Hoe zit het met de verhouding tussen inbreiden en uitbreiden?

Hoe zit het met de verhouding tussen inbreiden en uitbreiden?

Van het totale planaanbod voor woningbouw in Brabant heeft 64% betrekking op een binnenstedelijke locatie (F8). Tot en met 2022 is liefst 70% van de plancapaciteit voorzien op een inbreidingslocatie. Tussen 2010 en 2018 is van de feitelijke nieuwbouw eveneens zo’n 70% op inbreidingslocaties gerealiseerd.


Op korte termijn ligt het aandeel ‘inbreiden’ in het planaanbod beduidend hoger dan op de langere termijn (F8). Dat komt omdat veel van de toekomstige inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties nu nog niet bekend zijn en zich moeilijk laten plannen. Maar nieuwe binnenstedelijke mogelijkheden doen zich ook in de nabije toekomst voor; het zijn structurele opgaven. Juist ook om adequaat op deze kansen in te kunnen spelen is ruimte en flexibiliteit in planning en programmering nodig.


Vergeleken met de capaciteit op uitbreidingslocaties zijn inbreidingsplannen doorgaans wel iets minder ‘hard’ (F9a), bestaat het planaanbod op inbreidingslocaties verhoudingsgewijs vaker uit huurwoningen (F9b) en ligt het percentage appartementen beduidend hoger (F9c).

Deel op social media