Dijkhoff - ondernemer

‘De provincie wilde echt een breekijzer zijn.’

Soms zit een bedrijf echt klem in zijn omgeving. Een wens om uit te breiden botst dan met de belangen van omwonenden, grondbezitters en overheden. Een nimby-subsidie van de provincie Noord-Brabant helpt in zo’n geval om de partijen (weer) aan tafel te krijgen voor een zo breed mogelijk gedragen plan.

En wat zijn ze daar dichtbij geweest, in Heeswijk-Dinther. Gebr. Dijkhoff BV, een onderneming in de zwaarste milieucategorie, zit hier sinds 1917 tussen enerzijds de Zuid-Willemsvaart en provinciale weg N279 (Den Bosch-Veghel) en anderzijds de Aa. Voor dit stroompje had het waterschap in 2011 plannen voor beekherstel, terwijl de provincie de N279 wilde verbreden. Dat zou een inperking betekenen voor Gebr. Dijkhoff. Terwijl dit groeiende bedrijf in grond-, sloop-, cultuur- en saneringswerken evenals puinrecycling juist wil uitbreiden.


Sinds 2007 zoeken de neven Toine en Léon Dijkhoff, met de provincie naar een oplossing. Aanvankelijk moest een verhuizing uitkomst bieden. “Maar we zijn in die tijd afgewezen op industrieterreinen in Veghel en Den Bosch. In Oss zaten ze ‘dicht’. Er is gewoon veel weerstand tegen dit soort bedrijven”, weet Toine Dijkhoff, “terwijl wij toch ruimschoots aan alle milieueisen kunnen voldoen.”

Zware transporten

Intussen gingen de zware transporten dwars door Heeswijk-Dinther naar het depot van het bedrijf aan de Lariestraat gewoon door – tot wel driehonderd per week. “Een uitbreiding van ons terrein aan de Heeswijkseweg zou die tussenopslag minder nodig maken. In 2012 bereikten we hierover een principebesluit met de provincie, gemeente en het waterschap”, vertelt de directeur.


Het was zaak om ook de omwonenden en een eigenaar van omliggende gronden hierbij te betrekken. De provincie besloot in 2014 een nimby-subsidie toe te kennen aan de gemeente Bernheze. Die kon hiermee voor dit gevoelige traject de nodige externe bijstand inhuren. Er kwam een schets op tafel voor een landschapspark waarin ruimte was voor de uitbreiding van Dijkhoff, natuurontwikkeling, een meanderende Aa én de bouw van vijf woningen.


“Dit is een goed voorbeeld van hoe het zou horen te werken”, vindt Dijkhoff. “Ik denk dat alles uit de kast is gehaald om het plan te laten slagen. Iedereen kon er voordeel bij hebben en er blij van worden dat er natuur zou komen. In combinatie met een bedrijf dat niemand wil hebben.”

Plooien glad

De adviseurs die met nimby-geld werden ingeschakeld, wisten met veel energie de plooien glad te strijken. Ze gingen afzonderlijk in gesprek met bewoners en met alle politieke partijen in Bernheze. Er zijn volgens de directeur ‘bijna overdreven veel acties’ geweest om hiervoor draagvlak te creëren.


Ook roemt hij de rol van de provincie: “Die wilde echt een breekijzer zijn en alles opengooien. Ze zorgde voor een mediator die hier met de buren aan deze tafel is gaan zitten. Eromheen zaten twee rijen met elf specialisten op het gebied van onder meer geluid, stof en trillingen. De buren hebben hun vragen kunnen stellen en direct antwoorden gekregen.”


Dijkhoff, de gemeente, het waterschap, de grondeigenaar en diens pachter tekenden in 2014 zelfs een intentieovereenkomst voor kavelruil. Maar toen een jaar later ook de koopovereenkomst aan de orde kwam, trok de grondeigenaar zich terug. Het was een pijnlijk leermoment voor Dijkhoff. Volgens hem is door berichtgeving in de krant de indruk ontstaan dat de nimby-gelden niet naar de gemeente, maar rechtstreeks naar zijn bedrijf gingen. En dat daar dus wat te halen zou zijn. Het tegendeel is waar; Gebr. Dijkhoff heeft in deze kwestie zelf flink moeten investeren, weet hij: “Dan heb je het over een getal van zeven cijfers.”


Ondertussen is een alternatief plan ontwikkeld, waarin de Aa op z’n plek blijft liggen. Dijkhoff wil voor de benodigde uitbreiding een bosperceel gebruiken, dat aan drie zijden van het bedrijf wordt gecompenseerd met 1,38 hectare nieuwe natuur en Schotse Hooglanders. Een te bouwen loods dient als geluidsbuffer richting de buurt.

Moeite waard

Spijt van het nimby-traject heeft de directeur achteraf absoluut niet. “Het is zeker de moeite van het proberen waard geweest. Wel zou ik graag zien dat er een werkgroep komt die elke maand een middag gaat sparren met dit soort bedrijven. Dat zou die ondernemers een hoop duidelijkheid geven en zaken kunnen bespoedigen. Ik heb aangeboden om in zo’n werkgroep plaats te nemen. Dan hoeft niet iedere keer opnieuw het wiel uitgevonden te worden.”

Deel op social media