Grootschalige logistiek: kwaliteit en verduurzaming

"Pas ontwikkelen als er een concrete vraag ligt."

De vraag van logistieke bedrijven naar extra ruimte blijft in Noord-Brabant de komende jaren ongeveer gelijk en onverminderd groot. Ten aanzien van de ontwikkeling van grootschalige logistiek hebben gemeenten en provincie afspraken gemaakt over de locaties. Er zijn genoeg terreinen in de betreffende gemeenten om de komende jaren te voorzien in de ruimtebehoefte voor grootschalige logistiek. Waalwijk is één van de logistieke gemeenten.

De regio’s ontwikkelen locaties voor grootschalige logistiek vraaggericht, ofwel pas als een betrokken bedrijf er serieus werk van maakt om zich te vestigen. De rol van de regionale bedrijvenloketten is daarbij cruciaal, en kan nog wel versterking gebruiken. Zodat gemeenten er samen voor kunnen zorgen dat een bedrijf op de best beschikbare locatie in hun regio terecht komt.

Als middelgrote Brabantse gemeente is het knap dat Waalwijk, in een samenwerking met Tilburg, dit jaar is verkozen tot tweede regionale logistieke hotspot van Nederland. De eerste plaats was voor de regio West-Brabant. Brabant doet het dus goed op logistiek gebied. “Ons bedrijventerrein Haven ligt op een minuut van de snelweg A59 en van de (Bergsche) Maas”, verklaart Jan van Roessel van de gemeente Waalwijk. “Vanuit dit gebied kun je de Benelux het beste bedienen.”


Ook de aanwezigheid van wat de programmamanager Economie ‘icoonbedrijven’ noemt, plaatst Waalwijk bij logistieke bedrijven in de schijnwerpers. Je vindt er onder meer de landelijke distributiecentra van Xenos, Spar en Mandemakers Keukens. Pakkettengigant Bol.com ontwikkelt momenteel in Haven 8 een pand met een vloeroppervlakte van 12 hectare. “Voor grootschalige logistiek heb je 5 tot 15 hectare nodig en het moet ook nog passen bij het karakter van een gemeente. Waalwijk voldoet aan die voorwaarden”, weet Van Roessel.

Vraaggericht ontwikkelen

Zijn gemeente is enkele jaren geleden overgestapt op vraaggericht ontwikkelen. Hierbij wordt niet eerst een bedrijventerrein met een complete infrastructuur aangelegd voor de verkoop van kavels. Na de recente economische crisis was de conclusie dat er te veel aanbod was en soms ook nog op de verkeerde plek. “Toen is gezegd dat we het niet over de kwantiteit moeten hebben, maar over de kwaliteit: pas ontwikkelen als er een concrete vraag ligt. Daar zijn afspraken met de provincie over gemaakt.” Bijkomend voordeel in zijn ogen is dat je met deze werkwijze weinig last hebt van conjunctuurschommelingen.

Bij de ontwikkeling van nieuw terrein kiest Waalwijk nadrukkelijk voor verduurzaming. Grote logistieke ondernemingen - over het algemeen platte gebouwen - lenen er zich volgens Van Roessel uitstekend voor om veel zonnepanelen op het dak te plaatsen. “De gemeente wil daarom bedrijven die zich in Waalwijk vestigen verplichten om een pand te bouwen dat geschikt is voor zonnepanelen. En als ze die zelf niet willen exploiteren, moeten ze een derde partij toegang verlenen tot het dak. Bij voorkeur is het ook nog een gasloos bedrijf.”

Vooroplopen

Voor bestaande bedrijven bekijkt de gemeente hoe die kunnen worden gestimuleerd om ook zo’n overstap te maken. Waalwijk hééft op industrieterrein Haven al een ecopark met windmolens, een zonnecentrale en stortgasinstallatie. Het wil nog serieuzer werk maken van duurzaamheid, geeft de programmamanager Economie aan. “Verduurzaming van bedrijventerreinen is een opgave voor elke regio. Het is een interessante optie als bovenregionaal wordt bekeken in hoeverre je van werklocaties energieproducerende locaties kunt maken.”

Vooroplopen doet Waalwijk ook bij de huisvesting van arbeidsmigranten. Grootschalige logistiek is bij uitstek een bedrijfstak die om veel ‘handjes’ vraagt. Nu zijn Waalwijk en Tilburg, met hun verleden in de leer-, schoenen- en textielindustrie, altijd al ‘maakgemeenten’ geweest. “Maar het is bijna onontkoombaar dat je voor bepaalde typen logistiek gebruik moet maken van arbeidsmigranten”, weet Van Roessel. “Ons beleid is om hen een fatsoenlijke huisvesting te geven, zo dicht mogelijk bij hun bedrijf. We proberen nu campussen voor short stay te organiseren.” Hierover zijn ook in regionaal verband afspraken gemaakt.

Samenwerking

De samenwerking met Tilburg is volgens hem intensief. Immers, de naburige stad heeft met Zwaluwenbunders en Wijkevoort eveneens grote terreinen die vraaggericht worden ontwikkeld voor grootschalige logistiek. “Als er een vraag om logistiek bedrijventerrein bij ons binnenkomt, wordt die sowieso met Tilburg kortgesloten en vice versa.”

De provincie zou graag zien dat dit soort ‘leads’ vaker in regionale bedrijvenloketten worden gedeeld. “De informatie die we nu met Tilburg uitwisselen, zouden we dan bijvoorbeeld ook kunnen delen met de grote logistieke gemeenten of met de provincie. Maar dat is een politieke discussie”, vindt Van Roessel.

Resultaten prognose-onderzoek

Hieronder staan de uitkomsten beschreven voor scenario midden (zie toelichting onder grafiek).

  • Tussen begin 2018 en 2030 bedraagt de verwachte toename in de ruimtevraag naar Brabantse bedrijventerreinen in totaal 900 hectare. Dit is een toename van ongeveer 7%.
  • De grootste uitbreidingsvraag is van bedrijven uit de sector groothandel en logistiek (500 ha). Dit gaat vooral om ruimte voor zeer grootschalige logistieke vestigingen.
  • Ook zal de sector industrie een aanzienlijke ruimtevraag kennen (300 ha).

Het onderzoek introduceert een nieuwe indeling van typen terreinen. Het gaat om functionele (“Business to Business”) en stedelijke (“Business to Consumer”) werkterreinen, waarbij omvang en (mate van) interactie met de omgeving centraal staan. Deze indeling sluit beter aan bij de huidige trends en ontwikkelingen en de opgaven/vestigingseisen die daaruit voorkomen.

Toelichting op grafiek

De grafiek toont de verwachte vraag en het planaanbod voor grootschalige “Business to Business” bedrijventerreinen. Er is een forse vraag naar grote kavels. Zowel vanuit de logistiek, maar ook vanuit de industrie.

Uit de kwalitatieve confrontatie van vraag en (plan)aanbod blijkt dat:

  • In de regio’s Midden- en West-Brabant het meest duidelijk naar voren komt dat het harde planaanbod (bouwrijp en niet-bouwrijpe grond) voor grote kavels aan de krappe kant is. Deze regio’s zijn daarom bezig met vraaggerichte ontwikkeling van diverse plekken. Dit geldt in mindere mate ook voor Noordoost-Brabant.
  • In Zuidoost-Brabant voldoende hard planaanbod beschikbaar is om aan de verwachte vraag naar grote kavels te voldoen.

De toename van de ruimtevraag is bepaald voor drie toekomstscenario’s (laag, midden en hoog). De werkelijke ontwikkeling van bedrijventerreinen zal rond het scenario midden bewegen, afhankelijk van de economische conjunctuur. De grafiek toont de cijfers van het scenario midden.

Deel op social media