Omgevingsdialoog: kwestie van fatsoen!

"Praten over belangen, in plaats van standpunten, leidt tot oplossingen"

Wat hebben een rechter, een wethouder, een onderzoeker en een ambtenaar met elkaar gemeen? Hun gezonde nieuwsgierigheid naar de inhoud van de instrumentenkoffer van de Omgevingswet!

Dat geldt althans voor Dick Peters, rechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant en universitair docent Omgevingsrecht, wethouder Fons d’Haens van de gemeente Bladel, Peter Struik van Onderzoeks- en adviesbureau Partners+Pröpper en Wim Tijssen, Programmamanager Implementatie Omgevingswet bij de gemeente Tilburg.

De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om belangen, meningen en creativiteit tijdig op tafel te krijgen. De vier ervaringsdeskundigen geven hun visie op de Omgevingsdialoog, tijdens de workshop van het Kennisprogramma Bindend Besturen in Brabant onder leiding van PhD-student Feie Herkes van Tilburg University.

Hoe data kunnen helpen

Adviseur Peter Struik van Partners+Pröpper werkte mee aan een van de grootst denkbare Omgevingsdialogen. “De Omgevingsraad Schiphol wilde via een internetconsultatie een brede inventarisatie doen naar meningen en standpunten over de toekomst van de luchthaven. Er lagen 90.000 tekstbijdragen op de mat. Met menskracht is daar geen beginnen aan.” Met behulp van kunstmatige tekstintelligentie bracht Peter structuur aan in de reacties. “Dat leidde niet alleen tot een transparant en interactief overzicht, maar ook tot bijzondere inzichten. Bijvoorbeeld dat mensen – mits je de goede vragen stelt – niet alleen een standpunt ‘voor of tegen’ innemen, maar ook met oplossingen komen. Met het toepassen van algoritmes werden breed gedragen redeneerlijnen duidelijk. In zo’n enorme maatschappelijke discussie zijn met data onderbouwde redeneringen van onschatbare waarde!”

Het beste moment?

Fons D’Haens, wethouder Bladel vertelt over zijn dagelijkse praktijk. “Wij drukken iedere initiatiefnemer op het hart om de dialoog met de omgeving aan te gaan. Maar wat is dan de beste timing? Bij een eenvoudige aanvraag – drink even een kop koffie met je buurman vóórdat hij in de krant leest dat jij een carport wil bouwen – is dat niet zo moeilijk. Maar bij een complexe opgave is timing minder vanzelfsprekend. Wanneer je vroegtijdig, als de plannen nog niet zo concreet zijn, met participatie start, ontmoet je alleen de ‘usual suspects’. Pas als het heel concreet is, wordt de buurman wakker. Vertel je hem dan dat hij te laat is om mee te mogen praten?”

Weinig nieuws onder de zon

“Uit oogpunt van wetgeving gebeurt er iets heel bijzonders,” stelt rechter Dick Peters. “De Omgevingswet is de grootste wetgevingsoperatie sinds de invoering van de grondwet in 1848. Maar inhoudelijk is er eigenlijk niet zo veel nieuws onder de zon.” De rechter refereert aan de invoering van de wet op de Ruimtelijke Ordening in 1985, het moment waarop inspraak verplicht werd. “De regering dacht dat inspraak zou leiden tot minder bezwaar en beroep. Het tegendeel bleek waar. Gemeenten pasten inspraak vaak pas in een heel laat stadium toe. De bezwaar- en beroepsschriften liepen in aantal op en waren óók nog eens beter gemotiveerd, omdat inwoners beter geïnformeerd waren over de plannen.” Bij de Omgevingswet zal het niet veel anders zijn, verwacht de rechter, wat – afgezien van zijn broodwinning, knipoogt hij – alleen maar een goede ontwikkeling is. “Het komt allemaal ten goede aan degelijke besluitvorming!”

Van serieschakeling naar parallelschakeling

“Als overheden sturen we primair op inhoud, vervolgens op procedure en pas in de laatste fase zetten we de relatie centraal. Aan het eind van die rit mag je als inwoner, na een proces van jaren, gedurende zes weken inspreken. Vind je het gek dat je dan boze burgers krijgt? En tegelijk mag je daar blij mee zijn, want boze burgers zijn betrokken.” Programmamanager Wim Thijssen windt er geen doekjes om. “Dit moeten we omkeren. We moeten van een serieschakeling naar parallelschakeling in de omgevingsdialoog. De Omgevingstafel (VNG, red.) is een vorm waarmee je die parallelschakeling kunt organiseren. Door je niet te concentreren op standpunten, maar op belangen. Als je daarover gaat praten kun je tot een oplossing komen.”

Fatsoen moet je doen

Vanuit de zaal komt de vraag wat de ervaringsdeskundigen vinden van het sentiment in de Eerste Kamer om regels in de wet op te nemen over participatie. Daarover zijn de vier het eens: “participatie is een kwestie van fatsoen. En fatsoen moet je doen.”


Peter Struik benadrukt dat het mes aan twee kanten snijdt: “Gemeenten doen hun stinkende best om initiatiefnemers te helpen met het inrichten van participatieprocessen. Maar daar zit die initiatiefnemer vaak niet op te wachten, die wil gewoon zijn doel realiseren. En zonder vertraging graag. De samenleving, niet alleen de overheid heeft daarin ook nog een hoop te doen. Democratie in de raad én democratie op straat.”

Kennisprogramma Bindend Besturen in Brabant

Deel op social media