Grondgebonden woningen worden iets groter, appartementen kleiner

Op basis van CBS‑gegevens over woningen in verschillende oppervlakteklassen kan een inschatting worden gemaakt van de gemiddelde woninggrootte.

* De gemiddelde woninggrootte in Noord‑Brabant en Nederland is bepaald op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hiervoor is gebruikgemaakt van de oppervlakteklassen die het CBS hanteert. Er worden 8 klassen onderscheiden: 2–15 m², 15–50 m², 50–75 m², 75–100 m², 100–150 m², 150–250 m², 250–500 m² en >500 m².

De gebruiksoppervlakte betreft de binnenruimte van een woning en wordt bepaald volgens de Nederlandse norm NEN 2580. Deze norm beschrijft de definities en meetmethoden voor onder andere de oppervlakte en inhoud van gebouwen. De gebruiksoppervlakte bestaat uit de gebruiksoppervlakte wonen plus de overige inpandige ruimtes. Dit betekent dat bij woningen met een andere gebruiksfunctie (zoals kantoor of winkel) ook de oppervlakte van deze andere ruimtes wordt meegeteld. Gemeenschappelijke en algemene ruimtes tellen niet mee. Externe bergruimtes en gebouwgebonden buitenruimtes worden ook niet meegerekend. De gebruiksoppervlakte wordt geregistreerd in hele vierkante meters. Bij woningen groter dan 150 m² is voor de berekening van de gemiddelde woninggrootte gebruikgemaakt van een klassewaarde iets onder het midden van de klasse, omdat ook de oppervlakte voor andere functies wordt meegeteld. De aanname is dat dit vooral voorkomt bij grotere woningen.

De tijdreeks start in 2012, omdat het CBS toen is overgestapt op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Deze overgang zorgde voor een trendbreuk in de statistieken, omdat de definitie van een woning in de BAG afwijkt van eerdere CBS‑tellingen.

Bron: CBS‑StatLine, december 2025 | bewerking: Provincie-Noord-Brabant.

In 2025 heeft een woning in Brabant gemiddeld een oppervlakte van 128,5 m².

Dat is bijna 10% meer dan het Nederlands gemiddelde van 117,6 m². Sinds 2000 is de gemiddelde woninggrootte van de totale voorraad nauwelijks veranderd.

Tussen woningtypen bestaan wel duidelijke verschillen. Grondgebonden woningen zijn in Brabant gemiddeld groter geworden. In 2000 was een grondgebonden woning gemiddeld 141,4 m²; in 2025 is dat 145,5 m², een toename van ruim 4 m². Appartementen zijn juist kleiner geworden. In 2000 was een appartement gemiddeld 86,9 m²; in 2025 is dat gedaald naar 81,2 m², een afname van 5,7 m².

Dit laat zien dat grondgebonden woningen die sinds 2000 zijn toegevoegd gemiddeld groter zijn dan oudere grondgebonden woningen. Voor appartementen geldt het omgekeerde: nieuwere appartementen zijn gemiddeld kleiner dan appartementen die al vóór 2000 bestonden. De landelijke trend volgt dezelfde richting; Brabant ligt daarbij qua woninggrootte steeds boven het landelijk gemiddelde.

Woninggrootte op de kaart van Brabant

De verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden zijn groot. In de grote steden ligt de gemiddelde woninggrootte in 2025 ongeveer 13% onder het provinciale gemiddelde. In het landelijk gebied ligt de gemiddelde woninggrootte juist 13% boven het Brabantse gemiddelde.

De grootste woningen zijn te vinden in landelijke gemeenten zoals Bergeijk, Alphen‑Chaam, Heeze‑Leende en Boekel. De kleinste gemiddelde woonoppervlakten vinden we in de vier grootste steden: Eindhoven (17% onder het gemiddelde), Tilburg (14%), ’s‑Hertogenbosch (11%) en Breda (10%).

De regionale en gemeentelijke verschillen hangen grotendeels samen met de samenstelling van de woningvoorraad. Gemeenten met veel grondgebonden woningen hebben gemiddeld grotere woningen. Gemeenten met veel appartementen hebben gemiddeld kleinere woningen.

Deel deze pagina via