7. Sluiten van de grote kringloop

Mest verwerken en verwaarden

Het sluiten van de grote kringloop levert de grootste bijdrage aan het verwerken van het mestoverschot: de industriële mestverwerking. Bij industriële mestverwerking wordt dierlijke mest omgezet in korrels en/of vloeibare kunstmestvervangers. Die producten worden qua samenstelling steeds beter aangepast op de wensen van afnemers en sluiten daardoor beter aan op de markt, zijn goedkoop in transport en leveren minder risico’s op voor de volksgezondheid. Naast korrels kunnen ook nieuwe producten worden gemaakt voor afzet buiten de landbouw. Denk bijvoorbeeld aan vezels, methaan (biogas) of waterstof, restwarmte en/of meststof voor tuinen en gazons.

Op dit moment wordt alle Brabantse pluimveemest bewerkt en afgezet buiten Brabant. Voor varkens- en rundveemest is een vergunning afgegeven om ruim 60% van het mestoverschot te verwerken. Daarvan is inmiddels driekwart gerealiseerd. Ondanks dat het mestoverschot in de komende jaren nog enigszins zal afnemen, moet er dus nog flink wat mestverwerkingscapaciteit bij komen. De provincie wil in samenwerking de Brabantse gemeenten en met de landbouwsector ruimte creëren voor schone en veilige mestverwerking op geschikte locaties. Gemeenten zijn daarbij steeds vaker het bevoegd gezag. Momenteel werken de Brabantse gemeenten samen met de provincie een locatiebeleid uit, zodat uiterlijk eind 2019 concrete afspraken op tafel liggen.


Bij de komst van een mestverwerkingsinstallatie bevinden gemeenten zich vaak in een lastige positie. Enerzijds willen zij bijdragen aan een veilige en gezonde leefomgeving voor Brabant, maar anderzijds vangen zij signalen op van omwonenden. Zij hebben veel vragen, maken zich zorgen over emissies uit de installaties en over een eventuele groei van de veestapel. Maar de randvoorwaarden voor mestverwerking zijn streng. De mestverwerkingsinstallaties moeten gebruik maken van technieken die de uitstoot van fijnstof en ziektekiemen beperken tot een absoluut minimum, en moeten voldoen aan de strengste eisen voor geur, ammoniak en geluid. Om er voor te zorgen dat de veestapel niet verder groeit stelt de Meststoffenwet grenzen aan de omvang van de veestapel, middels fosfaatrechten (rundvee) en dierrechten (varkens en kippen). Binnen Oost- en Midden-Brabant voorkomt de provincie via staldering dat de de veehouderij zich nog verder concentreert in de gebieden waar nu al veel vee is.

Aanpak Mestfraude

Doordat de kosten voor de afvoer van mest nu zo hoog zijn, ligt het gevaar van fraude op de loer. Mest wordt dan alleen op papier afgevoerd. Fraude met mest is slecht voor de kwaliteit van de leefomgeving en de veiligheid in Brabant. Daarnaast wordt het imago van de landbouw erdoor aangetast. Het Rijk hanteert daarom een strenge aanpak van mestfraude. Deze is uitgewerkt in de Versterkte handhavingsstrategie mest van september 2018. Daarbinnen werkt de provincie samen met het Rijk, gemeenten, waterschappen en overheidsdiensten aan het slimmer en effectiever organiseren van toezicht. Het digitaliseren, uitwisselen en analyseren van gegevens speelt daarbij een belangrijke rol. Ook de landbouwsector zelf werkt via het Plan van Aanpak Mestfraude aan een cultuur- , houdings- en gedragsomslag en aan een systeem van certificering in de keten. De bevordering van mestbewerking draagt ook bij aan fraudebestrijding: door verlaging van afzetkosten wordt fraude met mest minder lucratief. Tenslotte is het van groot belang dat provincie en gemeenten fraudeurs niet meer faciliteren met vergunningen, subsidies en vastgoedtransacties, en hen niet langer inhuren voor opdrachten.

Warme sanering varkenshouderij

In onder andere Midden- en Oost-Brabant is door de veehouderij sprake van verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en de leefomgeving van omwonenden. Het Rijk heeft 120 miljoen euro uitgetrokken voor de sanering van varkensbedrijven in overbelaste gebieden, met als hoofddoel minder geuroverlast. De vermindering van emissies lift daarop mee. Daarnaast is 60 miljoen euro beschikbaar voor innovatie en verduurzaming in de varkens-, pluimvee- en geitenhoudurij. Deze sanering leidt tot minder overlast voor burgers en lagere risico’s voor de volksgezondheid in Midden- en Oost Brabant (en elders in Nederland) en leidt ook tot een kleine vermindering van het mestoverschot. Bekijk het Hoofdlijnenakkoord warme sanering varkenshouderij.

Er is duidelijk draagvlak voor deze sanering, ook bij varkenshouders. Uit een recente enquête blijkt dat 47% van de varkenshouders in Nederland voorstander is van een krimp van de varkenshouderij. In overlastgebieden is dit zelfs 80%. Gemeenten hebben in samenwerking met de provincie en ketenpartners een trekkersrol bij het benaderen, begeleiden en ondersteunen van potentieel stoppende varkenshouders, het voorkomen van leegstand van bedrijfsgebouwen en het bieden van toekomstperspectief aan stoppende ondernemers. De provincie biedt ondernemers die een bedrijfsbeëindiging overwegen een pakket aan ondersteunende maatregelen. Gemeenten hebben een centrale rol bij het intrekken van de omgevingsvergunningen en de herbestemming van de locaties, en zetten menskracht in om de veehouders te begeleiden. De rol van de gemeenten bij innovatie en verduurzaming is voornamelijk vergunningverlening voor innovatieve stallen.

Deel op social media