BEELD 17

HUISHOUDENSSAMENSTELLING VAN DE BEVOLKING (PROCENTUEEL)

In 2000 is ruim een kwart (28%) van alle huishoudens in onze provincie een eenpersoonshuishouden. In de afgelopen 20 jaar is dat opgelopen tot ruim eenderde (36% in 2020). De verwachting is dat dit percentage de komende tijd verder zal oplopen, tot ca. 43% in 2050. Dat betekent dat straks ruim 4 op de 10 huishoudens een alleenstaande is. Verhoudingsgewijs zijn met name onder jongvolwassenen en onder ouderen veel eenpersoonshuishoudens te vinden. Jongeren die uit huis gaan, wonen eerst een tijdje alleen, al blijven ze de laatste tijd wel weer wat langer thuis wonen. En ook op hogere leeftijd zien we de percentages eenpersoonshuishoudens (sterk) toenemen; ouderen blijven, na verlies van hun partner, als alleenstaande achter. Vanwege hun hogere levensverwachting geldt dit laatste vooral voor vrouwen.   De verwachte toename van het totale aantal alleenstaanden (+160.000 tussen 2020 en 2050) komt – samenhangend met de voortgaande vergrijzing – vrijwel volledig voor rekening van ouderen (65+-ers). Naar verwachting komen er de komende 30 jaar ongeveer 130.000 oudere alleenstaanden bij, bijna een verdubbeling (+87%) ten opzichte van de 150.000 in 2020 en een verdrievoudiging ten opzichte van de 90.000 alleenstaande 65+-ers in 2000. Hierbij zal de groei voor het overgrote deel bepaald worden door het sterk toenemende aantal alleenstaande 75-plussers. In omvang groeit in deze leeftijdsgroep het aantal eenpersoonshuishoudens van ca. 48.000 in 2000 en 85.000 in 2020 naar 200.000 in 2050.

Percentage alleenstaanden in Brabant: van een kwart (2000), via eenderde (2020) naar ruim 4 op de 10 (2050)

Bron: CBS-Statline, mei 2021; bewerking: Provincie Noord-Brabant.