Groei woningvoorraad laatste jaren op hoogste niveau sinds 2000

Aan het begin van 2026 telt Noord‑Brabant 1.213.500 woningen. In 2006 werd de grens van 1 miljoen woningen bereikt. Sinds 2000 is de woningvoorraad gegroeid met 250.000 woningen (+26,6%). In dezelfde periode groeide de bevolking met 13,6% (zie beeld 11). Door deze sterkere groei van de woningvoorraad – en vooral door de toename van het aantal alleenstaanden – is de gemiddelde woningbezetting gedaald van ruim 2,5 personen per woning in 2000 naar 2,2 in 2026. Ter vergelijking: in 1975 lag dit nog op 3,5 personen per woning.

* De ontwikkeling van de woningvoorraad wordt bepaald door het aantal nieuwbouwwoningen (bruto groei). Daarnaast worden er woningen gesloopt. Ook kunnen woningen een andere functie krijgen en omgekeerd kunnen gebouwen met een andere functie (zoals winkel- of kantoorruimte) worden getransformeerd tot woningen (het saldo van toevoegingen en onttrekkingen anderszins, incl. overige, veelal administratieve correcties). Het geheel van nieuwbouw, sloop én functieveranderingen bepaalt de totale (netto) groei van de woningvoorraad.

Gemiddeld groeide de woningvoorraad sinds 2000 met 9.600 woningen per jaar. Tot 2017 lag de jaarlijkse groei vaak onder dat gemiddelde. In 2003 lag de groei op het dieptepunt met slechts 5.600 nieuwe woningen. Ook in 2015 was de groei laag (+6.700), mede door de financiële crisis die in 2008 begon.

Vanaf 2017 ligt de groei duidelijk hoger. Sindsdien komen er jaarlijks gemiddeld ruim 12.000 woningen bij. Vooral 2022 was een piekjaar, met een toename van 13.900 woningen. Voor vergelijkbare groeicijfers moeten we terug naar 1998. Na twee mindere jaren (2023 en 2024) trok de groei in 2025 weer aan tot bijna 12.000 woningen.

Nieuwbouw, sloop en transformatie

De woningvoorraad verandert door nieuwbouw (bruto groei), maar ook door sloop en door woonruimte dat een andere functie krijgt. Er komen ook woningen bij door transformatie van bijvoorbeeld winkels, kantoren of andere panden. Samen bepalen deze veranderingen de netto groei van de woningvoorraad.

Sinds 2000 werden er gemiddeld jaarlijks ruim 10.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. De sloop lag gemiddeld op 1.600 woningen per jaar. Het saldo van overige toevoegingen en onttrekkingen – vooral door functieverandering – lag gemiddeld op +1.150 woningen per jaar. Samen zorgt dit voor een netto jaarlijkse groei van 9.600 woningen.

De afgelopen tijd ligt de sloop lager dan aan het begin van deze eeuw, terwijl door transformatie juist meer woonruimte aan de voorraad wordt toegevoegd. Tussen 2017 en 2026 ligt het saldo van overige toevoegingen en onttrekkingen op gemiddeld +2.000 woningen per jaar, goed voor 17% van de totale voorraadgroei (tegen 7% in de periode 2000–2017). Deze toename hangt vooral samen met de grotere aandacht voor binnenstedelijke gebiedsontwikkeling en herbestemming van leegstaand vastgoed, waarbij wonen vaak centraal staat.

Groei van de woningvoorraad op de kaart van Brabant

Sinds 2000 is de woningvoorraad relatief het sterkst gegroeid in de grote steden. In ’s‑Hertogenbosch (33,4%), Eindhoven (33,3%), Tilburg (30,8%), Helmond (29,5%) en Breda (27,4%) ligt de groei duidelijk boven het provinciale gemiddelde van 26,6%. De middelgrote steden laten – met uitzondering van Meierijstad en Maashorst – lagere groeicijfers zien.

Opvallend is de regio West‑Brabant‑West, waar de voorraadgroei met 17% beduidend lager is dan elders. Alle gemeenten in deze regio behoren tot de top‑10 van laagste groeicijfers, met Roosendaal als hekkensluiter (15,5%).

Tussen 2000 en 2026 is de sterkste voorraadgroei te vinden in Boekel (49,7%), Best (38,6%), Etten‑Leur (37,6%), Reusel‑De Mierden (35,6%) en ’s‑Hertogenbosch (33,4%).

Deel deze pagina via