Marcel van Bijnen


INSPELEN OP DE ENERGIE IN DE SAMENLEVING

Fotograaf: John Claassen

Marcel van Bijnen is bezig aan zijn tweede jaar als algemeen directeur van de provincie Noord-Brabant. De werkwijze van de provincie verandert. Niet sturend maar stimulerend, niet alwetend maar verkennend en verbindend. Deze aanpak is succesvol toegepast in het programma Sociale Veerkracht en verdient navolging, vindt hij.


Het programma Sociale Veerkracht wil de veerkracht in de samenleving versterken zodat iedere Brabander deelt in en bijdraagt aan het goede Brabantse leven. De evaluatie van het programma leidt tot twee conclusies:

  • Ga dóór met het programma want partners zijn positief en initiatieven groeien, maar drie jaar is te kort om concrete resultaten te meten.
  • Pas de vernieuwende aanpak ook toe in andere programma’s.


Of Sociale Veerkracht ná de verkiezingen van 20 maart als programma doorgaat is aan de politiek. Daar kan de directeur niets over zeggen. Wél over de manier van werken. “We zien in de samenleving dat mensen zelf initiatieven nemen om zaken te veranderen en dat ze willen bijdragen. In het programma Sociale Veerkracht heeft de provincie gekeken hoe we meer uit deze ontwikkeling kunnen halen. De manier waarop we dat gedaan hebben, is anders dan vroeger.”

Tot voor een paar jaar constateerde de overheid een probleem, bedacht daar oplossingen voor en koos de beste optie uit. “Nu zijn we aan het begin vragen gaan stellen. We namen veel tijd om te verkennen wat er daadwerkelijk speelt.


Je krijgt mensen alleen mee als je weet waar ze écht warm van worden of waar ze rood van aanlopen. We hebben de temperatuur in de samenleving gevoeld. Door aan te sluiten op de energie kun je het oplossend vermogen van de samenleving versterken. Stuit je op weerstand, dan heb je iets belangrijks geraakt en kun je daarop inzoomen.”


Podium

De samenleving wordt er beter van als de provincie ook rond vraagstukken op het gebied van landbouw, milieu, arbeidsmarkt en onderwijs anders gaat werken, gelooft Van Bijnen. Als voorbeeld haalt hij Stérk Brabant aan. Dat platform biedt een podium aan 170 sociale initiatieven en sociale ondernemers. De provincie stelt haar netwerk beschikbaar, sluit aan bij hun vragen en draagt zo bij aan het realiseren van hun doelen.

Brabant kent ook uitdagingen op het gebied van de arbeidsmarkt: is er voldoende opgeleid personeel, zijn er banen voor mensen met een beperking? “Er zijn diverse initiatieven op dit gebied. Waarom die niet allemaal versterken door op een responsieve manier te werken? Brabant bestaat uit fysieke en sociale ecosystemen. De kracht van deze systemen kunnen we beter benutten en versterken als we ze aan elkaar koppelen. Dat vind ik het mooie van de uitkomsten van de evaluatie, en van de andere opgaven waar we al op een nieuwe manier werken en leren.”

Werkplezier

Nog een pluspunt: Medewerkers zijn positief. “Ik zie in huis mensen die niet anders meer willen.” Is het moeilijk om andere ‘domeinen’ zo te laten werken? “Voor een deel gaat het vanzelf en gebeurt het ook al, maar we gaan beter organiseren dat positieve resultaten niet alleen bij de afzonderlijke opgaven blijven, maar ook belanden in de rest van de organisatie. We delen de successen en de fouten nog te weinig. Ook fouten moeten we delen, want daar leren we van.”

Responsieve overheid

In de evaluatie staan de uitgangspunten van de nieuwe werkwijze omschreven:

  • De provincie, partners en initiatieven bepalen samen welke rol passend is.
  • Op voorhand worden geen eisen geformuleerd. De vraag van de initiatiefnemers is het startpunt.
  • Als onderweg blijkt dat aanpassingen nodig zijn, worden die gedaan.
  • De rol van de provincie is herkenbaar voor alle betrokkenen en wordt gemonitord.