BEELD 18

HUISHOUDENSGROOTTE NAAR STEDELIJK EN LANDELIJK GEBIED

Huishoudens worden steeds kleiner

* Gehanteerd is de indeling van gemeenten (met de hoofdkern) in een stedelijk concentratiegebied en gemeenten (met de hoofdkern) in een landelijk gebied in Brabant.De vijf grote steden (B5) zijn: Breda, Eindhoven, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg. De zeven middelgrote steden (M7) zijn: Bergen op Zoom, Meierijstad, Oosterhout, Oss, Roosendaal, Uden en Waalwijk. Het stedelijk concentratiegebied bestaat uit de B5, M7 en het overig stedelijk concentratiegebied.

Bron: CBS-Statline, mei 2021; bewerking: Provincie Noord-Brabant.

Tussen het stedelijke en landelijke gebied bestaan duidelijk verschillen in huishoudenssamenstelling. Zo ligt het percentage alleenstaanden in het stedelijke gebied - en vooral in de grote steden (de B5) - beduidend hoger, terwijl we in het landelijke gebied en in het overig stedelijk concentratiegebied - de randgemeenten rond de steden - verhoudingsgewijs juist meer samenwonenden aantreffen. Zo is in 2020 zo'n 44% van de huishoudens in de B5 een alleenstaande, terwijl dit percentage in het landelijk gebied en de genoemde randgemeenten op 'slechts' 30% ligt,14 procentpunten lager dus. In de middelgrote steden (de M7) is 33% van de huishoudens een alleenstaande . Daarentegen vormen de samenwonenden in het landelijke en overig stedelijk concentratiegebied zo'n tweederde van het aantal huishoudens, maar behoort in de grote steden minder dan de helft van de huishoudens tot deze groep. De komende tijd zien we Brabant-breed, zowel in de stedelijke als in de landelijke gebieden het percentage eenpersoonshuishoudens duidelijk toenemen en het percentage samenwonenden juist (verder) afnemen; vergrijzing en individualisering spelen immers overal. Wat de processen van huishoudensvorming betreft, zullen de onderlinge verschillen en verhoudingen tussen de onderscheiden gebiedstypen echter niet veel veranderen. Met de sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens, is ook het gemiddeld aantal personen per huishouden de laatste 20 jaar (verder) afgenomen. Telt een Brabants huishouden in 2000 nog iets meer dan 2, personen, in 2020 is dat teruggelopen tot iets onder de 2,2. De huishoudensgrootte zal ook de komende decennia verder teruglopen, tot onder de 2,1 in 2050. De verschillen zijn het grootst tussen de (grote) steden en het landelijk gebied. In de B5 loopt de huishoudensgrootte terug van 2,16 in 2000 naar net boven de 2 in 2020 en ruim onder de 2 in 2050 (1,93). In het landelijk gebied liggen deze cijfers op dik 2,6 in 2000, 2,3 in 2020 en iets onder de 2,2 halverwege deze eeuw.