister. Die moet jaarlijks 40 miljoen m³ duurzaam gas gaan produceren. In het kader van klimaatadaptatie is het terrein meer vergroend en voorzien van een duurzame wandelroute. Daarnaast wordt onderzocht of gezamenlijke mobiliteitsmaatregelen op het terrein de hinder door de verbreding van de A27 kunnen beperken. Een mogelijkheid is vervoer over water. “Vijf Eiken-Heihoef ligt aan het Wilhelminakanaal, maar de bedrijven maken hier nog nauwelijks gebruik van”, aldus Buisman.

Jacco Buisman
Olievlekwerking
Als het traject eind 2026 afloopt, staat er een bedrijventerrein waar veel bewuster wordt omgegaan met duurzaamheid, verwacht hij. “Dan is het besef ingedaald dat duurzaamheid vooral gaat om ‘doen’. Bedrijventerreinen in de omgeving kijken met veel belangstelling naar wat hier gebeurt. We hopen dan ook op een olievlekwerking.”
Deel deze pagina via
