Duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit
Met de opgave duurzame verstedelijking, vitaal platteland en mobiliteit zetten we ons in voor een mooier Brabant: waar het fijn wonen, werken en leven is en dat bovendien voor iedereen goed bereikbaar is. En waar Brabanders zich verbonden voelen met hun omgeving.
Groen boeren loont
De provincie streeft naar 500 natuurinclusieve boeren en 15% biologische landbouwgrond in 2030. Samen met partners wil de provincie ervoor zorgen dat steeds meer agrarisch ondernemers produceren in harmonie met milieu, natuur en landschap. En dat zij gewaardeerd en beloond worden voor hun diensten om de natuur te versterken. Maak kennis met twee Brabantse boeren die al behoorlijk op de goede weg zijn. Voor de natuur én voor zichzelf. Dirk Roelants uit Breda en Lars van Loenhout uit Prinsenbeek.
“Kijken naar kansen”
De Bredase melkveehouder Dirk Roelants vindt dat er kansen liggen om te kiezen voor natuurinclusieve landbouw. Hij heeft het speciaal voor dit interview opgezocht, vertelt hij: “Wat ik in de papieren terug kon vinden, is dat mijn opa al in 1958 grond pachtte van Staatsbosbeheer. Dus als ik straks het melkveebedrijf overneem van mijn ouders, dan ben ik de derde generatie die grond mag pachten van Staatsbosbeheer. Dat doen wij nu dus al 64 jaar. Misschien maak ik aan het eind van mijn carrière wel de honderd jaar vol.” “Wij doen nu al heel veel dingen die passen binnen natuurinclusieve landbouw. We zijn een grondgebonden bedrijf met weinig vee per hectare. Voor onze bedrijfssituatie is het een logische en niet al te grote stap om te gaan voor een natuurinclusieve aanpak.”
Concreet
Roelants jr. ziet het helemaal zitten. Hij stelde samen met de 'ondernemerscoach natuurinclusieve landbouw' (in zijn geval Theo Bakker) een zogenoemd ‘omschakelplan’ op. Wat gaat Dirk Roelants concreet doen? Enerzijds gaat hij punten scoren op de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij (BBM), die melkveehouders financieel beloont voor hun bijdrage aan natuur, water en landschapskwaliteit. De beloning in de BBM is gebaseerd op dertien indicatoren waaronder ammoniakuitstoot, weidegang en blijvend grasland. De melkveehouder bepaalt zelf welke maatregelen hij neemt. Hoe hoger de score, hoe hoger de beloning.
Kruidenrijk grasland
Daarnaast zijn er 'groene indicatoren' waarop Dirk Roelants de biodiversiteit wil verbeteren, “bijvoorbeeld door struikgewas aan te leggen met bramen, kruidachtige begroeiing, inheemse grassen en bloemrijke akkerranden. Zo ontstaat een natuurlijke overgang van bos naar agrarisch gebied.”
Werkplezier
Het is vooral belangrijk dat een boer de bodem zijn werk laat doen met zo weinig mogelijk of geen gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Dirk Roelants: “We zullen met zijn allen stappen moeten zetten om de biodiversiteit en duurzaamheid te stimuleren waar het kan.” Roelants vindt dat op de lange termijn drie dingen belangrijk zijn: “Ten eerste een goed inkomen. Daaraan zullen meer partijen moeten bijdragen als we stappen willen zetten richting natuur en biodiversiteit. Denk bijvoorbeeld aan de overheid, zuivelverwerkers en natuurinstanties. Daarnaast moet de overheid een duidelijke langetermijnvisie hebben, zodat ik als bedrijf weet waar ik aan toe ben. En tot slot is werkplezier belangrijk. Bij werkweken van tachtig uur en soms meer, is het belangrijk dat het leuk blijft.”
Vlakbij de stad
Dirk Roelants zit met zijn bedrijf dicht tegen de stad aan. Dat kun je zien als een belemmering, maar ook als een kans: je kunt daar perfect laten zien waar voedsel vandaan komt. Het is een kans om mensen bij je bedrijf en de sector te betrekken. “Inderdaad, wij kunnen voor de mensen die genieten van dit gebied een meerwaarde zijn. En voor ons levert dat meer acceptatie op vanuit de omgeving. Dat is een kans. Maar met elke kans moet wel een goede boterham verdiend kunnen worden.”
Toekomst
“Al met al ziet de toekomst er goed uit. Wij produceren voedsel, de consument is dichtbij en de bevolking neemt alleen maar toe. Boeren kun je er niet zomaar bij maken, dus ik denk dat we in het goede vakgebied zitten. Alleen moet ik als ondernemer wel meebewegen met wat de omgeving van mij vraagt.”




Er is grote behoefte aan inspirerende voorbeelden en uitwisseling van kennis onder natuurinclusieve ondernemers. Daarom heeft de provincie 12 inspiratiebedrijven natuurinclusieve landbouw. Nico Miedema en Noortje Krol zijn met hun melkveebedrijf De Waaistap in Heeswijk-Dinther in omschakeling naar natuurinclusieve landbouw. Wat drijft hen om deze omschakeling te maken en hoe doen ze dat?
“Werken met personeel is niet mijn ding”
Even ten westen van Breda, ingeklemd tussen Etten-Leur en het riviertje de Mark, ligt natuurgebied Noordrand-Midden. Hier werken Waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en de Provincie Noord-Brabant samen aan een waterrijke natuur. Lars van Loenhout (32) wil hier graag zijn steentje aan bijdragen. Vanuit het melkveebedrijf van zijn ouders met wie hij een maatschap vormt wil hij hier, in het buitengebied van Prinsenbeek, natuurinclusief gaan boeren. De maatschap beschikt over 105 hectare grond. Daarvan is 45 hectare natuurgrond, die wordt gepacht van Staatsbosbeheer.
Alternatief voor intensiveren of stoppen
Enkele jaren geleden is het zogeheten stallenbesluit genomen, waarin het college van Gedeputeerde Staten stelde dat alle stallen in Brabant op 1 januari 2022 (later uitgesteld naar 2024) vrij moesten zijn van ammoniakuitstoot. Maar de provincie wil daarbij een mogelijkheid bieden aan boeren om anders, duurzamer te gaan produceren. Zo wordt natuurinclusieve landbouw gestimuleerd: een alternatief voor optimaliseren, intensiveren of stoppen.
Geen schaalvergroting
Lars van Loenhout is iemand die zo’n uitdaging heel snel wil omzetten in een kans. “Wij verwachten de productiedoelstellingen zeker te kunnen halen.” Toch zal het zeker in het begin even zoeken zijn naar de juiste modus, voorspelt hij: “Doordat je bijvoorbeeld geen kunstmest meer gebruikt, heb je een lagere opbrengst melk. Je hebt weliswaar ook minder kosten, maar dat weegt niet tegen elkaar op. Het zal dus afhangen van de winstgevendheid van onze gangbare landbouwgrond.”
Omvang
De onderneming telt 110 melkkoeien en bijbehorend jongvee. Van Loenhout verwacht die binnen drie jaar van zijn ouders over te nemen. Schaalvergroting was in het verleden weleens ter sprake gekomen. Maar door een stage bij een bedrijf dat van 250 naar inmiddels 500 koeien is gegroeid, ontdekte hij: werken met personeel, en het hele jaar door druk bezig zijn, was niet zijn ding.
“De afgelopen jaren kregen we te maken met zwaardere milieueisen en de stikstofreductie. Met natuurinclusief boeren kunnen we daar een mouw aan passen. We blijven onder de twee stuks grootvee per hectare en scoren goed op de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij. En in de wei worden de vloeibare en vaste fractie van koeienmest gescheiden, wat veel minder ammoniakuitstoot oplevert. Hierdoor voldoen we ook aan de milieueisen.”
Nieuwe deuren
En dat opent nieuwe deuren. Boeren die kunnen aantonen dat zij door de natuurinclusieve aanpak minder stikstof uitstoten dan een gangbaar bedrijf, hoeven een verouderde stal per 1 januari 2024 niet te vernieuwen. Dat scheelt enorm veel, want een stalvloer aanpassen vergt al snel een investering van een paar ton. Ook Van Loenhout maakt gebruik van de uitzonderingsregeling.