Kwart van de Brabantse bevolking heeft een migratieachtergrond
De bevolkingssamenstelling in Brabant verandert niet alleen door ontwikkelingen in leeftijd en huishoudens, maar ook door ontwikkelingen in migratieachtergrond. In 2025 heeft bijna een kwart van de inwoners (24,3%) een migratieachtergrond. Dit komt neer op ongeveer 645.000 mensen die of zelf in het buitenland zijn geboren (eerste generatie), of die ten minste één ouder hebben die in het buitenland is geboren (tweede generatie).

* Personen met een migratieachtergrond zijn mensen die in het buitenland zijn geboren, of mensen van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
** MOE‑landen zijn landen in Midden‑ en Oost‑Europa die horen bij de Europese Unie (EU). Per 1 mei 2004 traden toe: Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Per 1 januari 2007: Bulgarije en Roemenië. Per 1 juli 2013: Kroatië.
Bron: CBS‑StatLine, december 2025 | bewerking: Provincie Noord‑Brabant.
Van alle Brabanders met een migratieachtergrond komt ongeveer 60% (390.000 inwoners) van buiten Europa. De overige 40% komt uit Europa, vooral uit EU‑landen. Van de 255.000 inwoners met een Europese migratieachtergrond is 80% (205.500) afkomstig uit een EU‑land. Sinds 2010 is deze groep met bijna 70% gegroeid (+83.000).
Het grootste deel van deze toename bestaat uit migranten uit Midden‑ en Oost‑Europa (MOE‑landers).
Hun aantal nam tussen 2010 en 2025 toe met 73.000. In 2025 wonen er in Brabant ongeveer 95.000 MOE‑landers, ruim vier keer zoveel als in 2010*.
* Een deel van de arbeidsmigranten staat niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Personen die slechts korte tijd in Nederland verblijven hoeven zich niet te registreren. Het werkelijke aantal arbeidsmigranten ligt daarom hoger.
Tussen 2010 en 2025 groeide de Brabantse bevolking met bijna 220.000 personen (+9%). Deze groei komt volledig door mensen met een migratieachtergrond (+255.000). Het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond nam juist iets af (-35.000). Omdat buitenlandse migratie inmiddels de belangrijkste motor is van de bevolkingsgroei in Nederland en in Brabant mag verwacht worden dat het aandeel inwoners met een migratieachtergrond de komende jaren verder (licht) zal toenemen, zie beeld 11.
In vergelijking met Nederland als geheel ligt het aandeel inwoners met een migratieachtergrond in Brabant lager. In 2025 is dit aandeel in Nederland 28,5%, tegenover 24,3% in Brabant. Voor alle herkomstgroepen, behalve de MOE‑landers, liggen de landelijke percentages hoger dan de Brabantse cijfers. Het aandeel MOE‑landers ligt in Brabant juist hoger: 3,6% tegenover 2,6% landelijk.
Migratieachtergrond op de kaart van Brabant
Regionaal en vooral per gemeente zijn er grote verschillen in het aandeel inwoners met een migratieachtergrond. De regionale cijfers variëren van 19,5% in Noordoost‑Brabant tot 28% in Zuidoost‑Brabant. In de grote steden ligt dit percentage op 34,4%, terwijl in het landelijk gebied slechts 15,2% van de inwoners een migratieachtergrond heeft.

Eindhoven heeft het hoogste aandeel: in 2025 heeft bijna 46% van de inwoners daar een migratieachtergrond. Daarna volgen Tilburg (33,5%), ’s‑Hertogenbosch (33%) en Roosendaal (30%). In de suburbane randgemeenten en vooral in veel landelijke gemeenten liggen de percentages juist duidelijk lager. In gemeenten zoals Laarbeek, Bernheze, Reusel‑De Mierden, Oirschot, Altena, Sint‑Michielsgestel, Boekel en Hilvarenbeek liggen de aandelen onder de 12,5%, ongeveer de helft van het Brabantse gemiddelde (24,3%).
Deel deze pagina via