Is het planaanbod voldoende flexibel gelet op de dynamiek op de woningmarkt?

Is het planaanbod voldoende flexibel gelet op de dynamiek op de woningmarkt?

Voor de mate van flexibiliteit is vooral een realistische en een niet al te grote omvang van het harde planaanbod een belangrijke indicatie, al kan van de zachte capaciteit soms ook al het nodige vastliggen in anterieure afspraken en contracten.

Anno 2018 staat de ‘indicator harde plancapaciteit’ voor de komende tien jaar op 59 (T2). Oftewel, van de benodigde 109.000 woningen zijn er een kleine 65.000 (59%) opgenomen in harde plannen.


In de Brabantse Agenda Wonen zijn realisme en flexibiliteit in de regionale woningbouwplanning en -programmering belangrijke onderwerpen. Het zijn voorwaarden om ook in de (nabije) toekomst in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en nieuwe, onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor Brabant als geheel lijkt het planaanbod op deze aspecten op orde. Het beeld van realisme en flexibiliteit verschilt echter sterk per (sub)regio (T2, zie vraag 4) en vooral ook per gemeente (F7).


Voor de voortgang van de woningbouw is het essentieel dat gemeenten op de korte termijn voldoende harde plannen hebben, op geschikte plekken en aansluitend op de actuele vraag. Voor de middellange en langere termijn is het juist van belang niet te veel van het toekomstige woningbouwprogramma vast te leggen in harde plancapaciteit, vooral niet als het gaat om nieuwe uitbreidingslocaties. De ervaring leert dat zich steeds weer nieuwe, vaak onvoorziene inbreidingsmogelijkheden, binnenstedelijke herstructurerings- en transformatieopgaven en leegstandsvraagstukken aandienen.


Deel op social media