
Brabant voorloper bij aanpak Zeer Zorgwekkende Stoffen
Met een start in 2019 is er in de Nederlandse wet- en regelgeving meer aandacht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Het is eveneens een van de tien hoofdthema’s in het provinciale Beleidskader Milieu 2030. Samen met de Brabantse omgevingsdiensten zet de provincie hier flink op in.
Zeer Zorgwekkende Stoffen; in de media nogal eens aangeduid als zeer ziekmakende stoffen of zeer giftige stoffen. Stoffen die het meest schadelijk zijn voor mens, flora en fauna. Ze hebben impact op onze leefomgeving en daarmee op onze gezondheid.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft een landelijke lijst gemaakt, waarop al ruim 2100 ZZS staan. Een lijst die continu in beweging is, met daarop bekende namen als asbest en PFAS. “In Brabant kun je o.a. denken aan zware metalen en benzeen,” aldus Jasper Minkels.
Inventarisatie bij bedrijven
Sinds de zomer van vorig jaar is hij ‘aanjager’ van de provinciale aanpak van ZZS. Minkels geeft aan dat de provincie in 2019, samen met de drie Brabantse omgevingsdiensten, is gestart met een inventarisatie van ZZS bij ondernemingen – risicobedrijven en afvalverwerkers – waarvoor zij het bevoegd gezag is.
Een van de doelen is om zo meer kennis over deze stoffen te vergaren. Duidelijk is dat ze via lucht, bodem en (oppervlakte)water in het milieu terechtkomen. Maar hoe precies en in welke mate, is lang niet altijd bekend. “In ons beleidskader staat dat we in ieder geval gaan uitzoeken wat de meest schadelijke stoffen zijn in Brabant wat dit betreft.”
Onrust over ZZS
Minkels beseft dat mensen zich ongerust maken over de aanwezigheid van ZZS in hun leefomgeving. Maar om iets te kunnen zeggen over hoe groot de risico’s zijn is nader onderzoek nodig.

Jasper Minkels
Hij krijgt daarin bijval van Judith Dijkers, die voor de drie Brabantse GGD-regio’s adviseur milieu en gezondheid is. “Natuurlijk gaat het om stoffen die we liever niet in onze leefomgeving willen hebben. Maar dat die stoffen in ons milieu terechtkomen, wil nog niet zeggen dat je daar ziek van wordt.” Daarom is dit nadere onderzoek belangrijk.

Judith Dijkers
Dijkers juicht het toe dat de provincie stappen zet om meer kennis op te doen over ZZS. Ze spreekt ook de hoop uit dat de hierbij betrokken overheden gezamenlijk op zoek gaan naar de antwoorden op vragen in de samenleving.
Geen opstapeling van ZZS
De kern is volgens haar dat ZZS meestal in vrij lage concentraties in onze leefomgeving terechtkomen. Voor een heel groot deel van die stoffen hoeft dat niet meteen te leiden tot problemen voor de gezondheid. Voorkomen moet echter worden dat ze zich zo ver opstapelen dat het wél een probleem wordt.
Dijkers: “Het risico voor je gezondheid hangt allereerst af van de hoeveelheid van zo’n stof die je in je lichaam krijgt, en waar die stof in je lichaam terechtkomt. De vraag of je er ziek van wordt, hangt daarnaast ook samen met andere factoren: leefstijl, ziektes die je al hebt, erfelijke aanleg. Maar het laat onverlet dat het stoffen zijn waarvan de GGD vindt dat ze niet in onze leefomgeving thuishoren.”
Minimalisatieplicht en reductieprogramma
En dus stuurt de provincie in haar beleid aan op het voorkomen van het gebruik van ZZS én pZZS: potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen. Wat daarbij helpt, is dat er in Nederland al een minimalisatieplicht bestaat. Daarmee wordt het bedrijven niet verboden om ZZS te gebruiken, maar wel zo min mogelijk.
“Je wilt natuurlijk naar nul gebruik van ZZS”, zegt Jacky Priester, projectleider ZZS bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. “Dat alleen duurt misschien al jaren en misschien lukt het nooit, omdat het technisch onmogelijk is, of omdat de stof zodanig belangrijk is voor de productie dat je er niet mee kunt stoppen. Daarom is het credo: eerst vermijden en als dat niet kan, reduceren.”
Ondernemers – en voor bedrijven die de gemeente als bevoegd gezag hebben geldt dit ook – zijn tegenwoordig ook verplicht om melding te maken van het gebruik van ZZS. Zij moeten elke vijf jaar een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP) opstellen, waarin staat hoe ZZS worden verminderd. Onderdeel van dat plan is te bekijken welke stoffen mogelijk te vervangen zijn.
‘Er is veel te bereiken’
De omgevingsdiensten zien erop toe dat de vergunningen en verplichtingen worden nageleefd. “De VRP’s zijn, met uitzondering van de afvalverwerkers, voor de hele provincie Noord-Brabant doorlopen”, geeft Priester aan. “De bedrijven geven daar nu uitvoering aan. De resultaten zien we daarom pas de komende jaren. Uit ervaring weet ik wel dat, als je je best erop doet, er veel te bereiken is.”
Priester is namelijk ook een van de projectleiders ZZS binnen de overkoepelende Omgevingsdienst Nederland.

Jacky Priester
De kennis die momenteel in Brabant rond deze materie wordt opgedaan, wordt volgens hem bovendien gedeeld tussen de provincie, omgevingsdiensten, GGD en RIVM. Judith Dijkers van de GGD voegt daaraan graag nog de Brabantse waterschappen als ervaringsdeskundigen toe.
Ambitieuze doelen
De provincie heeft ambitieuze doelen gesteld voor de toekomst. De ambitie is om tegen 2030 de uitstoot van ZZS te halveren ten opzichte van 2023. En het streven is dat er tegen 2050 geen ZZS en pZZS meer in lucht, water of bodem te vinden zijn. Priester: “Noord-Brabant is echt al jarenlang behoorlijk ambitieus op dit dossier. Echt een van de voorlopers in Nederland.”
Zo gaat de provincie volgens Jasper Minkels nu als eerste van het land terug naar de afvalverwerkers om bij hen de VRP’s op te vragen. Eerder zijn er problemen ervaren met het opvragen van data. Niet geheel onterecht volgens hem, omdat een afvalverwerker lang niet altijd weet wat er precies in het aangeboden afval is verwerkt. “Op nationaal niveau proberen we van afvalverwerkers meer informatie te krijgen over wat er bij ze binnenkomt. Wellicht kunnen ze daarop ook hun technieken aanpassen.”