Zijn er genoeg plannen om de woningbouwproductie op peil te houden?

Zijn er genoeg plannen om de woningbouwproductie op peil te houden?

Ja hoor. Afgaande op het planaanbod anno 2018 zijn er plannen voor de bouw van in totaal zo’n 128.000 woningen (F5). Daarmee kan worden voorzien in de Brabantse woningbehoefte tot iets voorbij 2030. Plannen genoeg dus.

Schrappen en faseren

Mede door de financieel-economische crisis is het omvangrijke gemeentelijke planaanbod voor woningbouw de laatste jaren sterk verminderd. Het planaanbod bereikte in 2008 haar hoogtepunt met een omvang van 217.000 woningen. Daarna is de plancapaciteit van jaar op jaar teruggebracht naar een meer realistisch niveau van zo’n 122.000 woningen in 2017, een afname van 44%. Vooral vanaf 2010 is veel planaanbod geschrapt en ge(her)faseerd. Dit ‘schrappen en faseren’ gebeurde voornamelijk in de zachte plancapaciteit (F5a). In de omvang en fasering van harde plannen zit logischerwijs veel minder beweging (F5b).

Door de druk op de woningmarkt, het groeiend aantal bouwinitiatieven en de gestaag oplopende woningbouwaantallen is in het afgelopen jaar voor het eerst in bijna tien jaar tijd het planaanbod weer licht toegenomen tot iets meer dan 128.000 aan het begin 2018 (F6a). Dat is een groei van 5% ten opzichte van 2017.


Deze toename komt volledig voor rekening van het zachte planaanbod (F6a), vooral in stedelijke gebieden (F6b) en vooral op binnenstedelijke locaties. Locaties die in beeld komen voor woningbouw doordat het accent de laatste tijd steeds meer gericht is op ‘inbreiden, herstructureren en transformeren’. Uiteraard behoren dergelijke nieuwe locaties vandaag de dag nog tot het zachte planaanbod, maar bieden ze volop potenties voor woningbouw op termijn.

Het leeuwendeel van het planaanbod voor de bouw van 128.000 woningen wordt naar verwachting gerealiseerd in de komende tienjaarsperiode. Voor Brabant als geheel staat de ‘indicator totale plancapaciteit’ voor die periode op 101% (T2). Dit betekent dat kwantitatief gezien met het planaanbod van ruim 110.000 op te leveren woningen in de periode 2018 t/m 2027 kan worden voorzien in de woningbouw die volgens de provinciale vooruitberekeningen nodig is (109.000).


Wel lijkt het totale planaanbod in Brabant voor de eerste vijf jaren (2018 t/m 2022) met een score van 126% wat aan de hoge kant (T2). De kans bestaat dat een deel van deze plancapaciteit, en dan vooral de zachtere plannen, doorschuift in de tijd.

Handen en heipalen

Overigens ligt de bevolkingsgroei vandaag de dag wel iets hoger dan geprognosticeerd. Dit hangt vooral samen met hoger dan geraamde binnen- en buitenlandse migratiesaldi[i].


In lijn hiermee moet ook het bouwtempo de eerstkomende jaren verder omhoog. Er zijn hiervoor genoeg plannen, zeker voor de korte termijn. De strategie zal vooral gericht moeten zijn op het benutten van het bestaande planaanbod voor woningbouw in plaats van nieuwe (uitbreidings)plannen te ontwikkelen. Zo versnelt op korte termijn de woningbouw en blijft de benodigde flexibiliteit voor de langere termijn behouden.


De rem op (verdere) verhoging van het bouwtempo is niet een tekort aan plannen, maar lijkt vooral te maken te hebben met een gebrek aan mensen – in de bouw, bij ontwikkelaars en bij gemeenten – en soms ook een tekort aan bouwmaterialen.

Noten

[i] Met name rond de verwachte migratieontwikkelingen bestaan relatief grote onzekerheidsmarges. Het is een van de redenen om de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose regelmatig te actualiseren, om zo de (soms grote) effecten hiervan op de bevolkingsgroei en woningbehoefte in te kunnen schatten. Overigens wordt in een prognose over het algemeen getracht een meer structureel (gemiddeld) beeld te schetsen van de ontwikkelingen op de middellange en langere termijn, in plaats van de grilligheid van jaar op jaar in te schatten.

Deel op social media