Wat doet
de provincie?

Ja, wat doet de provincie eigenlijk? Om dit duidelijk te maken spraken we met 2 mensen. Met Peer Verkuijlen uit Heeswijk-Dinther, hij is boerencoach. En met wegwerker Kees-Jan Langenberg. Zij vertellen over de inhoud van hun werk en hun liefde voor Brabant.

Kees-Jan Langenberg


De wegwerker

Brabant kent zo'n 550 kilometer aan provinciale wegen. En al die kilometers moeten worden beheerd en onderhouden om de veiligheid en doorstroming te waarborgen. Kees-Jan Langenberg timmert inmiddels 3 jaar aan de weg als weginspecteur. Met veel plezier. “Ik heb al van alles gedaan, maar mijn hart ligt toch echt bij het verkeer.”

Passie

Waar die passie voor de weg vandaan komt? “Ja, hoe ontstaat zoiets?”, aldus Langenberg. “Als klein mannetje wilde ik al motoragent worden. In de auto op weg naar onze vakantiebestemming schreven mijn broer en ik buitenlandse kentekens op en was ik altijd met auto’s bezig. Na 11 jaar bij de politie te hebben gewerkt, onder andere als motoragent, hoofdagent en ME’er, ben ik een eigen rijschool begonnen. Naast mijn baan bij de provincie geef ik nu nog steeds motortrainingen.”

Meebepalen

Waarom Brabanders volgens Langenberg moeten gaan stemmen tijdens de Provinciale Statenverkiezingen? “Ga maar naar een verjaardag en het gaat altijd wel even over files en de drukte op de weg. Iedereen vindt er wel iets van, en dat is zeker niet altijd positief. Als er één moment is waarop je kunt meebepalen welke kant het op moet met de wegen in Brabant, dan is het wel met deze verkiezingen.”

Vis in het water

In die baan, officieel als inspecteur Beheer en Onderhoud, voelt Langenberg zich als een vis in het water. “Als bij een ongeval bijvoorbeeld de weg weer vrij kan worden gegeven, is het altijd weer mooi als alles lekker is gelopen binnen het team van hulpdiensten, onze aannemer en wij. Het leuke is dat ik ‘s ochtends nooit weet hoe mijn dag verloopt. De ene keer moet je achter een losgebroken koe aan om haar weer de wei in te krijgen, de andere keer heb je te maken met een zwaar ongeval. Wat me het meest is bijgebleven, is het ongeluk met 2 doden bij Gilze en Rijen. Als je dan aankomt en je ziet twee lichamen onder een laken liggen, moet je echt wel even slikken.”

Maak kennis met Kees-Jan Langenberg

Peer Verkuijlen


De boerencoach

Als boerenzoon heeft Peer Verkuijlen altijd iets met het landelijk gebied gehad. Hij ondersteunt voor de provincie boeren bij het maken van keuzes over de toekomst van hun boerenbedrijf of leegstaande stallen. “Ik sta soms weer letterlijk met mijn poten in de klei”, aldus Verkuijlen.

Verloedering

In Brabant staat zo’n 2 miljoen (van de in totaal 26,2 miljoen) vierkante meter aan stallen en schuren leeg. In 2030 is die leegstand opgelopen tot ruim 6 miljoen. Het gevolg is dat de leefbaarheid van het platteland onder druk staat; de verloedering, onveiligheid en criminaliteit nemen toe. Medio 2017 koos de provincie voor een nieuwe aanpak van de vrijgekomen of vrijkomende agrarische bedrijven (VAB’s). Samen met een deskundige verkent de eigenaar de mogelijkheden: van sloop tot verkoop, van overdracht tot herbestemming. Het VAB-team bestaat inmiddels uit ongeveer 40 deskundigen die de boeren in Brabant helpen.

Individuele aanpak

“Onze aanpak is niet voor niets individueel gericht”, vertelt Verkuijlen. “Van de 275 agrariërs die zich inmiddels hebben gemeld, is niet één situatie hetzelfde. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal, met hun eigen emoties en beleving.” Verkuijlen noemt het voorbeeld van een echtpaar dat jarenlang samen een varkenshouderij runde; zij verzorgde de biggen, hij de volwassen varkens. “In de stal waren ze het gelukkigst, zo vertelde zij. Als je dan moet stoppen vanwege allerlei maatregelen én omdat er geen opvolging is, is dat materieel en emotioneel zwaar. Het is dan aan ons om in alle rust het gesprek aan te gaan en zo’n echtpaar te begeleiden in de keuze die ze maken. Het gaat erom met hen stappen te zetten en een traject op gang te brengen.”

Goed benutten

Wat Verkuijlen zo bevlogen maakt, is zijn betrokkenheid bij het Brabantse platteland. “Los van de gemoedelijkheid en de bourgondische inslag, is Brabant een mooie provincie waar nog ruimte is. Die moeten we koesteren en goed benutten. Voor onze rust, beleving, beweging en gezondheid redden we het niet met een stadspark of een aangewezen natuurgebied; daarvoor hebben we het landelijke gebied nodig. En uiteraard ook voor de voedselproductie. Door daar passende maatschappelijke functies en bedrijvigheid te creëren, lossen we ook wat problemen in het buitengebied op en komen stad en platteland beter in balans.”