Industrie: samenwerking versnelt innovatie

"Wij zitten in een industrie die veel kennis (‘gouden hoofdjes’) en vakmanschap (‘gouden handjes’) vraagt."

De nieuwe prognoses van de provincie laten zien dat er in Brabant meer vraag is naar terreinen voor industrie dan vier jaar geleden. In Zuidoost-Brabant is deze vraag het grootst en dan vooral in de sector High Tech Systems & Materials. In Midden- en West-Brabant is er vooral een behoefte vanuit de voedings- en genotsmiddelenindustrie en de chemie. Regio’s zullen voorbereid moeten zijn op de vraag om extra ruimte door industriële ondernemers.

In de bossen nabij Eindhoven Airport wordt de laatste hand gelegd aan een bijzonder initiatief: Brainport Industries Campus (BIC). Samen met de gemeente Eindhoven, provincie Noord-Brabant, Brabantse Ontwikkelings Maatschappij en SDK Vastgoed ontwikkelt Brainport Industries hier misschien wel de industriecampus van de toekomst. John Blankendaal is managing director bij Brainport Industries.

Extra ruimtevraag door industrie


Om goed voorbereid te zijn op de verwachte extra ruimtevraag vanuit de industrie, zetten regio’s de volgende stappen:

  • Allereerst kijken zij naar de beschikbare en de vrijkomende ruimte op bestaande terreinen in het binnenstedelijk gebied. Als vanuit andere typen bedrijven minder vraag is naar ruimte, beoordelen zij of deze locaties geschikt zijn te maken voor industrie.
  • Ten tweede nemen regio’s hun plannen voor het vraaggericht ontwikkelen van nieuwe terreinen onder de loep. Zijn deze bruikbaar voor de industrie?
  • Pas wanneer deze twee stappen onvoldoende opties opleveren, bekijken regio’s of nieuwe plannen voor industrieterreinen mogelijk zijn.

Brainport Industries

“Wij zijn een coöperatie, in 2011 opgericht door zeven ondernemers uit de high tech industrie. Ons doel is de innovatie- en concurrentiekracht te versterken van de aangesloten bedrijven. Inmiddels zijn er dat 110.

We hebben drie programmalijnen: mens, techniek en markt. ‘Mens’ heeft alles te maken met het boeien, binden en behouden van goed opgeleid personeel. Wij zitten in een industrie die veel kennis (‘gouden hoofdjes’) en vakmanschap (‘gouden handjes’) vraagt. Met ‘techniek’ willen we voorop blijven lopen en daarbij investeren in innovatie. Samen met onder meer de provincie hebben we het innovatieprogramma Fabriek van de Toekomst opgesteld. Dat telt zeven projecten, zoals robotisering en multi-materiaal 3D-printen. ‘Markt’ is de derde. Om internationaal gesourcet (gerekruteerd, red.) te kunnen worden, moet je wel je hoofd boven het maaiveld uitsteken. Dat lukt je vaak niet alleen, in een coöperatie wel.


De volgende stap was om al die initiatieven onder één dak samen te brengen. Dat werd de Brainport Industries Campus, met inmiddels vijftien bedrijven. Een plek waar je faciliteiten en kennis kunt delen en gezamenlijk tot innovatie kunt komen. Een hub waar klanten zien dat daar de best georganiseerde toeleveringsketen van de wereld zit. Want tegenwoordig is er geen concurrentie tussen bedrijven, maar tussen ketens. We hebben ook flexibiliteit ingebouwd om mee te kunnen veren met de markt. Met personeel, maar ook om snel op te kunnen schalen. Er is extra ruimte beschikbaar.

Met onderwijs

We wilden ook het technisch onderwijs erbij hebben. Je wilt jongeren motiveren om voor een technische opleiding te kiezen. Zo’n 1600 studenten van het Summa College hebben op de campus een plek gekregen. Zij kunnen er bij werkgevers terecht voor stages, vakantiewerk of later een baan. Bij de innovatieprojecten ervaren ze hoe hun toekomst eruitziet. Het onderwijs zelf krijgt zo toegang tot de markt en de nieuwste technieken, met vaak dure machines. Ook docenten blijven up-to-date.

Bedrijven samenbrengen is belangrijk. De krachten bundelen waar het gaat om het opleiden en werven van personeel. In een complexe markt als de onze moet je veel investeren in onderzoek en ontwikkeling. Voor een MKB-onderneming alleen is dat lastig. Samenwerken gebeurt overigens niet alleen bij BIC. Ik zie elders ook dat ‘nabijheid’ van andere bedrijven ondernemers helpt om innovatie te versnellen en klanten beter te kunnen bedienen.

Duurzaam bouwen en produceren

Duurzaamheid is bij ons vanaf dag 1 een thema. Het is een gasloze campus. Er komen 9.000 zonnepanelen op en er zitten warmtekrachtinstallaties in de grond. We bekijken hoe we warmte, die vrijkomt bij het productieproces, kunnen gebruiken om kantoren te verwarmen. Klanten vragen ook om duurzame productieprocessen.


De industrie om ons heen groeit goed. Productiefaciliteiten worden opgeschaald, machines worden gekocht en mensen worden opgeleid. Dat vraagt om ruimte. Met name in de high tech zie je dat in de regio Zuidoost-Brabant veel wordt ge- of verbouwd of bijgekocht. Of daar genoeg ruimte voor is weet ik niet. Wellicht moet er een soort ruilverkaveling plaatsvinden. Bedrijven kunnen ook bij ons terecht. Cluster 1 van BIC moet volgend jaar gevuld zijn, inmiddels is een aanvang gemaakt met cluster 2.


Brabant stimuleert de ontwikkeling van campussen. Je had al de High Tech Campus in Eindhoven en de Automotive Campus in Helmond. Wat ons uniek maakt is dat we onderwijs, ondernemerschap en innovatie onder één dak hebben. Plus het innovatieprogramma dat we samen uitvoeren. Voor zover ik weet gebeurt dat elders in de provincie nog niet, maar wij zijn altijd bereid om onze ervaringen te delen. Want waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden?”

Resultaten prognoses

Hieronder staan de uitkomsten beschreven voor scenario midden (zie toelichting onder grafiek).

  • Voor de totale sector industrie bedraagt de verwachte toename van de ruimtevraag tot 2030 in totaal 300 hectares.
  • De ruimtevraag in de industrie bestaat uit zowel kleine als grote ruimtevragers (MKB en multinationals).
  • Deze vraag komt van de HTSM sector, de voedings- en genotmiddelenindustrie en de chemische sector.

Toelichting op de grafieken

De grafieken tonen de resultaten uit de prognoses voor kleinschalige “Business to Business” bedrijventerreinen en voor de kleinschalige stedelijke terreinen. Voor de ruimtevraag in de industrie is de verwachting dat kleine ruimtevragers uit de VGM-sector zich vooral vestigen op eerstgenoemde terreinen. Kleine ruimtevragers uit de HTSM-sector willen juist op de stedelijke terreinen komen.

Uit de kwalitatieve confrontatie van vraag en (plan)aanbod blijkt dat:

  • In West-, Noordoost- en Zuidoost Brabant relatief veel hectares zijn vastgelegd in bestemmingsplannen om aan de vraag naar kleinschalige bedrijventerreinen te voldoen. Op langere termijn ontstaat een tekort in Midden-Brabant.
  • Voor stedelijke bedrijventerreinen alleen in Zuidoost-Brabant het planaanbod ruim voldoende is om aan de verwachte vraag in scenario midden te voldoen. Als de HTSM-sector zich in deze regio sneller ontwikkelt dan in dit scenario is voorzien, dan is meer ruimte op stedelijke terreinen nodig.

De toename van de ruimtevraag is bepaald voor drie toekomstscenario’s (laag, midden en hoog). De werkelijke ontwikkeling van bedrijventerreinen zal rond het scenario midden bewegen, afhankelijk van de economische conjunctuur. De grafieken tonen de cijfers van het scenario midden.

Deel op social media