De Brabantse
nimby-aanpak

Nieuwe nimby-ondernemingen die hinder kunnen veroorzaken krijgen een plaats op daarvoor geschikte bedrijventerreinen. Voor bestaande nimby-bedrijven moet eerst worden bekeken of de overlast op de huidige locatie kan worden weggenomen. Dat is in het kort de aanpak die de provincie Noord-Brabant voorstaat voor deze ondernemers.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw is het beleid van de provincie gericht geweest op de vestiging van zware hinder gevende industrie op daarvoor geschikte regionale bedrijventerreinen.


De milieuwetgeving in de jaren tachtig gaf een boost aan de opkomst van recyclingbedrijven. Veelal kleinschalig en lokaal gebonden, vaak gevestigd in de periferie van de dorpen en steden. Deze bedrijven moesten voor hun activiteiten een vergunning hebben. Deze vergunningaanvraag kon destijds echter niet worden getoetst aan het aspect planologie. Dit is pas mogelijk geworden met de komst van de Wet milieubeheer in 1993. Gaandeweg raakten bedrijven steeds meer ingekapseld door oprukkende bebouwing. Gevolg is dat ondernemers op gespannen voet komen staan met hun omgeving. Het klassieke recept voor een nimby-situatie.

De nieuwvestiging op, of verplaatsing van bestaande nimby-bedrijven naar geschikte locaties op regionale industrieterreinen is lange tijd gezien als dé oplossing. Dit heeft echter om meerdere redenen niet tot succes geleid:

  • Het grote aantal nimby-bedrijven in Brabant maakt het onmogelijk om ze alle naar regionale bedrijventerreinen te verplaatsen.
  • Daarnaast zijn veel nimby-bedrijven niet welkom op de regionale industrieterreinen. Exploitanten van de nieuwe terreinen willen verloedering hiervan voorkomen en hanteren daarom een hoge beeldkwaliteit voor te vestigen bedrijven. Een uitstraling waaraan veel nimby-bedrijven nu niet voldoen. Het is daarom maar de vraag of deze door aanpassing van hun bedrijfsvoering inpasbaar zijn volgens de gehanteerde beeldkwaliteit.
  • Een andere reden is de sociale verankering van veel ondernemers in hun omgeving: niet alleen is er de binding met de lokale arbeidskrachten, het is tevens het verzorgingsgebied van het bedrijf.
  • Last but not least is ook de verplaatsing naar een regionaal bedrijventerrein voor veel kleinere bedrijven te kostbaar.

Huidige visie van de provincie

Ook in de huidige visie van de provincie moet vestiging van nieuwe nimby-bedrijven plaatsvinden op daarvoor geschikte bedrijventerreinen. Voor bestaande nimby-bedrijven dient eerst te worden beoordeeld of de hinder op de huidige locatie kan verdwijnen. Tot vier jaar geleden werd deze stap vaak overgeslagen en zetten alle betrokkenen zich in voor verplaatsing van het bedrijf. Die bleek dan vaak niet mogelijk.


Om die reden heeft de provincie in 2014 op aan 17 projecten subsidie verleend. Gemeenten doen in de huidige situatie ervaring op met het oplossen van de nimby-problematiek. In totaal gaat het om een bedrag van bijna 4 miljoen euro.


De huidige aanpak is in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Het zoeken naar toekomstbestendige oplossingen voor bedrijven, in combinatie met een zodanige kwaliteitsverbetering voor de omgeving, leidt tot een win-winsituatie voor alle betrokkenen. Daarom heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een project in de gemeente Goirle aangewezen als proeftuin in het kader van de Omgevingswet. In het gebied Fokmast-Regte Heide gaat het onder meer om uitbreiding van een puinbreekbedrijf, verplaatsing van een manege en ruimte geven aan water- en natuurontwikkeling.

De subsidieregeling is eenmalig en laat zien dat de gekozen aanpak vaak tot succes leidt. Van de 17 projecten zijn er inmiddels 12 afgerond met een positief resultaat. De vijf nog lopende projecten worden naar het zich nu laat aanzien ook met positief resultaat afgerond. Het is nu aan gemeenten en bedrijven om in andere bestaande nimby-situaties de handschoen op te pakken.

Minder hinder

In opdracht van het Kempisch Bedrijven Park (KBP) is een video gemaakt over de aanpak van nimby-problematiek

Deel op social media