Sterke groei aantal alleenstaanden

Sinds 2000 zijn er in Noord‑Brabant 263.500 huishoudens bijgekomen, een groei van bijna 27,5%. In dezelfde periode groeide de bevolking met 13% (+308.000 inwoners). De sterkere groei van het aantal huishoudens komt door vergrijzing en individualisering. Hierdoor is vooral het aantal eenpersoonshuishoudens sterk toegenomen.

* De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 500-tallen; hierdoor kunnen er in de tabel geringe afwijkingen voorkomen.

Bronnen 15 t/m 15b.: CBS-statline, december 2025 | bewerking: Provincie-Noord-Brabant.

In 25 jaar kwamen er 189.000 eenpersoonshuishoudens bij, een toename van bijna 70%. Daarmee wordt 72% van de totale huishoudensgroei sinds 2000 verklaard, zie beeld 15a.

Het aantal samenwonenden met kinderen (gezinshuishoudens) nam af met 22.500 huishoudens (-9%). De groepen samenwonenden zonder kinderen en de overige huishoudens (voornamelijk eenouderhuishoudens) groeiden nog wel: met respectievelijk +60.500 (+20%) en +37.000 (+68%).

De verwachting is dat het aantal alleenstaanden de komende jaren blijft toenemen. Volgens de provinciale bevolkings‑ en woningbehoefteprognose komen er tussen 2025 en 2040 ongeveer 140.000 huishoudens bij. Hiervan zijn 95.000 huishoudens (67%) een alleenstaande. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor meerdere beleidsterreinen, vooral voor de zorg en de woningmarkt. Door vergrijzing, meer kleine huishoudens, veranderende woonwensen en ontwikkelingen in de zorg groeit de behoefte aan nieuwe woonvormen en woonconcepten.

Aandeel alleenstaanden groeit verder

In 2000 bestond 28% van de Brabantse huishoudens uit alleenstaanden. In 2025 is dat 37,5%. Naar verwachting groeit dit aandeel naar ruim 40% rond 2040, mede doordat de vergrijzing dan haar hoogtepunt bereikt.

Relatief veel alleenstaanden zijn te vinden onder jongvolwassenen en ouderen. Jongeren die uit huis gaan, wonen meestal een periode alleen. Door de krappe woningmarkt wonen zij tegenwoordig wel vaker langer thuis. Onder ouderen groeit het aantal alleenstaanden vooral door het overlijden van een partner; door hun hogere levensverwachting komt dit vaker voor bij vrouwen.

Van de verwachte groei van 95.000 extra alleenstaanden tussen 2025 en 2040 is liefst 82% (78.000) een 65-plusser. Vooral het aantal alleenstaande 75‑plussers neemt sterk toe: van 48.000 (2000) naar 100.000 (2025), 160.000 (2040) en mogelijk richting 200.000 in 2050. Steeds een verdubbeling dus, zowel de afgelopen 25 jaar als de komende 25 jaar.

Huishoudenssamenstelling op de kaarten van Brabant

Er zijn grote verschillen in huishoudenssamenstelling tussen steden en omliggende gemeenten. In steden, vooral in studentensteden, wonen relatief veel alleenstaanden. In Eindhoven is 50% van de huishoudens een eenpersoonshuishouden. Tilburg (47%), Breda (44%), ’s‑Hertogenbosch (42%) en Roosendaal (39%) volgen. In suburbane en landelijke gemeenten ligt het aandeel alleenstaanden lager, vaak rond 30%.

Het kaartbeeld van samenwonenden laat het omgekeerde patroon zien. In kleinstedelijke en landelijke gemeenten wonen de meeste samenwonenden (vaak 60% of meer). In grote en middelgrote steden zijn deze percentages lager. Het verschil tussen Eindhoven (42,5% samenwonenden) en Alphen‑Chaam (66,5%) is 24 procentpunten.

De verwachting is dat in zowel stedelijke als landelijke gebieden het aandeel alleenstaanden verder toeneemt. Vergrijzing en individualisering spelen immers overal in Brabant. De verschillen tussen deze gebieden blijven naar verwachting bestaan.

Deel deze pagina via