6. Sluiten van de kleine kringloop

Meststoffenwet

De Nederlandse Meststoffenwet regelt hoeveel mest en kunstmest boeren op het land mogen brengen (gebruiksnormen) en de manier waarop dat gebeurt (aanwendingsregels) met als doel om te voldoen aan de normen voor schoon grond- en oppervlaktewater zoals vastgelegd in de Europese Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water. De Brabantse zandgronden zijn extra gevoelig voor de uitspoeling van nutriënten naar het grondwater. Daarom zijn de gebruiksnormen in Brabant lager dan in de rest van Nederland.

Anderzijds mogen Nederlandse melkveehouders met 80% grasland meer dierlijke mest gebruiken dan collega’s elders in Europa (de ‘derogatie’). In ons milde klimaat groeit gras beter en langer, waardoor het gras die extra mest goed kan opnemen. Niet alleen vermindert hierdoor het mestoverschot, ook kan de melkveehouder met minder kunstmest toe.

In de afgelopen tijd is het landelijke mestbeleid steeds complexer geworden. De minister van LNV is dan ook met een traject gestart om te komen tot een herbezinning op dat mestbeleid.

Delta Aanpak Waterkwaliteit en Zoet Water

Waar de Meststoffenwet de hoofdlijnen regelt, zet de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater aanvullend in op verdere fijnregeling via het management van de boer. Deze aanpak is de Nederlandse uitwerking van de Europese Kaderrichtlijn Water.

Voor de landbouw wordt dit verder vormgegeven via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, waarin ZLTO, de vier Brabantse waterschappen en de provincie Noord-Brabant samenwerken.


De Verordening ruimte

De Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant heeft onder meer als doel om sturing te geven aan waar veehouderij-activiteiten plaats kunnen vinden, en regelt de bijbehorende eisen. In gebieden met veel geurhinder of een hoog gehalte aan fijnstof in de lucht zijn die extra zwaar. De normen voor geur en fijnstof zijn overigens vastgelegd in de Wet geurhinder veehouderij en de Wet milieubeheer. De regels uit de Verordening ruimte werken door in de bestemmings-plannen van gemeenten. Verder zijn er rechtstreeks werkende regels voor mestbewerking, sanerings- en verplaatsingslocaties en voor geitenhouderijen. Per onderwerp zijn gebieden tot op perceelniveau in kaart gebracht. Hierdoor is duidelijk welke regels waar gelden.

Staldering

Het systeem van staldering moet voorkomen dat de veestapel in Brabant zich verder concentreert in overbelaste gebieden. De bouw van een nieuwe stal of de ingebruikname van een oude stal is alleen toegestaan als er ergens anders in dezelfde (kleine) regio iets meer staloppervlak verdwijnt. Daarmee groeit de veestapel niet meer in de verschillende regio’s. Ook wordt zo de leegstand van stallen en de verloedering van het platteland tegengegaan.

Mestbewerking op het veehouderijbedrijf zelf draagt bij aan kringloopsluiting doordat het producten oplevert die kunstmest vervangen en daardoor aan waarde winnen in de kleine (en grote) kringloop. Deze mestbewerking vermindert tevens de ammoniakemissie en geuroverlast. Mestbewerking op het veehouderijbedrijf kan op veel verschillende manieren: in de stal door urine en vaste mest bij de bron te scheiden, door de mest direct af te voeren uit de stal, en door de mest te vergisten of te scheiden op eigen terrein. Gemeenten hebben een rol bij de vergunningverlening, en kunnen veehouders op weg helpen de mest op het eigen terrein te bewerken.

De Verordening natuurbescherming

De provincie Noord-Brabant heeft in 2017 de Verordening natuurbescherming aangepast, met als doel om de ammoniakemissie uit stallen te verlagen en er zo voor te zorgen dat er minder stikstof in natuurgebieden terecht komt en de biodiversiteit aantast. Hierdoor nemen ook de uitstoot van geur en fijnstof af en worden de mogelijke gezondheidsrisico’s kleiner. Per 1 januari 2022 moeten verouderde stalsystemen voldoen aan verscherpte emissiereducerende eisen. Die eisen gelden dan ook voor diercategorieën waar nu nog geen eisen voor zijn. Ook is intern salderen binnen een bedrijf en binnen een stal niet langer toegestaan: alle stallen moeten aan de scherpe emissiereducerende eisen voldoen.

Ondersteuning innovatieve stalsystemen

Tenslotte bevordert de provincie dat verouderde stallen worden vervangen door moderne stallen, en dat er bij nieuwbouw gebruik wordt gemaakt van innovatieve stalsystemen. Die produceren minder geur en stoten minder schadelijke stoffen uit. Het stalklimaat wordt gezonder voor boer en dier. Ook ontstaat daar betere mest, die makkelijker te bewerken is. Risico’s voor de volksgezondheid worden zo verkleind. De provincie draagt onder meer bij aan investeringen voor innovatieve varkensstallen. Verder deelt de provincie kennis en helpt initiatiefnemers met kapitaal.


Deel op social media