BETEKENISECONOMIE IN DE LIFT

"Onverschilligheid is niet langer acceptabel"


Kaj Morel

Kaj Morel houdt niet van oneliners, maar als er dan toch één gebruikt moet worden om het uitgangspunt van betekeniseconomie te omschrijven, dan het liefst deze: ‘We doen niets wat het belang van anderen schaadt’. Hij licht het toe met een anekdote: “Het jagen op een walrus is economisch gezien even interessant als een jaar onderwijs geven aan een kind in Nederland. Zelfs zonder nadenken weet je wat beter is voor de samenleving.”


Morel, geboren in Eindhoven, opgegroeid in Boxtel en opgeleid als organisatiepsycholoog, ging als wetenschapper consumentenpsychologie aan de slag. Tien jaar terug hakte hij de knoop door: “Ik voelde dat mijn werk te weinig écht van betekenis was.” Sindsdien denkt hij na en publiceert, adviseert en onderwijst hij over het belang van betekenisvol ondernemen. In zijn laatste boek Tijd voor de betekeniseconomie beschrijft hij tien uitgangspunten om houvast te bieden aan iedereen die werk wil maken van een economie die past in deze tijd.


In de betekeniseconomie staat niet het verdienen van geld maar het oplossen van maatschappelijke vraagstukken centraal. Een urgente koerswijziging: denk aan klimaatverandering, sociale ongelijkheid, plastic soep, uitsluiting van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het uitsterven van dier- en plantsoorten. “We moeten toe naar een economie waarin niet de economische belangen de boventoon voeren maar waarin het belang van de gemeenschap en van de planeet de doorslag biedt. Onverschilligheid is niet langer acceptabel.” Dat geldt voor iedereen, stelt hij, of je nu consument, student, aandeelhouder, bestuurder of ondernemer bent.


Morel is optimistisch gestemd. “Nederland is goed op weg. De tijd dat ondernemers glazig voor zich uitkeken als ik over betekenisvol ondernemen begon is echt voorbij. Van alle provincies timmert Noord-Brabant het meest voortvarend aan de weg.” Uit de recente inventarisatie naar de Brabantse betekeniseconomie blijkt dat het aantal sociale ondernemingen in Brabant groeit en dat er een levendige, diverse beweging van burgers en bedrijven is die kiezen voor impact. ‘’Op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt daarvan nergens zoveel werk gemaakt als in Noord-Brabant. Er is veel bewustzijn onder bestuurders en politici”, merkt hij op. Morel wijst ook op het Expertisecentrum Sustainable Business van Avans Hogeschool, waar een groep onderzoekers met praktijkgericht onderzoek kennis, inzichten en producten creëert die bijdragen aan duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Natuurlijk, is er nog een flinke weg te gaan, stelt Morel. Zo geeft driekwart van de ondernemers in Brabant aan dat hun organisatie meer impact kan hebben als er meer kapitaal beschikbaar zou zijn. Hij ziet het als een belangrijke taak van overheden én financiers om daar creatieve oplossingen voor te verzinnen. De eerste stappen die in Noord-Brabant gezet worden om een resultatenfonds op te richten omarmt hij.

Groot voorstander is Morel van lokaal ondernemen. Het maakt gemeenschappen sociaal veerkrachtiger, stelt hij. ‘’We leven in een samenleving waarin veel mensen buiten de boot vallen. Als we naar een wereld willen waarin iedereen mag meedoen, dan is het stimuleren van lokale bedrijven belangrijk. Lokale ondernemers willen graag bijdragen. Ze kennen de mensen, het is de zus van een vriendin die ze aan werk kunnen helpen.”

“We leven in een samenleving waarin veel mensen buiten de boot vallen." Kaj Morel


Meer weten over sociale ondernemingen in Brabant? In de inventarisatie van de Brabantse betekeniseconomie staan veel Brabantse voorbeelden.

Of bekijk de filmpjes van Happy tosti

en Talitha Arise, twee sociale ondernemingen waar sociale veerkracht een grote rol speelt.

Vorige artikel:

Partners in de

picture

Volgende pagina:

Colofon