50 JAAR

PROVINCIEHUIS

Bode Hans van Wanrooij weet het zeker

'Er huist een geest in het provinciehuis'

We kennen ze allemaal wel; titels als Ghostbusters, of A Night at The Museum.


Films waarin nogal vreemde, zelfs bizarre dingen gebeuren die vaak voortkomen uit het uiterst creatieve brein van schrijvers en regisseurs. Ze laten geesten tot leven komen, met verstrekkende gevolgen voor de argeloze bewoners of bezoekers. Maar nu blijkt ook het Brabantse provinciehuis in ’s-Hertogenbosch een heuse huisgeest te herbergen, althans als we bode Hans van Wanrooij (61) mogen geloven.

Hij is inmiddels 43 jaar werkzaam bij de bodedienst van het provinciehuis. Collega’s die hem beter kennen, zouden Hans wel de gedrongen, breed lopende en -geschouderde nuchterheid kunnen noemen. En dat beaamt hij zelf ook wel. Maar toch: ‘Er gebeuren dingen die eigenlijk niet kunnen. Ik vind het toch wel in de categorie ‘onverklaarbaar’ thuishoren. En dan gaat het niet alleen over mijn persoontje, maar er zijn meerdere collega’s die dit verhaal onderschrijven.’ Waar bode Hans van Wanrooij op doelt, is het spontaan opengaan van de draaideuren en soms ook de schuifdeuren bij de ingang van het provinciehuis. Het dichtslaan van deuren in het gebouw terwijl er niemand in huis is en er geen enkele sprake is van tocht.

‘Je schrikt en vervolgens ga je kijken, maar je vindt niemand. Het kan geen tocht zijn want we controleren elke avond het hele gebouw of er ramen openstaan. En als we dat aantreffen dan sluiten we die ramen meteen.’

Hans van Wanrooij

Geest


‘Vooral ‘s morgens (rond 07:00 uur) is het vreemd dat de ‘geest’ binnenkomt want niemand kan dan in het gebouw zijn. En toch beweegt de draaideur onverwacht. Hans kent, na zoveel jaren ervaring bij de bodedienst ieder geluidje van ‘zijn’ provinciehuis. Het kraakt en werkt en je hoort soms geluiden die er gewoon eigenlijk niet thuishoren. Dus als ik ’s morgens op de eerste verdieping een deur hoor dichttrekken, dan kan dat niet omdat er niemand is!’ ‘Je schrikt en vervolgens ga je kijken, maar je vindt niemand. Het kan geen tocht zijn want we controleren elke avond het hele gebouw of er ramen openstaan. En als we dat aantreffen dan sluiten we die ramen meteen.’

‘We gaan sluiten’


’s Avonds rond 20:00 uur is er niemand meer in het pand. We checken dagelijks voor sluiting alle ruimten en via de intercom roepen we om dat ‘we gaan sluiten’. Vervolgens doen we het licht uit. Dan gaat de beveiligingsinstallatie aan. Die is heel goed; elke beweging in het gebouw wordt meteen opgepikt door het alarm. Er is wel eens iemand onbedoeld in het provinciehuis achtergebleven, die klaarblijkelijk zo in het werk opging dat die oproep niet werd gehoord. Telefonisch contact met de buitenwereld leverde dan snel de gewenste bevrijding op.

Ongure figuren


Hans is naar eigen zeggen nooit bang geweest als hij alleen in een donker provinciehuis zijn ronde deed. Er is uit veiligheidsoogpunt altijd nog een collega aanwezig. Vroeger, toen er nog geen hek om het gebouw stond en er ook buiten werd gesurveilleerd, was dat gevoel van onveiligheid er overigens wel. ‘Het spookte daar regelmatig, maar dat bleken ongure figuren die de parkeerkuil als nachtelijk partycentrum of slaapplaats beschouwden. Sinds het hek er staat, hebben we daar nooit meer last van.’


Witte schim


Op beelden van het gesloten cameracircuit is nooit een witte schim waargenomen. Hans houdt niet van griezelfilms of science fiction omdat hij daar veel te nuchter voor is. ‘Ik heb de geest nog nooit gezien. Niemand van de bodedienst. Maar op de vraag of we er in geloven zegt niemand hardop ‘nee’. Tsja, het blijft vreemd, onverklaarbaar; een mysterie dus.’

image

ETAGE OMLAAG

image

ETAGE OMHOOG

50 JAAR PROVINCIEHUIS

Deel op social media