Retailadviescommissie: steun in de rug bij winkelplannen

“We hebben soms goud in handen. Maar we moeten alleen de weg zien te vinden om daar zorgvuldig mee om te gaan.”

Gemeenten die de kwaliteit van hun winkelplannen willen verbeteren, vinden de provinciale Retailadviescommissie aan hun zijde. Die brengt een onafhankelijk advies uit aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant over retailvraagstukken, maar net zo goed aan gemeenten zelf. Zeker gezien het regionale karakter van de winkelmarkt – 30 procent van de bestedingen vindt buiten de eigen gemeente plaats – is afstemming in een vroeg stadium noodzakelijk. Een ontwikkeling in het ene winkelgebied heeft namelijk invloed op een ander.

Anderhalf jaar is de provinciale Retailadviescommissie nu actief en in die periode is de werkwijze volgens voorzitter Ingrid Janssen al aangepast. Aanvankelijk werden winkelplannen vooral getoetst. “Maar ik ontdekte dat we niet gemeenten plannen moeten laten voorleggen waarvan wij beoordelen of die hout snijden. Je moet eerder de dialoog met ze aangaan en namens de provincie beoordelen of ze op de goede weg zijn.”


Inmiddels is dat een paar keer gebeurd, zoals bij de gemeente Oosterhout. Die heeft een enorme transformatieopgave in haar binnenstad, met veel leegstand. Janssen: “Oosterhout gaat echt naar een kleiner winkelgebied. De gemeente heeft daar een duidelijke visie op die ook aan ons is voorgelegd, om een extra steun in de rug te krijgen. Proactief meedenken; ik vind dat zelf de mooiste trajecten.”


Ook beoordeelt de commissie niet langer enkel vraagstukken waarbij regionale afstemming noodzakelijk is. Steeds vaker betreft het ook kwesties die binnen gemeentegrenzen spelen. Elke Brabantse gemeente worstelt namelijk wel een beetje met haar eigen kern, heeft de voorzitter ervaren. Bijvoorbeeld in hoeverre ze vast moeten blijven houden aan de winkelfunctie. Of hoe om te gaan met supermarktketens die juist op zoek zijn naar nog meer meters, met verschraling van het overig winkelaanbod als gevolg.

Zo vroeg mogelijk

“Wij willen in een zo vroeg mogelijk stadium met een gemeente meedenken. Juist om te voorkomen dat de provincie met een zienswijze een spaak in het wiel moet steken. Maar ook omdat het winkellandschap toe is aan vernieuwing. Wij geloven in nieuwe, innovatieve concepten waarbij je retail combineert met andersoortige functies.”


Janssen noemt als voorbeelden retail in combinatie met leisure of educatie. “Misschien moeten we de voorzieningen met een sociale functie, die eerder uit de binnenstad zijn verdwenen omdat ze de hoge huurprijzen niet konden betalen, er terugbrengen. Dan behoud je de reuring in je kern. Het vraagt alleen nogal wat lef om dat te besluiten.” Als er ergens zo’n kansrijk concept aan de commissie wordt gepresenteerd, wil die dat dan ook graag uitdragen naar andere gemeenten.


In Den Bosch, waar Janssen partner is van het bedrijf Republiq (dataonderzoek vastgoed), zag ze een interessant nieuw initiatief: VOLOP. Deze organisatie pakt leegstand aan door tijdelijk beschikbare ruimtes in te zetten voor goede initiatieven. “VOLOP bekijkt met pandeigenaren of bijvoorbeeld startende ondernemers er tegen andere condities een plek kunnen krijgen. Een nieuw type retailer, dat wellicht ambacht en winkelen combineert in één pand. Met dit soort innovaties gebruik je de binnenstad als een plek waar je kunt leren ondernemen.”

Kopenhagen

De commissievoorzitter stak ook veel op van een bezoek dat een Brabantse delegatie in september aan Kopenhagen bracht. De Deense hoofdstad groeit en barst volgens haar van de ambities. Het gezelschap, dat naast retailexperts bestond uit bestuurders en ambtenaren van zeven middelgrote Brabantse steden, zag er onder meer hoe een centrumgebied een heel goede ‘sociale waarde’ kan krijgen, naast de commerciële. “Zorgfuncties, waarvan wij in de binnensteden al afscheid hebben genomen, brengen ze daar onder in het winkelhart; daar waar mensen elkaar ontmoeten.”


Wat de werkreis haar ook heeft doen inzien, is dat er in Brabant ook een heleboel zaken góéd zijn geregeld. “We hebben soms goud in handen. Maar we moeten alleen de weg zien te vinden om daar zorgvuldig mee om te gaan.”


De Retailadviescommissie kan gemeenten daarbij aan de hand nemen. Wordt er bijvoorbeeld een nieuwe centrumvisie ontwikkeld, dan kijken de commissieleden over de schouder mee of de stappen in de juiste volgorde worden gezet en de juiste prioriteiten worden gesteld.

Drukker

Janssen constateert met genoegen dat haar commissie het steeds drukker krijgt. “We zijn zelf ook kennis gaan maken met nieuwe colleges van burgemeester en wethouders. Om ze uit te nodigen om niet te wachten op het formele advies dat ze aan de provincie moeten vragen, maar om zich veel vroeger met winkelplannen bij ons te melden. Dat werpt zijn vruchten af.”

Deel op social media